Kievitplein-mythologie

Februari 2005

Antwoorden op 10 instinkers, valkuilen, dooddoeners en doordenkers die u van pas kunnen komen in het debat over het Kievitplein…

1. “Er komt 30 % woningen op het Kievitplein.”

Niet waar:
Er komt 7 % woningen, namelijk een zestigtal eenkamer-appartementen ofwel één kleine woonblok tussen vijf nieuwe kantoortorens en het reeds bestaande administratieve centrum van de Vlaamse Gemeenschap.

Om de indruk te wekken dat een uitgangspunt van het oorspronkelijke masterplan van het Rotterdamse architectenbureau MVRDV – in 2000 door het College goedgekeurd – gerespecteerd werd (nl. één derde woonfunctie), gebruikte men bij de opmaak van het gewestelijk uitvoeringsplan een semantisch trucje. Er werd minimaal 30 % ‘verblijfsgelegenheid’ voorgeschreven, waarvan in de praktijk maar liefst 23 % een hotelfunctie krijgt. Weinig hotelgangers domiciliëren zich evenwel op hun hotelkamer. Hoe welkom ook in onze stad: ze blijven passanten die weinig bijdragen tot het versterken van het lokale sociale weefsel. Net met het oog op dit laatste voorzag MVRDV één derde woonfunctie.

Ook met de verplichting van minimaal 50% publiek toegankelijke ruimte op het gelijkvloers werd creatief omgesprongen. Nu vallen daar ook het cybercafé, de demoruimte, het bedrijfsrestaurant en … de logistieke ruimte van Alcatel onder. Je hebt wel een pasje nodig om er te geraken.

2. “Het dossier is een erfenis van het vorige stadsbestuur.”

Fout:
6 leden van het huidige College, dus een meerderheid, zetelden ook in het vorige College dat op 3 juli 2002 de finale en fatale toezeggingen aan Alcatel/Robelco deed. De huidige burgemeester en de huidige schepen van ruimtelijke ordening waren toen prominente leden binnen hun fractie – ze onthielden zich van commentaar. Het is bovendien het huidige College dat alle bouwvergunningen verleende en alle openbare onderzoeken rond de bouwaanvragen organiseerde én evalueerde. Kansen genoeg dus om in te grijpen.

Ten slotte: de eerste spadensteek in het Kievitplein (april 2004: bouwattest) vond pas plaats zeven maanden nadat het huidige college samengesteld werd (september 2003). Met het bovengrondse complex begon men nog eens zeven maanden later (november 2004).

3. “Het wordt in elk geval beter dan wat er vroeger was, namelijk een desolate vlakte.”

Variant: “Het Kievitproject draagt bij tot de opwaardering van de wijk.”

Niet relevant:
Het gebied waar zich vroeger het Switelhotel en aanpalende parkeerterreinen bevonden was inderdaad troosteloos. De Kievitwijk stond twintig jaar lang te verkommeren precies omdat het gebied als een achtergestelde wijk behandeld werd, niet omdat zorgzaam omgesprongen werd met dit stukje Antwerpen. Dit nu inroepen als argument om onevenwichtige stadsontwikkeling goed te praten, is niet correct.

4. “We begrijpen de bekommernissen van de bewoners, en precies daarom zal de stad waken over een goede invulling in de zones rondom het Kievitplein.”

Onvoldoende:
Het is goed dat politici en anderen deze intentieverklaring afleggen, maar het Kievitplein blijft hét centrale element van de wijk. Wie dat stuk verknoeit, krijgt het sociale functioneren in de rest van de wijk niet meer rechtgetrokken. Nergens anders in de wijk is er nog plaats voor pleinvorming noch voor een maximale publieke toegankelijkheid op het gelijkvloers, terwijl net dit stuk om die invulling schreeuwt. Het ligt immers vlak voor het tweede stationsgebouw en aan de zuidkant van de Zoo, die daar een tweede ingang kan maken. Bovendien vormt het Kievitplein de belangrijkste en kortste verbinding tussen het stadscentrum en de zuidoostelijk gelegen wijken (Zurenborg, oud-Borgerhout, de Seefhoek en de Kievitwijk zelf), waar zo’n dertigduizend Antwerpenaren wonen.

