Een brug te ver

De Standaard

02-03-2005

AMPER een week nadat zeven Antwerpse buurtcomités, gesteund door StRaten-Generaal, hun juridische aanklacht over een sterk gecontesteerd bouwproject zagen stranden op een non-uitspraak (17 februari), zat Antwerpen al met een nieuwe stedenbouwkundige rel opgezadeld. Net als het Kievitpleindossier is ook het omstreden Oosterweelviaduct het resultaat van gebrek aan transparantie en zwak lokaal bestuur, waarbij het ene onlosmakelijk verbonden is met het andere. Deze twee-eenheid betekent een groter gevaar voor de democratie dan vele politici lijken te vermoeden.

Hoe het niet moet

De politieke manier van werken is in beide dossiers dezelfde. Eerst werd een ingrijpend masterplan goedgekeurd, zonder publiek debat. In mei 2000 voor de Kievitwijk, in december 2000 volgde het masterplan Mobiliteit Antwerpen. Met wat geluk ving de bevolking daar een paar echo's van op.

Vervolgens werd er een werkgroep of een beheersmaatschappij opgericht om de concrete realisatie van de projecten op te volgen. Wie zich binnen deze groep te kritisch opstelde, belandde al vlug op een zijspoor. In het geval van het Kievitplein werd het team dat de kwaliteit moest bewaken gewoon opgedoekt omdat het te weerbarstig was. In beide dossiers kregen stedelijke politici (commissieleden) te horen dat ze met hun fundamentele kritiek beter niet naar de pers stapten, want dan zouden ze een ,,moeizaam verkregen compromis'' in gevaar brengen. Over dat compromis onderhandelden politici, kabinetsmedewerkers, ingenieurs, ambtenaren, bestuurders van het havenbedrijf en investeerders in besloten kring. Daarbinnen ontstond een milde omerta. De geheimhouding raakte ingebakken in het hele traject.

De bewoners van de Kievitwijk kregen pas twee maanden voor de toekenning van de bouwvergunningen een maquette te zien. De consternatie was groot, maar toen had het project natuurlijk al een point of no return bereikt.

Het verhaal van de Oosterweelverbinding is nog schrijnender. Voor het Kievitplein organiseerde de overheid ten minste openbare onderzoeken, waarbij adviezen werden ingewonnen en bezwaarschriften ingediend. Voor wat een lokale politicus onlangs nog ,,het bouwproject van de eeuw'' noemde, bleek zelfs dat niet nodig. Meer nog: het publiekelijk tonen van de tuibrugmaquette moest afgedwongen worden.

Vlak voor de krokusvakantie schrok het Antwerpse schepencollege bij het zien van de Oosterweelmaquette. De reactie illustreerde op pijnlijke wijze dat het stadsbestuur al die jaren niet wist waar het over ging of dat het onvoldoende weerwerk bood.

En zo kan het gebeuren dat men ineens moet vaststellen dat de tuibrug toch wel een grote visuele impact heeft op het Eilandje, waar de prille stadsontwikkeling gehypothekeerd dreigt te worden. De groene zone van het Noordkasteel, de Zeevaartschool met de geplande uitbreiding, het restaurant Het Pomphuis, de onlangs geopende kunsthal Extra City, het woontorenproject aan de Kattendijkdok: allemaal krijgen ze ineens een gigantisch viaduct in het gezichtsveld.

Geëist werd ondertussen dat de maquette op 3 maart aan de volksvertegenwoordiging getoond wordt. Maar volgt er ook een debat in de gemeenteraad? Komt er een openbaar onderzoek? Hoorzittingen? Een referendum?

De beslissing van de Vlaamse regering is gepland voor ergens in april.

In de laatste rechte lijn een publiek debat organiseren, hetzij in raden of op straat, is niet meer dan een rondje schijninspraak toelaten waarbij hooguit frustraties gekanaliseerd worden.

Hoe het wel moet

Hoe moet zo'n project dan wel aangepakt worden? Met minstens vier basisregels.

