|
29 mei 2006: 19de-eeuws torengebouw in Antwerpse Zoo met sloop bedreigd
Het gaat om een markant torengebouw met de façade gericht naar de Zoo (zie foto onderaan deze pagina– andere foto’s beschikbaar). De zijgevel ervan vormt de noordelijke grens van de speeltuin (zie op plattegrond onderaan deze pagina links van de kleine panda’s: gebouw met ronde uitstulping).
Er zijn alvast vier goede redenen om dit gebouw niet af te breken.
- Het is het enige gebouw op de slooplijst dat met de voorzijde uitgeeft op de dierentuin. Het is niet zomaar een achterkant, wel een voorkant met intrinsieke architecturale uitstraling.
- Huis nummer 32 dateert van 1865. Als de achterbouw ook uit die periode dateert, staat het torengebouw er intussen bijna anderhalve eeuw. Alleen de Egyptische tempel en de deels afgebroken roofvogelkooien (beide van 1855-56) zijn ouder binnen de zoo.
- Het gebouw maakt integraal deel uit van de dierentuin, en vormt zelfs een herkenningspunt. Het creëert mee de 19de-eeuwse sfeer die bepalend is voor het karakter van de Zoo.
- Ook van buitenaf, en nog meer na de geplande sloop van de huizen, is het torengebouw een gezichtsbepalend element.
Het is onbegrijpelijk dat dit gebouw zomaar mee verdwijnt, terwijl op het grondgebied van de Zoo heel wat lelijke gebouwen staan die nauwelijks geschiedenis hebben. Had dit gebouw elders en geïsoleerd in Antwerpen gestaan, dan haalde niemand het in het hoofd om een sloopvergunning te verlenen. Waarom dan wel hier, staande pal tussen tijdgenoten als het okapigebouw (1885) en de roofvogelkooien? Een dergelijk gebouw verdient een behandeling buiten de reeds verleende sloopvergunning.
Er zijn nog twee bijkomende redenen om het gebouw niet te slopen.
- Het torengebouw neemt niet veel plaats in. De noodzaak aan uitbreiding van de Zoo komt niet in het gedrang bij behoud van het gebouw.
- Het gebouw kan functioneel blijven binnen de contouren van het Masterplan. Op die plek voorziet de Zoo namelijk de ontwikkeling van een site waar de geschiedenis van de Zoo en de huidige missie van dierentuinen in beeld gebracht zal worden. Een negentiende-eeuws gebouw met dergelijke uitstraling kan perfect geïntegreerd worden in dit opzet.
Behalve voor zijn intrinsieke architecturale uitstraling en zijn geschiedenis verdient het pand ten slotte ook om bewaard te worden
- als blijvende herinnering aan een volledige straatwand uit de jaren 1860-65, waarvan vele huizen opgenomen werden in architectuurinventarissen en gidsen voor bouwkundig erfgoed, vooral omwille van de kenmerkende, rijkelijk geornamenteerde Louis-Philippegevels en de typische ijzeren balkonleuningen.
- als deel van de geschiedenis van de Zoo. In het gebouw kan het fascinerende verhaal gebracht worden van de ontstaansgeschiedenis van de Antwerpse dierentuin en van haar eeuwige zoektocht naar uitbreiding. Al in 1898 sloopte de Zoo daartoe enkele huizen in de Ommeganckstraat.
Op 1 maart 1843 kochten de oprichters van de Zoo anderhalve hectare grond in de nieuwe stationswijk. Die wijk vormde traditioneel een gebied van hoveniersgronden extra muros, waar nauwelijks gebouwd werd. De grond bleek geschikt voor het vlugge opstarten van een dierentuin met mogelijkheid tot uitbreiding. De nieuwe Koninklijke Maatschappij kocht daartoe grond in de wijk Groenenhoek – waar toen slechts 31 huizen stonden – tussen de Ploegstraat en de Borgerhoutse steenweg (huidige Carnotstraat). Tegen 1854 beschikte de Maatschappij over 7 hectare. Tegen 1884 over 9 hectare. Twintig huisjes in de Ploegstraat moesten wijken.
