![]() | ![]() |
![]() De Ploeg Kievitbuurt Klooster en kerk In de pers
Inschrijven op de nieuwsbrief?
Geef dan hier je emailadres: |
bOb van Reeth over de ontwikkeling van de
stationsbuurt
Nota betreffende de kwaliteitsopvolging van de projecten voor het VAC - Antwerpen. 22/03/04 1. Inleiding: Binnen de beleidsuitgangspunten voor het kwaliteitsbeleid van de Vlaamse Administratieve Centra, is door de regering duidelijk gesteld dat deze gebouwen voor de bevolking een signaalfunctie hebben met betrekking tot de wijze waarop die overheid een voorbeeldig architectuurbeleid voert en gestalte geeft aan de herkenbaarheid en de toegankelijkheid. Tegelijk dient de keuze van een locatie een bijdrage te zijn aan een positieve aanpak van de mobiliteit en een volwaardige inpassing in een kwalitatieve en stedelijke leefbare omgeving. Deze algemene uitgangspunten dienen zowel van toepassing te zijn voor het maken van een nieuw gebouwenpatrimonium als voor het huren of het realiseren van projecten in een gemengde formule tussen overheid en privé. De toepassing van deze beleidsuitgangspunten werd geconcretiseerd in het patrimoniumbeleid van de Vlaamse Bouwmeester waarbij in eerste orde de voorbeeldrol van de Vlaamse overheid als opdrachtgever of als partner of als huurder centraal staat. Om deze voorbeeldigheid te kunnen beoordelen werden volgende criteria vooropgesteld: Elk project moet aansluiten op- en kaderen in een kwalitatief masterplan en op zich een meerwaarde betekenen voor de leefbaarheid van de stedelijke omgeving. 2. Situering van de stedelijke ontwikkelingen rond het station - Antwerpen. Het VAC - Antwerpen maakt deel uit van het spreidingsplan voor de bouw van VAC's. Men moet echter stellen dat de uitgangspunten voor het bestaande gebouw niet meer aansluiten op het beleid van vandaag en dat het bestaande gebouw noch op het vlak van duurzaamheid, noch op het vlak van kwaliteit aan de huidige kwaliteitsverwachtingen beantwoordt. Dit betekent dat men kan stellen dat dit gebouw op het vlak van culturele duurzaamheid niet kan gerekend worden tot het vast patrimonium van de Vlaamse Gemeenschap. Verder onderzoek naar de mogelijkheden voor een VAC in Antwerpen blijft dus vooropstaan. De Aanleg van de TGV en verbouwing van het station hebben van die verwaarloosde stedelijke plek met een bewogen geschiedenis een cruciale plek voor nieuwe stedelijke ontwikkeling gemaakt. Met het oog hierop werd terecht door de stedelijke overheid in overleg met de NMBS gevraagd een kwalitatief masterplan te ontwikkelen voor dit gebied juist omwille van de grote betekenis van die plek voor de stad. De opdracht werd uitgevoerd door het bureau MDRDV en werd door iedereen als volwaardig uitgangspunt aanvaard. Belangrijke elementen van dit masterplan waren:
Deze principiële uitgangspunten waren ook voor de Vlaamse Gemeenschap een goede basis om de positie van het VAC Antwerpen en de vraag naar uitbreiding bespreekbaar te maken. De verdere opvolging van het masterplan naar concretisering en de opmaak van het RUP heeft niet alleen de haalbaarheid en de interpretatie van het masterplan bevraagd maar heeft ook de basiskwaliteiten van het masterplan uitgehold. Daardoor is bij de verschillende partijen die verschillende zones ontwikkelen geen enkele kwalitatieve standaard voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van dit gebied nog aanwezig en kan men met moeite nog gewagen van het feit dat de overheid een voorbeeldrol als bouwheer kan opnemen door zich met de ontwikkelingen op een van die zones te identificeren. Het project voor het kievitplein vernietigt door zijn interpretatie architecturaal en stedenbouwkundig de uitgangspunten van het masterplan en isoleert de piek opnieuw los van de stedelijke omgeving. De zelfgenoegzaamheid van dit project kan moeilijk verzoenbaar zijn met de herkenbaarheid openbaarheid en diversiteit als uitgangspunt. Het verruimingsproject voor het VAC ingediend door de groep GL is volledig geaxeerd op de inschakeling van het bestaande gebouw in een groter geheel. Dit uitgangspunt is ook in dit geval beperkt tot de projectgebonden aanpak en staat los van de basisprincipes van het masterplan. De uitwerking van een nieuw specifiek weefsel op die plek gaat totaal verloren en de diversiteit van bouwvolumes als raster voor een vandaagse stedelijke identiteit komt daarmee in het gedrang. De kwaliteit van het bestaande gebouw kan de toets van de culturele duurzaamheid niet doorstaan en de cosmetische benadering van het hergebruik heeft niets te maken met een wel begrepen culturele duurzaamheid. De culturele footprint van deze stedelijke plek met betrekking tot het geklasseerd stadsgezicht en de inpassing van de kerk is een moeilijke en belangrijke uitdaging. Wij menen daarom dat ook dit voorstel afwijkt van de kwalitatieve uitgangspunten van het masterplan en dat zelfs indien de overheid hier als huurder gebruiker zou optreden alleen het beleidspunt mobiliteit in beperkte mate wordt gerealiseerd. Wij stellen daarom voor dat de Vlaamse overheid zich met dit project niet zou identificeren als voorbeeldig opdrachtgever, en het onderzoek verder te zetten naar gebouwen die toch de herkenbaarheid van de overheid als voorbeeldig opdrachtgever en huurder kunnen profileren. bOb Van Reeth Lees hier de
mening van andere architecten en betrokkenen
|