5a. “Het architectenbureau MVRDV had evenmin een plein voorzien.”

Flauw:
MVRDV voorzag twee derden publiek domein, ingericht als open en gestructureerde ruimte, tegenover een derde bebouwing. Nu wordt precies het tegenovergestelde ontwikkeld: er komt 8.000 m² bouwoppervlakte op een perceel van 12.000 m². Een masterplan – het woord zegt het zelf – is overigens geen concreet ontwerp. Het masterplan van MVRDV tekende een aantal basisprincipes uit (vermenging van functies, open ruimte, diversiteit in architectuur, enz.), waaruit vervolgens inrichtingsplannen resulteerden opgemaakt door de projectontwikkelaar. Het masterplan van MVRDV liet alle ruimte voor pleinvorming. Daar werd echter niet voor gekozen.

5b. “In het plan van MVRDV kwam een toren van meer dan 100 meter – is dat wat de bewoners willen?”

Intellectueel oneerlijk:
In april 2002 maakte het architectenbureau MVRDV i.o.v. projectontwikkelaar en grondeigenaar Robelco en op vraag van het stadsbestuur op twee weken tijd een aantal uiteenlopende denkoefeningen over de inplanting van Alcatel op het Kievitplein. Dit resulteerde niet in ‘het plan van MVRDV’, maar in verschillende piepschuimen simulaties. Sindsdien voert de projectontwikkelaar één van die vele, vlug geschetste simulaties op als ‘het plan van MVRDV’. Dit gebeurde laatst nog tijdens de persconferentie van Robelco en Alcatel op 21 december (persmap blz.20).

Overigens: niet de hoogte van bepaalde gebouwen vormt het hoofdprobleem binnen het huidige concept, wel de inplanting en de invulling ervan. Hoogbouw kan op zijn plaats zijn in het Kievitproject, zeker aan de stationszijde en weg van het beschermde landschap dat de Zoo vormt.

5c. “Het MVRDV-voorstel om een ‘doorwaadbaar’ gebied te creëren werd gerespecteerd.”

Onjuist:
het Kievitplein krijgt een dominante kantoorinvulling. Na de werkuren wordt het een verlaten plek, met anonieme wanden (lange blinde muur Zoo, kantoorgevels Alcatel, Vlaamse administratie, business center, hotelfaçade) die uitnodigen tot sluikstorten, vandalisme, drugs dealen en kleine criminaliteit. Niet bepaald de plek om je kinderen door te sturen, gaven inmiddels ook verantwoordelijken van Robelco en Alcatel toe, ‘al kunnen camera’s en een goede verlichting veel verhelpen’ (sic).

De vier gebouwen van Alcatel worden overigens verbonden d.m.v. een atrium dat afgesloten is voor het publiek. De helft van het Kievitplein wordt op die manier één groot kantoorgebouw. De gemachtigde ambtenaar van de Vlaamse gemeenschap zag daar geen graten in: in zijn advies erkende hij dat deze helft van het gebied niet langer doorwaadbaar was, maar het bleef wel ‘visueel doorlaatbaar’. Het ontwerp werd bijgevolg goedgekeurd.

6. “Waarom komt de buurt zo laat met het protest?”

Selectief geheugen:
verschillende buurtcomités en individuele bewoners hekelen al sinds dag één het huidige project; alleen is het nu geradicaliseerd (kraak klooster, juridische actie, niet langer zelfcensuur bij buurtcomités die een wankele coalitie willen sparen, massaler karakter). Verenigd onder de koepel ‘Van Kievitaal Belang’ dienden ze in het verleden bezwaarschriften in, organiseerden ze protestacties in het Centraal-Station, uitten ze kritiek tijdens infoavonden, enzovoort. Sinds september 2003, toen het huidige bestuur ten stadhuize trok, vroeg het collectief van buurtcomités zesmaal een gesprek met de burgemeester. Het kwam er maar niet van.

