Beloofde Moretuspark aan Kievitplein dreigt te worden geschrapt in Kievitplein-fase2

Herhaalt zich de geschiedenis in de Antwerpse Kievitwijk?

Of nog: wordt ‘Waar is ons plein’ (2004) nu ‘Waar is ons park’ (2006)?

Incluis: alternatief voorstel van De Ploeg voor de zones B, C en D – nu het nog kan

Voor een visuele weergave ervan en van het huidige voorziene ontwikkelingsscenario, zie mediakit

1. Waarover gaat het?

In mei 2000 keurde het Antwerpse college het door het Rotterdamse architectenbureau MVRDV opgemaakte masterplan voor de Antwerpse Kievitwijk goed.

Zoals bekend werd voor het project Kievitplein-fase1 (= zone A) het masterplan in belangrijke mate herschreven op maat van projectontwikkelaar Robelco, de grondeigenaar. Dit leidde in 2004 en 2005 tot fel protest in de wijk, tot verhitte stedenbouwkundige discussies in Antwerpen, tot een rechtszaak en finaal – onder druk van de lokale wijkcomités – tot het laattijdig bijstellen van de plannen waar dat in de toenmalige ruwbouwfase nog mogelijk bleek.

In de nasleep van dit conflict nam het Antwerpse stadsbestuur zich terecht voor om zelf de regierol op zich te nemen (i.p.v. de Vlaamse overheid) bij de ontwikkeling van Kievitplein-fase2 (= zones B, C en D). Dit is het nog te ontwikkelen projectgebied langs de spoorweg tussen Kievitplein-fase1 en de Plantin en Moretuslei. In oppervlakte is dit projectgebied groter dan het project ‘fase1’, in bouwvolume een kwart kleiner. Dit laatste omdat in het masterplan voor fase2 een buurtpark getekend stond: het Moretuspark.

Sinds maart 2006 pleegt de stedelijke planningscel in een plangroep overleg met de drie grondeigenaars van fase2: VVKSM (scouts), MCB (chassidische Belzer gemeenschap) en Sopima (de Vespa van het federale niveau: vastgoed-overheidsbedrijf). In die plangroep wordt onderzocht hoe de wensen van de private partijen ingepast kunnen worden in het masterplan zonder dat plan (of minstens de geest ervan) geweld aan te doen en rekening houdend met de scheeftrekkingen van het plan die inmiddels ontstonden in fase1.

In mei 2006 vroegen de buurtcomités verzameld in De Ploeg om mee betrokken te worden in dat overleg. Vele Kievitbewoners vermijden liever een scenario waarbij hun wijk een tweede keer boven hun hoofden hertekend wordt. Ze beseffen dat het te laat zal zijn om de stem te verheffen, wanneer de plangroep op een hoorzitting met een door het college goedgekeurd ontwikkelingsscenario naar buiten komt. Want voor een echte publieke discussie – dat lastige luik bij goede stadsontwikkeling – over een moeizaam bekomen consensus in de plangroep is dan geen ruimte meer.

Het stadsbestuur ging niet in op de vraag van De Ploeg; men vond geen juiste ‘format’ hiervoor. De bewoners vinden dat ze tijdens het Kievitpleindebacle nochtans hebben bewezen dat ze constructief willen en kunnen meedenken.

In augustus 2006 vernamen leden van de buurtcomités dat in de plangroep stilaan een consensus groeide: een ontwikkelingsscenario vijf (zie grondplan en tekening op hoger vermelde webpagina) kon op voorwaardelijke instemming van de drie grondeigenaars rekenen. Het ontwikkelingsscenario zou ter goedkeuring aan het college worden voorgelegd.

Op uitdrukkelijke vraag van de bewonersgroepen werd dit ontwikkelingsscenario op 18 augustus dan toch vóór de geplande goedkeuring in het college in een informele bijeenkomst aan een groep van negen bewoners uit acht verschillende buurtcomités voorgesteld.

Op woensdag 23 augustus evalueerde De Ploeg dit ontwikkelingsscenario. Op vrijdag 25 augustus werd het verslag van de vergadering aan alle (= acht) lokale bewonerscomités gestuurd, die het binnen de eigen wijk verder verspreidden. Ook werd die dag een kopie van het verslag aan het stadsbestuur bezorgd – via de programmaverantwoordelijke stationsomgeving van de stedelijke planningscel. Op maandag 28 augustus was immers een meerderheidsoverleg gepland ter voorbereiding van de goedkeuring van ontwikkelingsscenario 5 op het college van 1 september.

O.a. op basis van het bewonersverslag werd tijdens het meerderheidsoverleg – gelukkig – beslist om het ontwikkelingsscenario voorlopig niet goed te keuren.

