|
Persbericht De Ploeg
24 maart 2006
Als reactie op het artikel over de Zoo in De Standaard en Het Nieuwsblad van vandaag willen de buurtcomités verenigd in De Ploeg het volgende kwijt. Dit omdat we vrezen dat de vertraging bij het afleveren van de bouwvergunning voor uitbreiding van de Antwerpse Zoo in onze schoenen geschoven zal worden, terwijl niet wij maar de Zoo zelf deze situatie gecreëerd heeft. Wij weigeren hier kop van Jut te zijn.
Kort nog even onze standpunten:
- we hebben begrip voor de nood aan uitbreiding van de Zoo binnen het kader van een strenger wordende dierenwetgeving en willen er alles aan doen opdat die uitbreiding er ook komen kan;
- wij zien de plannen van de Zoo als een kans, niet als een bedreiging. Een kans om de fysieke relatie van de Zoo met de buurt op te waarderen. Ook de Zoo ervaart dit zo. In de eerste bouwaanvraag stond een paragraaf waarin de Zoo de ambitie formuleert ‘om een nieuw stedelijk beeld op te bouwen dat de buurt herwaardeert’. Applaus in de buurt!
- uit de bouwaanvraag kunnen wij echter nergens afleiden hoe de Zoo deze nieuwe relatie tot stand wil brengen. De bouwaanvraag gaat namelijk over een tijdelijke afsluiting, niet over wat er uiteindelijk komt. Komt er een tweede ingang, zal de architectuur van de nieuwe gebouwen aantrekkelijk zijn, worden het een reeks van blinde achterkanten van gebouwen zoals aan het Kievitplein, komt er een restaurant met toegang vanuit zowel de Zoo als vanop straat (zoals het gerucht gaat), zal het uiteindelijke project een groene en open uitstraling hebben, komt er een ondergrondse parkeergarage …? Op al deze vragen worden geen antwoorden gegeven. Het enige wat nu voorligt is een tijdelijke muur.
- met de vormgeving van die voorlopige afsluiting hebben wij geen problemen – ze is relatief laag en heeft veel openingen. Mits wat kleine aanpassingen (een aantal bijkomende gaten op specifiek aangegeven plekken) is dat zeker okee voor de bewonersgroepen. Er zal veel groen zichtbaar worden in de buurt en dat is een prettig vooruitzicht.
- maar dat is hier het punt niet. Het punt is wel: wat komt er na de muur? Vergelijk het met het volgende: wie een negentiende-eeuws huis wil afbreken, krijgt nooit een sloopvergunning zolang hij ook geen plannen indient voor de bouwaanvraag van het nieuwe gebouw. Een bouwaanvraag waarin alleen een afsluiting getekend staat – in de vorm van een voorlopige muur – wordt weggelachen. Waarom kan dit dan wel in deze bouwaanvraag? Het gaat hier nota bene om een reeks huizen die in de inventaris van het stedelijk erfgoed opgenomen staan. (Dat ze er nu verwaarloosd en vervallen bij staan, is niet de schuld van de bewoners…)
Het is een vreemde gang van zaken, zoals ook blijkt uit een beschouwing in een artikel uit De Standaard van 23 juli 2005: ‘Opvallend is dat de sloop al zou beginnen, voor er een definitief ontwerp is.’
Slotsom: de bewoners willen de plannen van het uiteindelijke project zien vooraleer de 32 huizen in de Ommeganckstraat al dan niet gesloopt worden. 32 huizen betekent 32 voordeuren en even veel contactpunten tussen de straat en het leven achter de gevels. Goed voor de levendigheid en de sociale controle. Een uiteindelijk nieuwbouwproject dat misschien zijn rug naar de buurt keert is geen volwaardig alternatief hiervoor.
Niemand weet voorlopig wat wél in de plaats komt. Nochtans wordt de opmaak van een Masterplan al bijna drie jaar aangekondigd. Op 2 juli 2003 ontvingen de bewoners van de Ommeganckstraat een brief van de Zoo waarin stond ‘dat men in de eindfase verkeerde’. Waarom is het Masterplan er dan nog altijd niet? De Zoo had alle tijd om zo’n plan op te maken waaruit blijkt op welke concrete manier de Zoo nieuwe verbindingen zal slaan met de buurt. Als hier nu vertraging dreigt, heeft de Zoo dat aan zichzelf te danken. Niet aan protesterende bewoners, die meer dan een jaar geleden (brief 5 januari 2005) nogmaals expliciet vroegen naar de plannen voor invulling op die plaatsen waar de huizen gesloopt zullen worden. Twee weken later (20 januari 2005) antwoordde directeur Van Eysendeyk (met wie we overigens een correcte en open relatie hebben – mag gezegd worden) dat de Zoo aan verschillende architecten heeft gevraagd om ‘voorstellen te formuleren over de manier waarop de belangrijke overgang tussen stad en Zoo het best zou worden gerealiseerd.’ Sindsdien hebben we daar niets meer over gehoord. Van dergelijke concrete plannen is geen sprake in de bouwaanvraag.