  1. Streef een brede en intelligente coproductie na in plaats van eenrichtings-pr. De drie miljoen euro die nu aan een communicatiebureau betaald wordt om de Oosterweelbrug aan de man te brengen had men beter besteed aan actief zoeken naar participatie bij de bevolking. Een stadsbestuur dat van in den beginne het publieke debat stimuleert, zal op een correcte manier een draagvlak vinden voor bouw- en andere projecten. Het zal ervaren dat dat ook in het voordeel van de overheid is. Gesteund door een publieke opinie staat ze immers sterker in onderhandelingen met private belangengroepen. Intelligente inspraak vormt zo het wezen van een democratie die het algemeen belang behartigen wil. Het tegendeel van dit soort inspraak - waarbij inhoud en juiste informatie centraal staan - is de marketing, die ons in de rol van consument dwingt.

  2. Ga gefaseerd te werk en betrek de bevolking bij elke fase. Organiseer eerst een verkenningsronde, op basis waarvan een visie gevormd wordt. Waak erover dat niemand op achtervolgen aangewezen is wanneer je informatie inwint. Voorkennis binnen beperkte kring en documenten 'niet ter verspreiding' zijn uit den boze. Vermijd het scenario waarbij een kleine groep voortijdig de krachtlijnen bepaalt en verregaande engagementen aangaat met investeerders, bouwheren, cliënten. Durf als regisserende overheid ook 'los te laten', vertrouw alle krachten in de civiele samenleving en laat ze hun werk doen. Vergeet niet tijdens de visievorming te zorgen voor een mobiliteitsstudie, een milieueffectrapport, een sociaal effectenrapport en uiteindelijk een wettelijk uitvoeringsplan. Als dat allemaal achter de rug is en het maatschappelijk draagvlak voldoende breed blijkt, kun je overschakelen naar een concrete uitwerking van het project, kun je vergunningen verlenen en aanbestedingen uitschrijven.

  3. Zoek verfijning binnen de inspraak door middel van een getrapte aanpak. De klassieke inspraak (lokale infoavonden, hoorzittingen, in te dienen bezwaarschriften bij openbare onderzoeken enzovoort) blijkt niet te werken. Ze wordt te veel 'van bovenaf' gedirigeerd, weegt te licht en levert in de praktijk vooral een vergaarbak van kleine en grote individuele bezwaren op. Beter is het om verschillende niveaus tegelijkertijd en op aangepaste wijze hun gang te laten gaan, van breed naar gespecialiseerd, waarbij het georganiseerde middenveld, ngo's en actieve buurtcomités als ideale schakels kunnen fungeren tussen de individuele burger en de overheid.

  4. Gooi nooit ofte nimmer het gratuite 'nimby-verwijt' op tafel. Bij Voka luidde het: ,,Dit viaduct is misschien niet aangenaam. Maar we kunnen niet voor het 'nooit-in-mijn achtertuin'-syndroom alles stilleggen'' ( Gazet van Antwerpen , 24 februari). Wie dat argument hanteert, is ten einde raad en probeert een fundamenteel debat uit de weg te gaan. Wat in wezen een logische en eerbare reflex is - namelijk waken over de kwaliteit van de onmiddellijke leefomgeving - wordt verdacht gemaakt. Het nimby-argument is een schandelijk argument, want men plaatst mensen in de hoek van egoïsten die het algemeen belang in de weg zouden staan.

Doe het voor het sentiment

De kwaliteit van een beslissingsproces zal grotendeels de kwaliteit van een project zelf bepalen. Een overheid die dat negeert, zal zich meer en meer met rechtszaken geconfronteerd zien en, erger nog, met toenemend wantrouwen en cynisme bij de bevolking. Of omgekeerd: geen intelligente inspraak uitlokken is altijd riskant, zowel voor het lot van het project dat ter discussie staat als voor het sentiment ten aanzien van de politiek. Druk een beslissing dus niet door als het verzet te breed blijft. Probeer de mensen mee te krijgen, of doe het gewoon niet.

Op 25 februari besliste het Antwerpse stadsbestuur om alsnog te laten onderzoeken of er een alternatief mogelijk is voor de Oosterweelbrug. Een belangrijk keerpunt. De wanhoop straalt af van deze poging om na vijf jaar onderzoek op enkele weken tijd een second opinion te krijgen. Maar van belang is dát het bestuur zoiets aandurft, ondanks het risico dat de plotse procedure bij hoogdringendheid belachelijk gemaakt wordt en ondanks de vrees bij sommigen dat ook dit slechts een schijnoperatie is om de gemoederen te bedaren.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe
(De auteurs schreven deze bijdrage namens StRaten-Generaal , een vereniging uit het Antwerpse die zich bezighoudt met burgerdemocratie en participatie. )