2. Wat stelden we immers vast?

  1. het Moretuspark verdwijnt – d.w.z. wordt ontoegankelijk zichtgroen (zie groene strook op tekening plangroep). In de plaats komen tussen de gebouwen twee pleinen met verharde ondergrond (zie blauwe kleur op tekening).

    Hoe kwam het zover? Er zijn drie actoren (eigenaars VVKSM, MCB en Sopima)) die elk een eigen visie naar voor schuiven, met minimumeisen. Die benadering weegt op het uiteindelijke resultaat, waarbij drie van elkaar gescheiden bouwprojecten ontwikkeld worden met de openbare ruimte als restruimte ertussen (= de gaten in de kaas). Goed voor de actoren, minder goed voor de stadsontwikkeling, nefast voor de omwonenden en de toekomstige gebruikers van het publieke domein.

  2. er is een conflict tussen de verwachtingen/wensen van de MCB (joodse ‘Belzer’-gemeenschap) en de planologische ambitie van overheidswege (Vlaanderen en stad) om een grootschalig centrum-centrumproject te ontwikkelen, zeg maar: een tweede voorkant van het stationscomplex. De MCB (zie okerkleurig complex op tekening) zoekt geborgenheid, afsluiting, keert zich wat in zichzelf, wil laagbouw, verkiest een soort status quo in de luwte van een achterkant. De rest van het project streeft het tegendeel na: levendige plinten, openheid, publieke doorsteken allerhande, plaats voor de stedelijke fuifzaal, hoogbouw, grootstedelijke centrum-centrumfunctie etc.

    De twee ambities vallen nauwelijks te verzoenen.

  3. Sopima (zie streepgrijs gebouw op tekening) mikt op 55.000 m² . Dat is niet weinig (vgl. met het Alcatelcomplex op het Kievitplein: 40.000 m² ). Hoe plant je dit volume op een elegante manier op de relatief kleine Sopima-oppervlakte in, met behoud van open en groen karakter van de omgeving en met speciale aandacht voor de schaduwwerking (het plein ten noorden van het Sopimagebied dreigt in een permanente schaduwzone te liggen)? Terecht bepleit de stad hier een maximum van 35.000 m²

    Idem voor de VVKSM-nieuwbouw (zie beige ronde toren): een pakket van 11.000 à 14.000 m² blijkt stedenbouwkundig wenselijk maar financieel niet haalbaar. Een volume van 25.000 m² wel. Maar ter vergelijking: het hoogste gebouw op het Kievitplein (gebouw B) heeft een bruto oppervlakte van 19.117 m² .

    55.000 + 25.000 = 80.000 m² , ofwel het volledige Kievitpleincomplex. Beseft men dit?

    Er wordt overigens gewag gemaakt van maximaal 35.000 m² kantooroppervlakte in het hele plangebied en van minimaal de helft woonfunctie. Beide doeleinden vallen niet met elkaar te rijmen in een projectgebied waar o.a. door de stad een ontwikkeling van 50.000/55.000 m² wordt vooropgesteld. In zo’n project waar minimaal de helft woonfunctie toebedeeld krijgt, is slechts plaats voor maximaal 27.000/28.000 m² kantooroppervlakte.

  4. het potentieel van de na bijsturing groenere, autoluwe Van Immerseelstraat als lange, brede wandelboulevard wordt onvoldoende benut of uitgespeeld. Cfr. opnieuw vaststelling 1: de drie actoren bouwen alle en apart van elkaar tot aan de Van Immerseelstraat, dwars op de spoorweg i.p.v. erlangs. Daardoor wordt het mogelijke open gevoel op de boulevard ingekneld tussen twee wanden.

    3. Dit kan veel beter

    Opnieuw staat de Kievitbarometer op onweer, ondanks de goede intenties van stadswege om het deze keer beter te doen en ondanks de verklaring telkens weer in 2004/2005 ‘dat fase1 dan misschien wel minder geslaagd was, maar dat de buurt op termijn wel een park zou krijgen’.

    Positief is de intentie om tussen de nieuwbouw voor de scouts en het nieuwe stationsgebouw een grotere open ruimte te creëren dan aanvankelijk voorzien was – als compensatie voor wat in bouwproject fase1 aan open ruimte verloren ging. Daarmee kan rond een groter stationsplein dan misschien toch een tweede ‘voorkant’ van het station ontstaan in plaats van een ‘achterkant’ waar alle gebouwen tegen elkaar staan geplakt. De voorziene functionele invulling op de gelijkvloerse verdieping (stedelijke plint vol winkels, horeca, publieke diensten, fuifzaal) kan de levendigheid van het hele plein verhogen. Het bouwproject van de scouts (beige) én het bouwproject Sopima (streepgrijs) kunnen architecturale iconen worden op cruciale plekken in de wijk (wat nu ontbreekt op het Kievitplein). Er is de intentie om minstens de helft woningen te voorzien – in contrast met fase1.

