Citaat bOb Van Reeth

Reactie van Vlaams Bouwmeester bOb Van Reeth op de aanvraag om een nieuw kantoor gebouw op te trekken op de plaats van het klooster, 22 maart 2004.

Geachte,

In opvolging van uw vraag tot advies betreffende de uitbreiding van een bestaand kantoorgebouw en de afbraak van beslaand klooster wens ik u na grondig onderzoek het volgende standpunt mee te delen.

In de eerste plaats wil ik stellen dat er van een vooroverleg met mij of mijn diensten in deze geen sprake is geweest en dat er derhalve niet aan de voorwaarde van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 werd voldaan.

Er kan in dit geval geen sprake zijn van onwetendheid daar de betrokken aanvrager sinds meer dan een jaar overleg heeft met de afdeling gebouwen.

Vervolgens wil ik er op wijzen dat bij dit dossier het zeker wenselijk zou zijn om met betrekking tot de aandacht voor duurzaamheid binnen de stedelijke ontwikkelingen niet alleen de integratie van het kerkgebouw te bekijken maar eveneens het hergebruik van het bestaande klooster te onderzoeken temeer daar de schaal van het klooster perfect aansluit bij het stedelijk weefsel aan de rand van het gebied dat in ontwikkeling is.

Wij willen er bijgevolg op wijzen dat alhoewel dit project buiten het masterplan valt dat werd opgemaakt door MDRDV, de stedelijke kenmerken van dit masterplan werden ontleend op basis van een analyse van het geheel van deze typische stedelijke plek. Dit betekent dat diversifiëring op kavelniveau, doorwaadbaarheid, ruimtelijke samenhang, fundamentele herwaardering van de openbare ruimte en een gebied waar intense ruimtelijk, culturele, socio-economische samenhang en verweving bestaat een voorwaarde zijn voor meerwaarde bij de ontwikkeling van dit gebied.

De voorliggende bouwaanvraag voldoet aan deze voorwaarden niet en daarom menen wij dat aan de voorwaarden van de vraag tot advies op basis van vooroverleg niet werd voldaan.

Lees hier de mening van andere betrokkenen