In de nazomer van 2004 beslisten zeven buurtcomités om, in een uitgebreide versie, met een strijdvaardiger ingesteldheid en onder de naam De Ploeg, samen met StRaten-Generaal pers, politici en publiek op andere manieren met hun grieven te bestoken. Dossierkennis, een goede website, tonnen energie en tijd, de kraak van een klooster (door de Anarchistische Bond), creatieve actievoering, ontelbare vergaderingen, velerlei fundraisingactiviteiten en ten slotte een juridische procedure bleken nodig om het verhaal eindelijk breder naar buiten te krijgen. Blijkbaar worden bewoners alleen gehoord wanneer ze keihard op tafel slaan en ‘tegenpartijen’ in het nauw drijven.


Reeds in september 2003 voeren buurtbewoners van het Kievitplein actie in het Centraal Station.

7. “Niet overdrijven hè: het wordt toch geen Brussel-Noord?”

Inschattingsfout:
het Kievitplein ligt op een plek waar zich nu al veel kantoren bevinden. Palend aan de bouwwerf staan het administratief complex van de Vlaamse Gemeenschap en het hoofdgebouw van het Scoutsverbond; vlakbij in de zijstraten vinden we de bouwblok van de VDAB/RVA, het administratief centrum van de stedelijke diensten en het hoofdgebouw van de chassidische gemeenschap. Aan de overkant van de spoorweg, in de Diamantwijk, staan alleen kantoorgebouwen. Uitgerekend in het hart van dit alles kiezen voor de ontwikkeling van nog maar eens een kantoorwijk is op zijn minst onverstandig. Bovendien is het kantoorcomplex ‘Kievitplein’ slechts de eerste fase van een groter project dat zich langs de spoorweg uitstrekt over een gebied van een halve kilometer lang. Ook daar wordt hoofdzakelijk aan kantoorontwikkeling gedacht. Tel alles samen en je hebt … Brussel-Noord.

8a. “Het is al een evenwichtig compromis, tot stand gekomen in overleg met alle belanghebbenden.”

Zand in de ogen:
symptomatisch voor de frustratie over het gebrek aan inspraak is het bezwaarschrift van het vlak naast het Kievitplein gehuisveste Vlaams Verbond van Katholieke Scouts en Meisjesgidsen: ‘Ondanks herhaalde vraag is VVKSM niet betrokken bij het gewestelijk RUP, dit in tegenstelling tot private ontwikkelaars voor wie een plan “op maat” gemaakt wordt door de Vlaamse regering, die huidige eigenaars opzij schuift voor de belangen van projectontwikkelaars.’
De Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening antwoordde hierop: ‘Vanuit procesmatig oogpunt betreurt Vlacoro dat de VVKSM zich in dit dossier gepasseerd voelt door het Vlaamse planningsniveau, terwijl uit de toelichtingsnota bij het RUP blijkt dat de visie van het RUP onder meer op basis van een overleg tussen de stad, de Vlaamse overheid en de projectontwikkelaar en architecten van een van de zones verder verfijnd is.’

De Vlacoro erkent dus dat de projectontwikkelaar en de architecten van het complex op het Kievitplein direct betrokken partijen waren bij het opmaken van het wettelijk kader, terwijl ‘mindere’ medespelers als de VVKSM (die er toch zijn hoofdzetel heeft), de joodse gemeente Belze Antwerpen (de grootste synagogegebonden gemeenschap van Antwerpen), de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde (als belangrijkste toeristische dagattractie van Vlaanderen) of bewoners(groepen) zich tevreden moeten stellen met het post factum indienen van bezwaren, wanneer de hoofdlijnen van het GRUP ‘HST-station Antwerpen – Omgeving Kievitplein’ al grotendeels vastliggen.

8b. “De buurt kreeg reeds eerder inspraak, tijdens de openbare onderzoeken rond het gewestelijk uitvoeringsplan en de bouwaanvragen.”

Schijnmanoeuvre:
alle bezwaarschriften ingediend door de buurtcomités en bewoners werden onontvankelijk verklaard of genegeerd. De krachtlijnen van het hele project lagen vast sinds juli 2002 (= principiële goedkeuring van de inplanting en het volume van de gebouwen door het college). Wie daarna nog fundamentele kritiek leverde, kon het vergeten – zelfs de Antwerpse districtsraad, de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening, de Welstandscommissie, de Vlaamse bouwmeester en de stadsbouwmeester, die allen herhaaldelijk negatief adviseerden. Slechts twee instanties adviseerden positief: de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening en de gemachtigde ambtenaar van AROHM. Toevallig of niet de enige twee instanties die bindend advies leverden. Conclusie: twee organen op het niveau van het Vlaamse gewest vonden dit een goed project; alle geraadpleegde Antwerpse adviesraden en alle buurtcomités niet.

