Inspraakprimeur

Gazet van Antwerpen

14-11-2005

Wim Daeninck, Opinie

Mijn oudste zoon heeft geen wandklok nodig. Vanuit zijn woonkamer kijkt hij pal op de toren van de Antwerpse kathedraal. Al even gotisch is het drukke stadsleven in de smalle straatjes van de binnenstad, drie verdiepingen lager. Zoals zoveel jonge mensen koos hij, in ruil voor minder comfort en een hogere huurprijs, voor het boeiende en vermoeiende leven in de stad. Meer jonge mensen aantrekken, het liefst van al tweeverdieners met kinderen, dat is voor Antwerpen van levensbelang. En dus wordt er bij nieuwe woonprojecten maar beter rekening gehouden met de verzuchtingen van de huidige én de toekomstige inwoners.

Een stad aantrekkelijker maken om er te wonen en te werken, is continu nadenken over hoe je de schaarse publieke ruimte invult.

Dat constante spanningsveld tussen leefbaarheid/bereikbaarheid en kostenefficiëntie/winst - tussen mens en beton, zeg maar - leidt bijna onvermijdelijk tot conflicten. In het verleden ging het stadsbestuur er nogal eens met de grove borstel door. Planologen en projectontwikkelaars kregen dan vrij spel. En als er al sprake was van inspraak, dan leidde die zelden tot een resultaat waarmee de buurtbewoners zich konden verzoenen. Dat zorgde voor wrevel en frustratie.

De tribulaties rond het Kievitplein - de wijk achter het Centraal Station - zijn daar een schrijnend voorbeeld van. Pas na maanden van fel buurtprotest en rechtszaken vonden actiecomités en ontwikkelaar elkaar in een nieuwe bouwaanvraag, die wél rekening hield met het eisenbundel van de bewoners. Met dat spookbeeld voor ogen werkte het Antwerpse stadsbestuur rond het dossier van het Militair Hospitaal een dubbele inspraakprocedure uit. Een al even uniek als lovenswaardig initiatief om de Antwerpenaar te betrekken bij de concrete uitwerking van de plannen voor dit 7,7 hectare groot stuk stad. De kandidaat-kopers kregen op voorhand de wensen van de bewoners mee.

En nu er drie projecten op tafel liggen, kunnen de directe betrokkenen ook nog eens hun voorkeur uitspreken, vooraleer de jury de knoop zal doorhakken. Uiteraard beslist die autonoom, maar het feit dat zij dat kan doen op basis van álle criteria, is een mooie primeur. Kan het nog beter? Ja, het kan. Niet iedereen is even bedreven in het lezen van abstracte plannen.

De ambtenaren in het districtshuis van Berchem, waar de drie projectontwikkelaars hun geesteskind tentoonstellen, zouden de geïnteresseerde burgers tekst en uitleg kunnen geven. Maar ze mogen niet, uit angst procedurefouten te maken (lees: hun voorkeur te laten blijken). Het is dus aan de ontwikkelaars om hun plannen zo helder mogelijk te vertalen. Ook in hun eigen belang, trouwens. We vangen ook op dat niet alle politici en ambtenaren even overtuigd zijn van het nut van deze nieuwe inspraakprocedure. Zij kennen de materie, zij weten het beter en spelen liever solo slim. Met het oog op een toekomst waarin de Antwerpenaar veel meer betrokken wordt bij het beleid, en dus ook fierder kan zijn op de stad die hij zelf mee uittekent, hopen we van harte dat zij in de minderheid zijn en blijven.