Reactie op Mathias Danneels

Bijna drie jaar inmiddels ageren bewoners tegen de onevenwichtige projectontwikkeling in de Kievitwijk. Tevergeefs dienden ze bezwaarschriften in, organiseerden ze protestacties, verstuurden ze persberichten, contacteerden ze politici, wezen ze op de vele negatieve adviezen geformuleerd door o.a. de districtsraad, de Welstandscommissie, de stadsbouwmeester en de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening.

In oktober 2004 verduidelijkten zeven buurtcomités verenigd onder de noemer De Ploeg in een omstandige nota gericht aan het stadsbestuur, de projectontwikkelaar en Alcatel nogmaals waarom het Kievitproject volgens hen onaanvaardbaar is. Omdat ook deze keer antwoorden uitbleven, trokken ze samen met StRaten-Generaal op 29 november 2004 naar de rechtbank om te laten afdwingen dat de werken op het Kievitplein zouden worden stilgelegd. Stedenbouwkundigen en planologen die jarenlang gewaarschuwd hadden tegen het huidige Kievitproject schaarden zich openlijk aan de zijde van de bewoners.
‘Het is een lovenswaardig initiatief van de buurtcomités dat zij op die manier hun rechten opeisen,’ liet Vlaams bouwmeester b0b Van Reeth noteren (De Morgen, 3 december 2004).

Aan dossierkennis of gedrevenheid ontbreekt het de bewoners niet. Beetje bij beetje ontdekten ze dat precies onverschilligheid en gebrek aan kennis aan de basis lagen van deze stedenbouwkundige vergissing. Op een paar enkelingen na bleken zij die hen vertegenwoordigden in college en gemeenteraad geen idee te hebben van waar het Kievitproject in essentie over ging.

Op 27 oktober beschrijft Mathias Danneels in Het Nieuwsblad hoe die zaken in Vlaanderen in hun werk gaan: ‘Grote vastgoedoperaties, kantoorprojecten en megawinkelcentra zijn een miljardenzaak geworden waarin niet veel meer dan een handvol internationale spelers aan de touwtjes trekken. Zij verkiezen bij voorkeur te opereren in een wat grijze schemerzone. Lobbyen kunnen ze als geen ander. Ze kennen de restaurants waar de echte beslissingen worden genomen als hun broekzak. Ze zijn ook absoluut niet vies van het “ons kent ons”-circuit waarin overheid, ambtenarij en zakenlui regelmatig tegen elkaar opbotsen. (…) Wonen, ruimtelijke ontwikkeling, het evenwicht tussen beton en groen en het vitaliseren van onze steden belangen de hele gemeenschap aan. Dorpen, steden en natuur horen alle mensen toe, niet een selecte club megalomane grootverdieners. Waar nodig dient de vrije markt dan ook te worden gecorrigeerd.’

De heraanleg van het Kievitplein gebeurde net zo: kabinetsmedewerkers van vier kabinetten, een topman van de haven, een topman van Vespa, een topman van Robelco, een architect van Jaspers, Eyers en architecten, een stadssecretaris, ‘Parijs’, een ambtenaar van het Vlaamse Gewest en nog enkele anderen beslisten wat er zou komen, waarna een beschamende schijnoperatie ‘inspraak’ werd georganiseerd met nep-hoorzittingen, fake openbare onderzoeken en het pro forma inwinnen van adviezen die alle, net zoals de bezwaarschriften, werden genegeerd.

Je zou denken dat buurtbewoners die tegen deze gang van zaken in opstand komen de steun krijgen van al wie deze ons-kent-ons-besluitvorming aan de kaak stelt. Dat is niet zo. Als de economische machten echt in het gedrang komen, verdwijnt ook de sympathie voor de vigilante burgers.

Dezelfde Mathias Danneels schrijft enige tijd later, na het dreigement van Alcatel om te verhuizen: ‘Wat zich in Antwerpen ontrolt is een doorgeschoten vorm van het Nimby-syndroom. Vrij vertaald: de-niet-in-mijn-achtertuin-ziekte. (…) De ruimtelijke janboel die in ons land de voorbije jaren werd aangericht, geeft goed aan dat een deugdelijk wetgevend kader en een creatieve, geïnspireerde visie op stadsontwikkeling nooit een overbodige luxe zullen zijn. Het conflict tussen Alcatel en de buurt geeft anders wel pijnlijk goed aan dat het in ons land vreselijk moeilijk is geworden om te ondernemen, te veranderen, vooruit te denken en aan de toekomst te timmeren. Want: één malcontente burger die zich naar een rechtbank rept, kan ervoor zorgen dat een indrukwekkende werf waarop honderden bekisters en andere vaklui aan de slag zijn, wordt stilgelegd. Met een boutade: mijnheer de mondige malcontente burger dient met zijn hond voortaan een ommetje te maken. Naar een andere bank in een ander parkje, tien minuten slenteren verderop. En dat zint hem niet. Dat kan niet, mijnheer de burgemeester! Pas op, of baasje gaat naar Straatsburg!’

Eén malcontente burger, een hond en een ommetje. Niet gehinderd door veel kennis van het dossier beslist de hoofdredacteur om er een karikatuur van te maken, waarna het kinderspel wordt om een oordeel te vellen.

Alcatel en politici zullen er bij een vonnis door de rechter ongetwijfeld eveneens in slagen om de hele kwestie te herleiden tot ‘voor of tegen’ werkgelegenheid. De bewoners beseffen dat ze spitsroeden zullen lopen indien zou blijken dat de rechter hen gelijk geeft. Ze hebben het ervoor over. Ze weten dat vakbondsbazen zullen worden opgevoerd om te verklaren dat het een schande is ‘dat enkele bewoners hier een sociaal drama dreigen te creëren’ – terwijl het natuurlijk Alcatel is dat wikt en beschikt. Ze voorzien dat een onmachtige overheid erbij zal staan en niets kan of wil doen, behalve mee roepen 'dat de bewoners onverantwoord handelen'.

De bewoners zijn er klaar voor. Ze verwachten niets anders dan dat Alcatel en vele lokale beleidsvoerders de verantwoordelijkheid zullen afschuiven op de protesterende bevolking. Aan de journalisten om in het geval van een veroordeling te onderzoeken waarom opnieuw gepoogd wordt om het debat ten gronde uit de weg te gaan.