Bezwaarschrift De Ploeg tegen plannen Zoo

Antwerpen, 1 september 2005


Aan het College van Burgemeester en Schepenen Stadhuis
2000 Antwerpen

Betreft: stedenbouwkundige aanvraag Ploegstraat Ommeganckstraat
AN3/2005/b/0441

Geacht College,

De wijkcomités verenigd in het samenwerkingsverband De Ploeg dienen volgend bezwaarschrift in i.v.m. de aanvraag door de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen (KMDA) voor een sloopvergunning van drie huizenblokken in de Ommeganckstraat en de Ploegstraat, en het daarop volgend bouwen van een afsluiting aan de straatzijde.

1. Context

Op 25 juli 2005, tijdens een onderhoud met Manu Claeys (voor De Ploeg), schetsten mevrouw Van Elsacker en de heer Bergen (voor de KMDA) de korte- en langetermijnplannen van de KMDA voor wat betreft de verschillende zones aan de oostelijke en zuidelijke rand van de dierentuin. Op 2 augustus 2005, tijdens een Ploegvergadering, evalueerden leden van de zeven wijkcomités gezamenlijk de grote lijnen van de daaraan verbonden sloop- en nieuwbouwplannen.

Kort daarop, enkele dagen na het begin van het openbaar onderzoek, bekwamen de wijkcomités via Jan Hertoghs (voor De Ploeg) de concrete aanvraag voor een sloop- en bouwvergunning bij de directie van de zoo. De wijkcomités waarderen dit laatste, want daardoor konden meer bewoners zich in de loop van augustus zelf een duidelijk beeld vormen van de concrete inhoud van de aanvraag. (Om praktische redenen slagen veel bewoners er immers niet in om de plannen zelf te gaan inkijken bij de bevoegde diensten. Bovendien is er een groot kwalitatief verschil tussen het individueel notities nemen bij het inkijken van de plannen aldaar en het gezamenlijk evalueren van de aanvraag met het materiaal bij de hand.)

Desondanks willen de wijkcomités hun ongenoegen uiten over het feit dat het openbaar onderzoek volledig in de vakantieperiode viel, waardoor sommige bewoners slechts post factum - bij terugkeer uit vakantie - konden vaststellen dat een openbaar onderzoek werd opgestart. Correcter ware het om in dit soort situaties de inspraaktermijn te verlengen.

De wijkcomités hebben begrip voor de nood aan uitbreiding (die in zekere zin een inbreiding inhoudt) door de zoo binnen het kader van de strenger wordende dierentuinwetgeving – zie ook punt 1 in de nota bij de aanvraag.

Zoals de bouwheer zelf (de KMDA) ervaren veel bewoners de langetermijnplannen van de dierentuin als een unieke kans om de buurt ‘achter’ de dierentuin – en specifiek de Ommeganckstraat, de Ploegstraat en de Provinciestraat – en de relatie ermee vanuit de Zoo op te waarderen. Met veel instemming lezen ze de paragraaf in de aanvraag waarin de directie van de KMDA de ambitie formuleert om ‘een nieuw “stedelijk beeld” op te bouwen dat de buurt herwaardeert en deze zijde van de Zoo ruimtelijk volwaardig integreert en een reflectie geeft van de zorg en de waarde die KMDA hecht aan zijn centrale stedelijke ligging, zijn cultureel erfgoed en het daarmee samengaand imago.’

De bewoners gaan ervan uit dat de KMDA hier o.a. doelt op een levendige stedelijke plint op de gelijkvloerse verdieping – bijvoorbeeld door een tweede ingang, horecafunctie, bed & breakfast, etc. – en op een verbeterd visueel contact met de zoo vanuit de omliggende straten, o.a. door open, aantrekkelijke en uitnodigende architectuur na te streven en door een groenere, minder afgesloten uitstraling te creëren richting de Ommeganckstraat, de Ploegstraat en de Provinciestraat. De tijd waarin midden in de stad een blinde muur van enkele honderden meters kon worden opgetrokken is voorbij, begrijpt ook de KMDA.