- Het voor een stadsdierentuin typische verhaal van de beperkte mogelijkheid tot uitbreiding bleek een eeuwige kopzorg, al van in het prille begin. De komst van de spoorlijn bracht de stedelijke ontwikkeling van dit deel van Antwerpen op gang. In 1859 werd de Ommeganckstraat aangelegd. Bij gebrek aan middelen kon de KMDA daar geen gronden kopen. Er werden huizen op gebouwd. Zo bereikte de Zoo ongewild haar westelijke limiet. In 1893 kocht de KMDA een eerste huis in de Ommeganckstraat, met oog op afbraak en uitbreiding. In 1939 had de zoo er al zeventien huizen gekocht. Na de oorlog volgden nog zestien huizen. Ze werden tijdelijk verhuurd aan personeelsleden.
In 1917 moest de Zoo uit geldnood een halve hectare grond verkopen aan de fabrieken van De Beuckelaer (tussen Ploegstraat en Kievitstraat). Ook zuidwaarts uitbreiden werd daardoor moeilijker.
Tot in 1930 circuleerden er plannen om de hele dierentuin te verhuizen naar Linkeroever. De plannen van de nieuwe wijk waren al getekend in 1893, met plaats voor een zoo.
In 1956 bood de koekjesfabriek haar gronden te koop aan. Om verschillende redenen ging de Zoo niet in op het aanbod: de prijs was te hoog, de fabrieksgebouwen dienden nog afgebroken, nieuwe grond moest worden aangevoerd en de noodzakelijke heraanleg van het zuidelijke deel (bij eventuele aankoop van de gronden) was evenmin goedkoop.
Finaal vond de Zoo toch uitbreiding op het domein van Planckendael, dat in datzelfde jaar werd aangekocht.
- Er is ook het verhaal van een ingebouwde dierentuin, vanaf 1895 helaas aan het oog van de Antwerpenaar onttrokken. Het had helemaal anders kunnen verlopen, had men in 1886 het ontwerp van Coppieters en Moentack gebouwd. Daarin stond het Centraal Station als kopstation getekend ter hoogte van de Lange Kievitstraat, met een plein ervoor tot aan de Keyserlei. Aan de overkant van dat grote plein zou, op het huidige Astridplein, een monumentaal winkelcomplex in belle-époquestijl (zoals in Milaan) gebouwd worden. Niet minder dan negen straten kwamen op dit Statieplein uit. Het groen van de dierentuin was er goed zichtbaar tussen de Ploegstraat en de Keyserlei. Dit was het gedroomde scenario voor de zoo, vond ook de directie. Maar het feest ging niet door: het station kwam pal naast de dierentuin te liggen. De illusie van een ongerept park werd aan diggelen geslagen.
In hun bezwaarschriften van september 2005 en februari 2006 hebben de buurtcomités al verwezen naar dit torengebouw. Ze gebruikten het als voorbeeld om het grotere punt te maken: laat eerst ontwerptekeningen maken van wat in de plaats komt vooraleer tot slopen over te gaan.
De sloopvergunning voor de 32 huizen is inmiddels verleend. De Ploeg vraagt om het torengebouw alsnog uit te vergunning te lichten en mee op te nemen in de tekenopdracht voor de uitbreiding van de Zoo.
De buurtcomités beslisten om deze vraag via de media te stellen. De precaire situatie van het met de sloop bedreigde gebouw rechtvaardigt volgens hen deze ongebruikelijke manier van communiceren met de directie van de Zoo – waarvoor overigens hun excuses.
voor De Ploeg, i.e. zeven buurtcomités in en rond de Antwerpse Kievitwijk (‘achter’ de Zoo)
 Groter
 Groter
|