Stad aan de Stroom: Antwerpen draait de klok terug

De Morgen, 17 mei 1994

Felle kritiek op plannen voor Nieuwe Zuid en vestiging Alcatell-Bell

De vzw Stad aan de Stroom, die in Antwerpen zorgde voor een aantal belangwekkende visies op de ontwikkeling van de stad, maar door het stadsbestuur aan de deur werd gezet, heeft felle kritiek geuit op het stedebouwkundig beleid van de metropool. ‘Antwerpen draait de klok terug en speelt stedebouwkundig paniekvoetbal.’

ANTWERPEN, eigen berichtgeving

De aanleiding voor de perskonferentie van de vzw Stad aan de Stroom zijn de plannen die door ontwikkelaar Eurostation (een NMBS-filiaal met participatie van aannemer Pieters-De Gelder) zijn ontvouwd voor het Nieuwe Zuid en die goedgekeurd werden door het Antwerpse kollege van burgemeester en schepenen. Het gaat om de NMBS-gronden waarvoor de Japanse architekt Toyo Ito destijds in opdracht van de Stad aan de Stroom ook een plan maakte. Een tweede aanleiding is de paniekerige manier waarop het stadsbestuur op zoek is naar een nieuwe vestigingsplaats voor het bedrijf Alcatell-Bell.

Karikatuur

In 1991-92 maakte de Japanse architekt Ito een plan voor de NMBS-gronden ten zuiden van de gedempte Zuiderdokken. Het was de bedoeling dat er een nieuwe, dynamische en open woonwijk zou komen die bewoners moest aantrekken die normaal uitwijken naar de groene rand rond Antwerpen. Ito plande naast ruimte voor wonen ook ruimte voor een commerciële en een recreatieve funktie, evenals voor de horeca en in beperkte mate voor kantoren. Al deze funkties liet de architekt vriendelijk in elkaar overlopen. De nieuwe plannen van Eurostation zijn echter een karikatuur van die van Ito. De wijk werd nu strak opgedeeld in aparte delen die elk aparte funkties moeten krijgen. Er is een reusachtige commerciële zone én een aparte bedrijvenzone die duidelijk getekend is met het oog op de vestiging van Alcatell-Bell. Bovendien heeft de woonzone een veel hogere bewoningsdichtheid gekregen. Geen huizen-in-de-stad met tuinen, maar op elkaar gestapelde appartementen. “Eurostation heeft elke vierkante centimeter willen gebruiken om geld te verdienen met het projekt”, zegt Jef Vanreusel van Stad aan de Stroom. Stad aan de Stroom werkte ongeveer vijf jaar aan het ruimtelijk ordenen van het Antwerpse stroomgebied. Dat deed de vzw in nauwe samenwerking met het stadsbestuur. Vorig jaar zegde het stadsbestuur die samenwerking op. “En men is nu hervallen in de oude manier van werken. De stad wacht tot er een ontwikkelaar met een plan komt en beoordeelt dan dat plan apart op zijn merites. Er is geen visie meer op een globale ontwikkeling van de stad. Antwerpen kijkt niet meer vooruit, maar holt de feiten achterna.”

Dat blijkt ook uit het partijtje paniekvoetbal rond de vestiging van Alcatell-Bell. Het bedrijf zoekt een nieuwe lokatie en dreigt de stad te verlaten als het die niet krijgt. Daardoor zouden er banen verloren kunnen gaan. “Het lijkt wel of Antwerpen bereid is lukraak gelijk welk terrein aan te bieden zonder na te denken over de gevolgen. In 1992 ging het stadsbestuur ermee akkoord om van de Konijnenwei een groene zone met een rekreatieve funktie te maken. Nu wordt ook dat terrein aan Bell aangeboden als vestigingsruimte. Dat gaat in tegen alle afspraken.”

Visie

Nochtans zijn er alternatieven. Alhoewel Stad aan de Stroom niet meer samenwerkt met het stadsbestuur en zich al zijn financiële middelen ontnomen zag, werkt de vzw nog voort met vrijwilligers. Zo heeft ze in samenwerking met de Columbia University in New York een stedebouwkundig plan ontwikkeld voor de zone tussen de Kennedytunnel en Hoboken. Op dat 200 hektare grote terrein bevinden zich nu de oude petroleumhaven, een spoorwegemplacement en de breekmolens van de stad Antwerpen. Volgens professor Richard Plunz van de Columbia University, die samen met zijn studenten de studie maakte, is dit gebied ideaal om aan stadsuitbreiding te doen. Het terrein is vrij snel bebouwbaar en is enorm gunstig gelegen, vlak naast de Schelde. De Columbia University heeft, uitgaand van het plan van Ito, een nieuwe wijk getekend die Hoboken en Antwerpen met elkaar verbindt. De wijk mondt uit op wat Plunz “de grootste groenzone van Antwerpen” noemt, namelijk de huidige Hobokense polder. Het stuk waar de petroleumhaven ligt is volgens Plunz ideaal om Alcatel-Bell te vestigen. Het is groot genoeg om er een soort Technopolis met spitstechnologische bedrijven tot ontwikkeling te brengen. Wat er volgens Plunz zeker moet komen, is een bedrijf dat de sterk door petroleum vervuilde bodem kan saneren. Als de sanering afgelopen is, kan het ook andere opdrachten aannemen. De plannen van Plunz en zijn studenten zitten in een beginfase, maar zijn in elk geval visionair. Plunz plant doortrekking van de Antwerpse leien tot Hoboken. Op die verkeersas zou ook de tram kunnen rijden. Hij ziet ook een tweede hoofdas lopen, recht naar de kathedraal, zodat Hoboken visueel in verbinding komt te staan met het oude stadscentrum. “Dit terrein is te waardevol om het in stukjes weg te geven”, zegt Plunz. “Je moet het eerst in zijn totaliteit aanpakken en daarna kan je het geleidelijk uitvoeren. Als je nu lukraak links en rechts wat bedrijven hun zin laat doen, dan ga je achteraf met de problemen zitten. Je ziet dat nu al met vestigingen zoals die van het Wijnegem Shopping Centrum of van Metropolis. Het is enorm moeilijk om achteraf de transportstromen naar die plaatsen te korrigeren. Als je een globale visie hebt, dan zit je hele transportsysteem daar meteen al in.”

Voor een grootstad als Antwerpen is het op zijn minst beschamend te noemen dat een visie op stedebouw geleverd moet worden door een stel vrijwilligers uit New York. Ook Stad aan de Stroom vindt dat Antwerpen zijn diensten planologie moet uitbouwen tot een studiecentrum voor stadsontwikkeling. Vooral wegens het feit dat de stedelijke centra in de toekomst aan belang zullen winnen, dringt zich de nood op aan een visie op stedebouw en ruimtelijke ordening. (JDZ)