9a. “Zijn de buurtbewoners misschien tegen werkgelegenheid?”

Variant: “Alcatel vertrekt uit Antwerpen als we nu nog terugkomen op eerder aangegane engagementen.”

Valse retoriek/chantage:
hier wordt ingespeeld op de virtuele tegenstelling tussen economie en ecologie (in de betekenis van: leefomgeving). De buurtcomités stellen al jaren dat de door Alcatel voorgehouden werkgelegenheid perfect te combineren is met een boeiend en mensvriendelijk stedenbouwkundig concept. Nu vormt het Kievitproject een ‘zelfgenoegzaam’ project, zoals Vlaamse bouwmeester bOb van Reeth het in een adviesnota van 22 maart 2004 formuleerde: ‘Het project voor het Kievitplein vernietigt door zijn interpretatie architecturaal en stedenbouwkundig de uitgangspunten van het masterplan en isoleert de plek opnieuw los van de stedelijke omgeving.’ Isoleer de economische wetmatigheden niet van de woon- en ontspanningskwaliteit, vragen de buurtcomités. En hou op met te beweren dat ook maar iemand in de buurt tegen werkgelegenheid zou zijn.

Overigens: bij verhuizing naar een andere plek moet Alcatel van nul beginnen – en ook dat vraagt tijd. Bovendien is ‘werkgelegenheid’een vals argument op zich, want wanneer Alcatel naar andere oorden trekt, vervalt natuurlijk niet de werkgelegenheid – ze verhuist alleen mee. Plus: werd ooit berekend wat een multinational wiens werknemers vooral buiten de stad wonen (vandaar de inplanting nabij het station) aan financiële meerwaarde oplevert voor de stad Antwerpen? En ten slotte: Alcatel is geen bouwheer! Het bedrijf huurt alleen de kantoorruimte. Op een vraag hierover antwoordde de bevoegde schepen in de stedelijke commissie ruimtelijke ordening (23 november 2004) dat de stad alleen maar kan hopen dat Alcatel de huurovereenkomst met Robelco naleeft. Toch maar een wankele basis om met als argument ‘werkgelegenheid’ de structuur van een hele wijk te bepalen.

9b. “In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd bepaald dat kantoren bij voorkeur moeten worden ingeplant in de buurt van stations en op andere knooppunten van het openbaar vervoer.”

Halve waarheid:
in dat Structuurplan staat immers eveneens dat ook gestreefd moet worden naar het bewaren van evenwicht. We citeren: ‘De stedelijke gebieden zijn multifunctionele locaties’, en ‘Het verweven is het in elkaars nabijheid brengen van functies en activiteiten op een dusdanige wijze dat er een ruimtelijke meerwaarde, vormen van synergie en een complementariteit ontstaat’ (uit hoofdstuk 4.4, voor wie het wil nagaan). M.a.w.: de kantoorfunctie mag andere functies niet wegdringen.

Bovendien wordt hier opnieuw gedaan alsof gekozen moet worden tussen het een (= kantoren) of het ander (= wonen, diensten, ontspanning). Een stad als New York bewijst dat dit niet hoeft. In het zo vaak versmade Manhattan bestaat er een regel dat van alle hoge kantoorgebouwen telkens de onderste vier verdiepingen commerciële, residentiële, horeca- of loketfuncties moeten krijgen. Men voorziet dus in een ‘stedelijke plint’, die divers ingevuld en dag en nacht in gebruik is, met als resultaat een levendig stedelijk weefsel. Geef ons maar een Manhattan waar altijd volk op straat is, roepen de buurtbewoners daarom. Want daarin schuilt het essentiële verschil met Brussel-Noord.

9c. “Houden de bewoners rekening met de economische kosten van een eventuele schorsing der werken?”