Bezwaren

  1. de wijkcomités vragen dat met het slopen van de in de aanvraag genoemde panden gewacht wordt tot de definitieve bouwplannen bekend zijn. Ze vinden het logisch en zinvoller om een bestaande bebouwing die opgenomen staat in de inventarislijst van het stedelijk erfgoed (zie punt 2 in de nota bij de aanvraag) ongemoeid te laten tot het Masterplan, ‘dat in algemene consensus als leidraad moet dienen voor een evenwichtige uitbouw in harmonie met het historisch hart van de zoo’ (zie punt 4 in de nota bij de aanvraag) en dat moet toelaten ‘om langs de straatzijden via gefaseerde herinvullingen een nieuw “stedelijk beeld” op te bouwen dat de buurt herwaardeert’ (zie ook inleiding nota bij de aanvraag), concreet is uitgewerkt, en tot de voorstellen uit de nog te organiseren architecturale wedstrijd geëvalueerd kunnen worden.
    Op die manier krijgen architecten de kans om maximaal rekening te houden met de bestaande toestand en om de huidige bebouwing al dan niet op te nemen in hun plannen. De wijkcomités bepleiten hiermee niet een opgelegde renovatie van de panden noch façadisme, wel een open houden van de kans om met de bestaande bebouwing al dan niet gedeeltelijk iets te doen binnen de nieuwe plannen. Zo kunnen bepaalde huizen of huizengehelen in de Ommeganckstraat misschien op interessante wijze blijvend verwijzen naar wat was, met een nieuwe invulling binnen de noden vooropgesteld door de KMDA (historisch luik, educatief luik). Zelfs aan de achterzijde zijn er misschien waardevolle, sfeerbepalende elementen die behouden kunnen blijven binnen een nieuwbouwproject, zoals het torentje achterin pand nr.32.

    De bouw van een afsluitingsmuur ter vervanging van de bestaande woningen zal overigens hoe dan ook gevolgen hebben voor de sociale veiligheid in de buurt, want een lange muur vormt een doodse stedelijke plint die geen sociale controle met zich meebrengt. Dit in tegenstelling tot een rij huizen. De situatie na eventuele sloop van de huizen zal een impact hebben op de leefkwaliteit in de Ommeganckstraat.

    Bedachtzaamheid lijkt hier dus aangewezen. Minstens zou een masterplan moeten zijn opgemaakt vooraleer een sloopvergunning wordt verleend. Uit dit masterplan moet blijken hoe het weghalen van een bestaande levendige (i.e. dag en nacht functionerende) stedelijke plint (met name bewoning) gecompenseerd en geremedieerd kan worden binnen de bouwplannen van de KMDA.

  2. Op die manier kan ook een correcte omgang met de enige eigenaar in de Ommeganckstraat (nr. 74 - mevrouw Goedele van Hooydonck) nagestreefd worden. Onteigening vinden de wijkcomités hier een weinig creatieve benadering. Het behoud van minimaal 1 huis binnen het nieuwbouwproject mag niet bij voorbaat en vooraleer een archictecturale wedstrijd werd uitgeschreven als onoverkomelijk beschouwd worden.

    Het grafische plan is overigens strijdig met de nota: Ommeganckstraat nr. 74 wordt in de nota niet vermeld als te slopen, maar op het grafische plan van de voorgestelde gevelzichten is de afsluiting wel voorzien ter hoogte van Ommeganckstraat nr. 74.

