Vonnis

BESCHIKKING gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op ZEVENTIEN FEBRUARI TWEEDUIZEND EN VIJF in openbare zitting van KORT GEDING van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden:
H. De Munck, Ondervoorzitter, dd. Voorzitter
A. De Vos, adjunct-griffier.

In zake: ARK nr. 04/1010/C

1. STRAATEGO V.Z.W.,
id. nr. 23615/2000, ondernemingsnummer 472.957.647, met zetel gevestigd te 2018 Antwerpen, Ballaertstraat 6, vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur,
optredend in het kader van de W. 12 januari 1993, vorderingsrecht milieuverenigingen,

2. Buurtkomitee Den Dreihoek V.Z.W.,
id. nr. 3014/81, ondernemingsnummer 421.459.456, met zetel gevestigd Van Leentstraat 36 te 2140 Antwerpen, Borgerhout, vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur,
optredend in het kader van de W. 12 januari 1993, vorderingsrecht milieuverenigingen,

3. WILLE, Marleen ,
kantoorbediende, wonende ........ te 2018 Antwerpen,
optredend voor de Stad Antwerpen, Grote Markt 1 te 2000 Antwerpen, als inwoner van de stad Antwerpen, in toepassing van art. 271 Gem. W.,
verschijnend in persoon,

EISENDE PARTIJEN
- vertegenwoordigd door meester E. Van der Mussele, advocaat, kantoorhoudende te 2018 Antwerpen, Justitiestraat 18 A,

TEGEN:

1. ROBELCO N.V.,
(ondernemingsnummer 0459 380 617) met vennootschapszetel gevestigd te 1831 Diegem, Culliganlaan 2,

EERSTE VERWERENDE PARTIJ
EERSTE EISENDE PARTIJ IN TUSSENKOMST EN GEMEENVERKLARING
- vertegenwoordigd door meester J. Bouckaert, advocaat, kantoorhoudende te 1060 Brussel, Henri Wafelaerstraat 47-51,

2. HOTELAND N.V.,
(ondernemingsnummer 0472 092 763) met vennootschapszetel gevestigd te 1831 Diegem, Culliganlaan 2,

TWEEDE VERWERENDE PARTIJ
TWEEDE EISENDE PARTIJ TUSSENKOMST EN GEMEENVERKLARING
- vertegenwoordigd door meester E. Empereur, advocaat, kantoor
houdende te 2600 Berchem, Uitbreidingsstraat 2,

EN

1. DE STAD ANTWERPEN
vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te Antwerpen, Stadhuis, Grote Markt 1,

2. HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE STAD ANTWERPEN,
waarvan de zetel gevestigd is te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1, Stadhuis, in haar hoedanigheid van stedenbouwkundige overheid,

VERWERENDE PARTIJEN IN TUSSENKOMST EN GEMEENVERKLARING
- vertegenwoordigd door meester R. Pockele-Dilles, advocaat, kantoorhoudende te 2000 Antwerpen, Stoopstraat 1, vijfde verd.,

Gezien de stukken van het dossier van de rechtspleging zoals zij voorkomen op de inventaris ervan, ondermeer de inleidende dagvaarding dd° 29 november 2004,

Gelet op de artikelen 2,34, 36, 37 en 41 der wet van 15 juni 1935.

Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten, ontwikkeld in de Nederlandse taal.

RECHTDOENDE OP DE HOOFDEIS EN OP DE TEGENEIS VAN VERWERENDE PARTIJ

De vordering strekt tot het horen verbod opleggen aan verwerende partijen om verder werken uit te voeren en de werken stop te zetten binnen de 24 uur na betekening van de te vellen beschikking, aan het genoemde ‘gebouwencomplex Kievitplein’ op hun eigendom en de gronden niet genoemd in de bouwvergunning met name perceel H 1136 G66 op het Kievitplein, dat is gelegen midden in de bestaande werf en tot het opleggen van een dwangsom aan verwerende partijen solidair die bij overtreding van het verbod wordt verbeurd, nadat 48 uur zijn verstreken vanaf betekening en bevel tot verval van dwangsommen, a rato van 25.000 euro per inbreuk en per dag dat in strijd met de te vellen beschikking nog werken worden uitegevoerd op de betrokken percelen.

De tussenvordering strekt tot gemeenverklaring.

NV Robelco stelt tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding ten belope van 5.000 euro, verzoekt om akte te nemen van een eventuele vordering tot schadevergoeding tegen de Stad Antwerpen en vordert diensvolgens derde eisende partij te veroordelen tot zekerheidsstelling.

NV Hoteland stelt een tegenvordering wegens tergend en roekeloos geding ten belope van 100.000 euro.

Verwerende partijen besluiten tot onontvankelijkheid van de vordering.

Eerste en tweede verwerende partij stellen dat zij “milieu-VZW’s” zijn waarvan de statuten reeds meer dan 3 jaar geleden zijn neergelegd.

Over de statuten van eerste verwerende partij en meer bepaald haar doel stelde de Raad van State in een arrest van 3 mei 2002 dat wegens de algemene draagwijdte van haar doelstelling het optreden van deze vereniging gelijk staat met de actio popularis.