Variant: “Het tot tweemaal vernietigen van de bouwvergunning van het Deurganckdok heeft de maatschappij alleen maar tijd en geld gekost; is het dat wat de bewoners beogen?”

Naast de kwestie:
De vergelijking gaat vooreerst niet op, want de bewoners contesteren niet het Kievitproject als zodanig, wel de concrete invulling ervan en de manier waarop het beslissingsproces verliep.

Verder suggereert men met dit discours dat dagvaardende burgers lichtzinnig zouden handelen. Een overheid die dit verweer inroept, wil voorhouden dat het hooguit om eventuele procedurefouten gaat en dat dit toch geen probleem kan vormen want dergelijke fouten kan men post factum in orde brengen (met het oog daarop keurde het parlement een Nooddecreet goed om het Deurganckproject te redden).

De kern van de zaak is natuurlijk dat procedurefouten de vertaling zijn van inhoudelijke fouten en een gebrek aan inspraak, en precies dat wordt juridisch aangeklaagd. Het is dan ook niet netjes dat een bekritiseerde overheid de pijlen gaat richten op dagvaardende burgers i.p.v. de boodschap te ontcijferen. Beter ware het om hier lessen uit te trekken. Structureel moet bekeken worden hoe inspraak voortaan vervroegd, verbreed en verfijnd kan worden. Acuut kan de overheid in het Kievitdossier alsnog actief meewerken aan een oplossing voor de door bewoners en vele adviserende instanties aangekaarte problematiek in plaats van de kop in het zand te steken en te hopen dat de storm zal overwaaien.

Want het ‘Deurganckargument’ is fundamenteel een korte-termijnargument, dat vooral rekening houdt met een directe maatschappelijke kost. Essentieel in het betoog van protesterende bewoners is daarentegen de vraag om een lange-termijnaanpak (zowel stedenbouwkundig als vergunningsgewijs). Verreken dus ook de toekomstige negatieve impact van een slecht Kievitproject, is hun klacht, en hou het niet bij het argument dat de economie te belangrijk is om je de vraag naar het welzijn te stellen.

10. “De politiek heeft eerder zijn verantwoordelijkheid genomen, en kan daar nu niet meer op terug komen.”

Zwaktebod:
de politiek deed precies het tegenovergestelde. Zowel het stadsbestuur als de Vlaamse regering handelde onverantwoord en zelfs tegen de eigen regelgeving in. Eerst werd door de politiek toegezegd wat concreet gebouwd mocht worden (3 juli 2002), daarna liet men voor de schone schijn – omdat de wet het nu eenmaal voorschrijft, want binnen de woonzone bepaald door het gewestplan was de nieuwe invulling niet toegelaten – een ruimtelijk uitvoeringsplan opstellen in functie van wat al beslist was. Dit is de omgekeerde wereld en makkelijk verliep een en ander dan ook niet. Het manoeuvre stootte immers op heel wat weerstand bij de stedelijke adviesorganen (zie 8b) en de bevolking (bezwaarschriften, zie 6). Bovendien waren er een hoop wettelijke ‘inconveniënten’, zoals dat heet, die stuk voor stuk weggeredeneerd moesten worden. De opmaak van het uitvoeringsplan duurde bijgevolg bijna anderhalf jaar. Maar het kwam er, mét de bepalingen zoals die in de zomer van 2002 werden opgesteld. Het in mei 2000 door het College goedgekeurde masterplan bleek inmiddels volledig uitgehold.

Dit is de burger gewoon voor de gek houden. Met als resultaat: niet alleen een aanfluiting van de democratie (want het finale project werd achter gesloten deuren uitgetekend door een beperkte groep en dit helemaal op maat van wat het bedrijfsleven vroeg), maar ook, en bijna logischerwijs, een stedenbouwkundige miskleun. De politicus die volhoudt dat hij hier zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, heeft een rare opvatting over wat verantwoordelijk politiek gedrag is. Hij opereert in een wereldvreemde korte-termijncocon. Een werkelijk verantwoordelijk handelende politicus beseft dat een stad maar eenmaal in honderd jaar de kans krijgt om een levendige nieuwe wijk uit te bouwen in het hart van Antwerpen.