  3. Uit de aanvraag blijkt geen bevraging van het huidige statuut van de Ommeganckstraat voor de gebruikers ervan. We stellen ons m.a.w. de vraag waarom de direct aansluitende infrastructuur van de Ommeganckstraat zelf niet in de plannen worden betrokken. Die straat vormt een problematische verbinding tussen de Carnotstraat en de wijken achter de dierentuin. In een bijzonder smalle straat worden al te veel functies ondergebracht (zie foto’s 1 t.e.m. 4 in de aanvraag): tramlijn in twee richtingen, parkeerstrook, twee voetpaden, autoverkeer in één richting, fietsverkeer in één richting. De gevolgen hiervan zijn bekend. Fietsers krijgen een te smalle strook toebedeeld tussen tramspoor en geparkeerde wagens, wat tot valpartijen en tot botsingen met autoportieren leidt. Comfortabel en veilig fietsen is het er niet. De tram die zuidwaarts rijdt wordt ook vaak opgehouden door slordig geparkeerde auto’s. Voetgangers die het voetpad aan de kant van de dierentuin gebruiken krijgen op verschillende plaatsen minder dan een meter toebedeeld, waardoor bij druk verkeer vaak op straat gewandeld wordt. Aan de overkant van de straat wandelt de voetganger rakelings langs de voorbijrijdende tram. Bovendien ervaren veel autogebruikers de lange Ommeganckstraat als een autosnelweg waar het fijn gas geven is.

    De tijdelijke afsluiting komt op de huidige rooilijn van de bestaande panden. Daarmee wordt de verkeerssituatie in de Ommeganckstraat bestendigd. Verstandiger ware het om al in deze fase overleg te organiseren tussen de KMDA en de stad Antwerpen, met het oog op een functionele herziening van de Ommeganckstraat. Ook dit vormt deel van ‘een nieuw stedelijk beeld opbouwen’ (zoals de KMDA het zelf formuleert in de nota bij de aanvraag), want dit beeld stopt niet aan de rooilijn. Een mogelijke verbreding van de straat (over de hele lengte of op bepaalde plaatsen) en een fundamentele herinvulling ervan gekoppeld aan een eventueel schrappen van bepaalde functies dient daarom best gekoppeld aan de herinrichtingsplannen van de zoo.

  4. de wijkcomités hebben begrip voor het tijdelijke karakter van de terreinbegrenzing, zoals aangegeven in de aanvraag, en voor het voorlopige gebrek aan openheid ervan wegens de schichtigheid van bepaalde diersoorten (okapi). Gezien de onduidelijke financieringsmogelijkheden binnen de KMDA en de daaraan verbonden onzekerheid over de timing en fasering van het hele bouwproject-op-lange-termijn is het evenwel mogelijk dat de afsluiting er toch langer staat dan enkele jaren. Vooral met het oog daarop bepleiten de wijkcomités een maximale openheid in een eventuele tijdelijke afsluiting (met dien verstande dat eerst aan punt a. dient tegemoet gekomen te worden, met name: eventuele sloop pas na de opmaak van het masterplan + het organiseren van een wedstrijd). De aangegeven afwisseling van bouwmaterialen – incluis traliewerk – is zeker een pluspunt, maar het aantal openingen op ooghoogte blijft te beperkt en te smal. Daardoor ontstaat een versnipperd effect dat veeleer een poging tot inkijk vormt dan werkelijke inkijk-openingen. Het reële contact met de dierentuin blijft uit. Concreet: in blok 3 moet het mogelijk zijn om – indien tot sloop wordt beslist binnen het masterplan en op basis van een architecturale wedstrijd – bijvoorbeeld drie traliepartijen naast elkaar te plannen, waardoor een echte openheid gecreëerd wordt (nu is slechts 1 traliepartij voorzien). Idem voor de linkerkant van blok 1 en het centrale gedeelte van blok 2. Indien hieraan niet kan worden tegemoet gekomen, suggereren de wijkcomités om binnen de bouwvergunning de tijdelijke termijn waarnaar men in de aanvraag verwijst te specifiëren – zoals dat bv. gebeurde bij de tijdelijke bruggen aan de Singel. Dit om te vermijden dat de tijdelijke afsluiting toch een semi-permanent karakter krijgt.

  5. Op termijn is het overigens aangewezen om bij eventuele sloop van de panden vooral blok 3 zo open mogelijk te houden richting de achterliggende buurt. Vooral daar ligt het belangrijkste visuele contactpunt tussen de zoo en de wijken, in combinatie met het aanwezige pleintje op de kop van de Ploegstraat. Daar heerst verblijfskwaliteit (in tegenstelling tot in de Ommeganckstraat, waar vooral passage gegenereerd wordt).

De Ploeg, i.e. zeven wijkcomités bezuiden de Antwerpse dierentuin