Waarom stelt men het opmaken van de concrete plannen uit? Dát is de sleutelvraag. Dat maakt de bewoners wantrouwig.
Voor een correcte inschatting van het hele verhaal is het belangrijk dat ook deze kijk op de dingen gebracht wordt.
En er is nog iets.
In haar bezwaarschrift had De Ploeg het ook over het statuut van de Ommeganckstraat zelf. De hele uitbreidingsoperatie biedt ook hier een unieke kans. Als de huizen gesloopt zouden worden, kan deze momenteel vreselijke straat eindelijk op een deftige manier heringericht worden. Dat wil zeggen: de rooilijn kan, al dan niet over de hele lengte van de straat, een tweetal meter opgeschoven worden (= strook grond van de zoo wordt aangekocht door de stad).
In het bezwaarschrift schetsten we de problematiek:
‘In een bijzonder smalle straat worden al te veel functies ondergebracht (zie foto’s 1 t.e.m. 4 in de aanvraag): tramlijn in twee richtingen, parkeerstrook, twee voetpaden, autoverkeer in één richting, fietsverkeer in één richting. De gevolgen hiervan zijn bekend. Fietsers krijgen een te smalle strook toebedeeld tussen tramspoor en geparkeerde wagens, wat tot valpartijen en tot botsingen met autoportieren leidt. Comfortabel en veilig fietsen is het er niet. De tram die zuidwaarts rijdt wordt ook vaak opgehouden door slordig geparkeerde auto’s. Voetgangers die het voetpad aan de kant van de dierentuin gebruiken krijgen op verschillende plaatsen minder dan een meter toebedeeld, waardoor bij druk verkeer vaak op straat gewandeld wordt. Aan de overkant van de straat wandelt de voetganger rakelings langs de voorbijrijdende tram. Bovendien ervaren veel autogebruikers de lange Ommeganckstraat als een autosnelweg waar het fijn gas geven is.’
In een bredere Ommeganckstraat – de belangrijkste verbindingsweg tussen het centrum en onze buurten – zal tramlijn 11 niet langer een paar keer per dag de interne dienst moeten bellen om wagens te takelen (wagens die geparkeerd staat op een te smalle parkeerstrook). De fietsers zullen er eindelijk hun leven niet meer riskeren. De voetpaden zullen eindelijk een reglementaire breedte krijgen (minimaal anderhalve meter). Enzovoort. Wandel eens door de Ommeganckstraat (= de langste straat in Antwerpen zonder zijstraten) en u zult begrijpen waarover we het hebben.
Het is alvast goed nieuws dat – zoals blijkt uit de krantenartikels – het stadsbestuur de verantwoordelijkheid krijgt om de bouwvergunning af te leveren. Zo kan het bestuur beide dossiers aan mekaar koppelen (waarbij de heraanleg van de Ommeganckstraat onder de bevoegdheid van het district valt).
We hebben overigens begrip voor het ‘getalm’ van het stadsbestuur: dit is geen eenvoudige kwestie. Er is enerzijds de druk van de Zoo (verplichting wetgeving, topseizoen niet doorkruisen, etc.). Er is anderzijds de bekommernis van bewoners voor een goede stadsontwikkeling. Het bestuur deelt die bekommernis, incluis wat betreft de heraanleg van de Ommeganckstraat (waar men naar verluidt ook kansen ziet). Maar zolang de KMDA zelf niet aangeeft welke concrete plannen het koestert, kàn de stad geen bouwvergunning afleveren. Aan de Zoo om de beslissende stap te zetten die het hele dossier deblokkeert…
Bovenstaande staat allemaal in de (hierbij gevoegde) bezwaarschriften die we indienden tijdens het eerste openbaar onderzoek (zomer 2005) en het tweede openbare onderzoek (januari 2005/2006). De bezwaarschriften kwamen tot stand na verschillende vergaderingen met mensen van alle buurtcomités, en kunnen dus op een breed draagvlak rekenen.
Manu Claeys
voor De Ploeg
|