De nieuwe statuten van eerste eisende partij blijven even algemeen, zowel qua gebiedsomschrijving (van wijk tot wereld) als qua inhoud (bescherming en bevordering van de leefkwaliteit van het leefmilieu, in zijn breedste betekenis en samenhang). Ook de omschrijving van het werkingsveld, het grondgebied van het Vlaams Gewest en van de stad Antwerpen in het bijzonder, is een zeer algemene omschrijving.

Het aannemen van dit belang zou de vereisten vermeld in de stakingswet teniet doen vermits eerste eisende partij zich aandient als een instrument waarmee feitelijke verenigingen (in casu De Ploeg) vorderingen kunnen instellen zonder zelf aan de wettelijke eisen te voldoen.

Bij gebreke [sic] aan specifiek belang dient de vordering van eerste eisende partij dan ook niet toelaatbaar verklaard te worden.

Tweede eisende partij heeft een specifiek territoriaal omschreven werkingsgebied waar het huidige gebied buiten valt.

Vermits uit de planning blijkt dat het verkeer naar de op te richten gebouwen zal verlopen via de Plantin en Moretuslei en de Van Immerseelstraat zal in het gebied waarin tweede eisende partij ijvert ook geen bijkomende hinder ontstaan.

In de betrokken wijk is overigens een ander buurtcomité werkzaam, namelijk de feitelijke vereniging De Ploeg.

Dat comités van andere wijken zich ook engageren in het verzet tegen het Kievitplein is op zich geen bewijs van hun belang.

De huidige actie gebeurt voor bouwwerken buiten het werkingsgebied van tweede eisende partij en zelfs niet aanpalend aan dit gebied.

Tweede eisende partij heeft dan ook geen belang bij de huidige vordering.

Derde eisende partij, mevrouw Wille , treedt, als inwoner van de Stad Antwerpen, op in toepassing van art. 271 van de Nieuwe Gemeentewet, wegens het nalaten van de Stad Antwerpen om in te grijpen.

Mevrouw Wille dient overeenkomstig art. 271 van de Gemeentewet zekerheidsstelling aan te bieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordelingen die mochten worden uitgesproken.

Het is niet zo dat dit zich beperkt tot de kosten die haar bij het begin van het geding gekend zijn maar het is eveneens nodig zekerheidsstelling aan te bieden voor alle veroordelingen, in casu dus ook voor de tegenvorderingen wegens tergend en roekeloos geding, die trouwens zeker niet onverwacht kunnen genoemd worden bij de huidige procedure.

Tot zekerheidsstelling is niet vereist dat het ganse bedrag wordt gedeponeerd, maar wel dient te blijken dat derde eisende partij voldoende solvabel is om deze eventuele vordering te betalen en hiertoe bereid is.

De tegenvordering beloopt 105.000 euro, wat een hoog bedrag is maar niet in onevenredigheid met het belang der werken en dus ook niet onverwacht, en de solvabiliteit van mevrouw Wille is zeker niet ten belope van dit bedrag bewezen en dus is er zeker geen zekerheidsstelling voor de veroordelingen die eventueel mochten worden uitgesproken.

Vermits aan de voorwaarde van zekerheidsstelling niet voldaan werd en deze essentieel is om in rechte op te treden namens de gemeente is ook de vordering van mevrouw Wille niet toelaatbaar.

Gelet op het feit dat de vorderingen de werken niet beïnvloed hebben en de verwerende partijen geen schade lijden door de huidige vordering zijn de tegenvorderingen wegens tergend en roekeloos geding niet gegrond.

Gelet op de afwijzing van de vorderingen van eisende partijen komt de vordering in tussenkomst en gemeenverklaring ongegrond voor.

OM DEZE REDENEN

Wij, H. De munck, Ondervoorzitter dd Voorzitter der Rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Antwerpen, zetelend in kort geding, bijgestaan door A. De Vos, adjunct-griffier, uitspraak doende op tegenspraak.

Verklaren de vorderingen van eisende partijen niet toelaatbaar en wijzen hen af van hun vorderingen.

Verklaren de tegenvorderingen toelaatbaar maar ongegrond en wijzen eisende partijen op tegenvordering af van hun vorderingen.

Verklaren de tussenvordering toelaatbaar maar ongegrond en wijzen eisende partijen in tussenkomst en gemeenverklaring af van hun vordering.

Verwijzen eisende partijen solidair tot de kosten van het geding, aan de zijde van eerste verwerende partij begroot op een rechtsplegingsvergoeding van 233, 02 euro, en door Ons vereffend op hetzelfde bedrag, en aan de zijde van tweede verwerende partij begroot op een rechtsplegingsvergoeding van 233,02 euro, en door Ons vereffend op hetzelfde bedrag.

Verwijzen eisende partijen in tussenkomst en gemeenverklaring solidair tot de kosten van de vordering, aan de zijde van verwerende partijen in tussenkomst en gemeenverklaring begroot op een rechtsplegingsvergoeding van 116,51 euro en door Ons vereffend op hetzelfde bedrag.

[volgen de handtekeningen van A. De Vos en H. De Munck]