Altijd volk op straat

Toen in de jaren vijftig, zestig en zeventig overal in Vlaanderen authentieke maar vaak verloederde stadsdelen of monumentale panden wijken moesten voor monofunctionele gebouwencomplexen, heerste bij de bevolking een zekere gelatenheid. Enkelingen protesteerden, maar slechts zelden konden ze de afbraak en de daarop volgende ‘sanering’ tegenhouden. Pas toen het te laat was, toen de sociale, culturele én economische gevolgen zichtbaar werden, besefte men dat stommiteiten waren begaan. Inmiddels probeert men de gedane zaken te keren. Stadskankers worden verwijderd, waterlopen opengegooid, pleinen vergroend, activiteiten vermengd.

Vandaag herhaalt zich dit drama in de Antwerpse Kievitbuurt, waar in volle stadscentrum de grootste binnenstedelijke kantoorwijk van Vlaanderen ingeplant wordt. Dit gaat gepaard met de gebruikelijke promopraat van de projectontwikkelaar én van de bevoegde politici. Een rooskleurige voorstelling van zaken, opgeleukt met bedrieglijke informatie, doet de bevolking andermaal in slaap wiegen.

Buurtbewoners trekken er al jarenlang aan de alarmbel (‘geen nieuw Brussel-Noord’), maar niemand hoort hen. Of toch wel, maar het ophalen van schouders is hun deel. ’t Is allemaal politiek, horen ze opmerken, daar valt toch niets aan te doen, want het gaat om veel geld. ‘We leven nu eenmaal in een maatschappij met twee snelheden,’ vatte een bewoner de commentaren samen op een recent georganiseerde paella-avond in de wijk: ‘Als mijn gevel in de verkeerde kleur geschilderd is, krijg ik geen renovatiepremie, maar als de vastgoedsector openlijk het maatschappelijke weefsel kapotmaakt met projecten die buurten ontwrichten en onveilig maken, rolt het bestuur de rode loper uit.’

Een gelijkaardige berusting verziekt ook de Antwerpse politiek zelf. Tot in het schepencollege zijn er politici die beweren dat de krachten waartegen hier gevochten wordt nu eenmaal te groot zijn voor een stadsbestuur. Dat we ons moeten schikken. Dat we in het allerbeste geval een klein beetje kunnen bijsturen.
Maar er is een wereld van verschil tussen bijsturen en besturen.

Zeven buurtcomités verenigden zich daarom in De Ploeg. Ze bestoken de lokale politici met oproepen om toch eindelijk eens ernstig naar het Kievitdossier te kijken, maar de reactie blijft uit. Heren en dames politici, schrijven ze: de dingen zijn niet wat ze lijken. De realiteit strookt niet met wat men jullie voorhoudt. Er komt helemaal geen gezellige vermenging van werken, wonen en diensten. De gelijkvloerse verdiepingen krijgen grotendeels blinde muren, zoals in een banaal industriepark. De dertig procent wonen waarover jullie schepencollege het heeft is in realiteit slechts zeven procent. Het plein waarnaar steeds verwezen wordt is simpelweg verdwenen. In de plaats worden acht bouwblokken naast elkaar neergepoot, zoals dat in de Sovjettijd nog gebruikelijk was. Dat wordt naar adem happen in die gesloten enclave in het hart van Antwerpen. Als er al geademd zal worden, want welke Antwerpenaar zal nog gebruik maken van dergelijke stadswoestenij?

‘Het project voor het Kievitplein isoleert de plek los van de stedelijke omgeving,’ schreef Vlaamse bouwmeester bOb van Reeth in een advies. ‘De zelfgenoegzaamheid van dit project kan moeilijk verzoenbaar zijn met openbaarheid en diversiteit.’ Helaas belandde zijn advies, samen met tientallen andere vernietigende adviezen van administraties, commissies, raden allerhande en buurtgroepen in de prullenmand. Want ingaan op de vele bezwaren zou de doodsteek betekend hebben voor de vulgaire vastgoedoperatie die het project uiteindelijk werd.

Nu het gebouwencomplex uit de bouwput oprijst, wordt stilaan zichtbaar hoe in zichzelf gekeerd de wijk zal zijn overdag en hoe doods na de werkuren. Duidelijk wordt dat het Alcatelcomplex inderdaad een bastion wordt, staande op een sokkel van een halve meter hoog, waardoor elk contact met de omliggende straten uitgesloten is. Tastbaar wordt hoe de meeste wandelassen in het project effectief omgeven zijn door anonieme muren en hoe dat ene appartementsgebouw aan drie kanten ingeklemd zit tussen kantoorcomplexen.

In een ideale stad is er altijd en overal volk op straat. Onveilig, vuil en troosteloos wordt het in de verlaten hoeken van een stad, niet op plekken waar het bruist van het leven of waar toch tenminste passage is. Het voormalige Kievitplein wordt zo’n verlaten hoek.

Halfweg oktober vroegen de buurtgroepen een dringend onderhoud met de burgemeester en zijn schepen van ruimtelijke ordening. Face to face wilden ze nog een laatste keer verduidelijken waarom de kantoorwijk een ramp betekende voor Antwerpen. Met een visueel tegenvoorstel wilden ze meteen ook aantonen dat de vraag naar kantoren wél op een elegante en doordachte manier gekoppeld kan worden aan wonen en ontspannen binnen dezelfde wijk.

Kom eens af over twee maanden, kregen ze als reactie. Zou de projectontwikkelaar ook zo behandeld worden bij eenzelfde verzoek? Of de Chinese holding die een belangrijk contract wil afsluiten met het havenbedrijf? En de diamantsector die om een gesprek vraagt? Twee maanden betekenen een enorm verschil, want op die tijd staan er alweer een paar verdiepingen ondergrondse ruwbouw bij en wordt het bouwproces steeds onomkeerbaarder. Waarover dient dan nog gepraat?

Men doet alsof men de burger inspraak geeft, maar tegelijk wil men de controle over het verloop van het proces niet afgeven. Dat heeft deels te maken met een onderling wantrouwen binnen het schepencollege, en met de onwil om meerderheidsoverleg te plegen rond heikele dossiers. Mede daardoor loopt de interne communicatie stroef en inefficiënt, wat dan weer de zo noodzakelijke teamspirit negatief beïnvloedt.

Antipolitieke sentimenten, wrevel en een extreem-rechtse oppositie die garen spint? Wij weten gedeeltelijk waarom. Een politiek die zijn bevolking wantrouwt, oogst finaal immers ook wantrouwen bij de mensen. En gelatenheid en het opkroppen van frustratie, want het volk gelooft niet langer in het op straat komen om zijn stem te verheffen.

Manu Claeys
voor De Ploeg