Kievitbuurt verdeeld over groot ontwikkelingsproject, joodse gemeenschap hoopt op opwaardering

Gazet van Antwerpen

15 april 2004

"Afwachten, wat wij eraan zullen hebben"

"Kijk 'ns naar de straat, 't is schandalig. 's Morgens razen de camions vanaf 5.30u door de buurt, ze houden geen rekening met de bewoners. Goed dat het Switel weg, maar 't is maar te hopen dat ze er nu iets goeds van maken, want de mensen zijn het stilaan beu." Aron Weingarten (45) is geboren en getogen in de Lange Kievitstraat. In de nacht van 31 december 1994 heeft hij de eerste slachtoffers van de brand in het Switel in zijn huis verzorgd.

Vader Weingarten heeft zich na de Tweede Wereldoorlog in de Lange Kievitstraat gevestigd. Er kwamen tien kinderen, onder wie Aron. Als ik hem opzoek, zie ik een buurvrouw tevergeefs het stof van de vensterbank vegen. Het heeft geen zin, want een voorbijrijdende truck blaast net een vers laagje stof op.
"Het was hier fantastisch om op te groeien", vertelt Aron, nu zelf vader van acht kinderen. "De Provinciestraat, de Carnotstraat, zelfs de Lange Kievitstraat, het was allemaal high society. Op zeer korte termijn is alles kapot gegaan, en de stad heeft lijdzaam toegezien zonder in te grijpen. Nu concentreren ze zich op de Seefhoek, en wij worden weer vergeten. Ik stoor me niet echt aan het Borgerhouts ghetto, ik ken hier veel Marokkaanse families in de buurt, en die doen geen vlieg kwaad. Maar als ze op klaarlichte dag drugs beginnen verhandelen voor je deur, dan wordt het wel te veel. Daarom leven wij aan de binnenkant van ons huis, en niet op straat."

Over spanningen tussen joden en moslims in de buurt en het rechts stemgedrag van de joodse gemeenschap als gevolg daarvan wil Aron Weingarten niet veel kwijt. Ook niet als ik hem vertel dat die informatie mij is toevertrouwd door een hooggeplaatst figuur binnen de chassidische gemeenschap in Antwerpen. "Wij willen geen wraak, wij hebben trouwens niet de mentaliteit om anderen af te straffen. Joden zijn onderhandelaars, bemiddelaars. Maar wij zijn wel teleurgesteld in het beleid van deze stad. Hier moest iets gebeuren, maar zal de heraanleg van het Kievitplein iets opbrengen voor de buurt? Komen er echt wel woningen in die blokken? De mensen zijn de overlast van de werken alleszins beu. De situatie is ronduit gevaarlijk. 's Morgens razen de camions door de straat terwijl er dagelijks honderden schoolkinderen passeren. Moet er eerst iets ergs gebeuren vooraleer ze ingrijpen?"

Woest

Nog meer scepticisme voel ik bij Jef Laenen, een van de 22 eigenaars in de Van Immerseelstraat die onteigend wordt voor de aanleg van een tunnel die naar een ondergrondse parking leidt. Hij is ronduit woest op de stad, die de onteigening te lang heeft laten aanslepen, zodat hij op zeer korte tijd een nieuwe woonst zal moeten vinden. "De stad houdt totaal geen rekening met ons. Al meer dan twee jaar ondervinden wij dagelijks hinder van de werken. Het werfverkeer, het stof, het gebrek aan parkeerplaatsen. Maar denk je dat de stad beweegt? Van boven pront, van onder stront, zeggen ze in de Kempen, en 't is verdomme waar. Gelukkig zijn de buurtbewoners door die ellende dichter bij elkaar komen te staan. Met onze buurtgroep Kievit volgen we de zaken op de voet, en dat heeft ons geleerd dat deze buurt niks aan dit hele circus zal hebben. Hoge, lelijke spiegeltorens die tegen vijven leeglopen, verkeers- en parkeersoverlast in de buurt, en 's nachts een doodse plaats waar criminelen zich over zullen verkneukelen."

Later spreek ik een oudere joodse man, die absoluut anoniem wil blijven. Hij vertrouwt me toe dat de Belzer-gemeenschap, zoals de joden in de Kievitbuurt heten, blij zijn met de heraanleg van het Kievitplein. "Dat zal de verdere verloedering tegengaan, en ook de spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen verminderen. Wij hopen dat deze buurt 'zuiver' blijft, maar wij leven in angst en zijn voortdurend op onze hoede. Tot twee jaar geleden liepen de spanningen geregeld op, maar de politie heeft dat zeer streng in de hand gehouden. Kijk, wij zijn niet bevriend met de moslims, maar wij doen er alles voor om hen niet voor de voeten te lopen. Ons leven is geënd op religie, maar die religie sluit niemand uit, en wij haten de anderen niet. Ook het onderwijs in onze scholen in de buurt, in de Van Spangenstraat en de Van Immerseelstraat, staat het geloof centraal. Wij willen ons niet isoleren, maar om onze identiteit te kunnen behouden, houden wij een denkbeeldige muur rondom ons. Inderdaad geen tv, geen internet, maar dat maakt niet dat wij ons hier niet thuis voelen. Wij zijn Belgische burgers, en ook wij delen in de klappen. Het is een fabeltje dat de joden allemaal rijk zijn, zeker niet in deze buurt. Veel joden zijn hier trouwens weggetrokken en hebben meer comfort gevonden aan de andere kant van de spoorweg. De werkloosheid onder de jonge mensen is ook bij ons zeer hoog, vooral sinds de diamantindustrie verzwakt is. Heel weinigen kunnen er hun boterham nog verdienen. Maar gelukkig leeft er een grote solidariteit onder de joden, wij helpen elkaar als het niet meer gaat."

Het razende werfverkeer en het stof hebben me zenuwachtig gemaakt, dus stap ik binnen in Hammam de Magreb in de Leeuwerikstraat en laat er het Switel-stof verdampen. Enkele Marokkaanse vrouwen zitten tijdens het stomen rustig te keuvelen. Ik heb even geen zin om te peilen naar hun thuisgevoel in de wijk, en ik blijf rustig genieten.
"Kom je hier vaak?", vraagt een van de vrouwen me. Het komt tot een heerlijke kletspartij over kinderen, mannen en opvoeding. "Kinderen moeten kunnen spelen, maar hier is nergens plaats", vat Monia (39) de problemen in één zin samen. "Daarom lopen ze zo vaak op straat. En als ze zich vervelen, worden sommigen stout."

Karin Vanheusden