    Negatief en breekpunten voor De Ploeg zijn echter:

  5. de verdwijning van het park,
  6. het onvermijdelijke toekomstige conflict tussen de planologische ambities vervat in het grootstedelijk bouwproject (levendige stationsbuurt) en de wat teruggetrokken levenssfeer van de chassidische gemeenschap (wier synagoge en jongensschool – zie okerkleur op tekening – in het projectgebied liggen),
  7. het volume en de inplanting van het Sopima-bouwproject (zie streepgrijs complex).

    Op woensdag 30 augustus werd ook in de plangroep vastgesteld dat men er nog niet was. Mogelijke wijzigingen werden bediscussieerd. Via contacten met de joodse gemeenschap achterhaalden we in welke richting gedacht werd. Het blijft een pleister op een houten been.

    4. Een alternatief voorstel

    Als oplossing voor de drie problemen stelt De Ploeg een zesde ontwikkelingsscenario voor, vertrekkende van de vaststelling dat vooral het verdwijnen van het park en de conflictueuze ontwikkeling van zone C (= bouwblok waarin synagoge en jongensschool gesitueerd zijn) problematisch zijn:

    1. het bouwproject MCB (okerkleurig op tekening) knipt een potentieel grote open ruimte in twee: gemiste kans;
    2. het belemmert het creëren van een noord-zuiddoorsteek langs de spoorweg en hypothekeert daarom het functioneel opladen van het Moretuspark (= passage van en naar);
    3. het laat slechts publieke voorzieningen toe aan 1 van de 3 zijden;
    4. MCB wil eigenlijk liever geen externe bebouwing aan de eigen bouwblok;
    5. een synagoge voor de chassidische gemeenschap vlak naast een grote fuifzaal onder de spoorweg?
    6. de laagbouwambitie van MCB staat haaks op de hoogbouwambitie van de twee andere actoren.

    Zowel om stedenbouwkundige als functionele redenen lijkt een verhuis van de synagoge en de jongensschool van de Belzer gemeenschap naar buiten het projectgebied aangewezen. Op die manier kan meer open ruimte worden gecreëerd: een park!. Daardoor vergroot de mogelijkheid om hoogbouw in de zones B (scouts) en D (Sopima) op een elegante manier in te passen (de impact van hoogbouw is kleiner wanneer de hoogbouw niet ingeklemd staat; het op elkaar gepakte hoogbouwproject op het Kievitplein blijkt vandaag donker en winderig). En last but not least: het dreigende conflict bij concrete invulling van de functies wordt bij voorbaat ontmijnd.

    Op de visuele simulatie van het alternatief (ontwikkelingsscenario zes) staat het park groen ingekleurd, met in de rand ervan het nieuwe scoutsgebouw (beige).

    De chassidische gemeenschap is een dergelijk scenario niet ongenegen, blijkt bij navraag. Eerder besliste de gemeenschap al om de huidige meisjesschool uit de projectzone weg te halen en te verhuizen naar een nieuwbouw op een door de stad aangeboden perceel vlakbij, aan de overkant van de Van Immerseelstraat. In ruil verwierf de stad de gronden van de meisjesschool, waarop het samen met de scouts een bouwproject kan ontwikkelen.

    Het verdient aanbeveling dat de overheden en MCB samen een gelijkaardige operatie tot stand brengen voor de resterende Belzer-gebouwen, d.w.z. een voor MCB zo gunstig mogelijke locatie vinden in de onmiddellijke omgeving waar synagoge en jongenschool een rustiger en besloten ligging kunnen opzoeken.

    • Misschien kunnen de jongensschool en de synagoge evengoed op de site van het stedelijk administratief gebouw Van Immerseelstraat terecht? Op die site komt de MCB-meisjesschool die nu gehuisvest is in het projectgebied (Van Spangenstraat), maar de grondoppervlakte is er aanmerkelijk groter dan die van de huidige meisjesschool.
    • Als die site te klein blijkt voor school én synagoge kan misschien een van beide functies op die site ontwikkeld worden en de andere functie aanpalend in de Lange Kievitstraat, bv. op de grond waar nu een aantal huizen staan te verkommeren: nrs. 86-96?
    • Onderzocht kan worden of Sopima geen erfpachtconstructie kan opzetten waarbij de ontwikkelaar in de erfpacht mede de een deel van de supplementaire kostprijs voor het verplaatsen van de synagoge voor zijn rekening neemt. Cfr. de Rotterdamse Kop van Zuid of de hele City of Londen, waar erfpacht de regel is. Bij erfpacht kan Sopima ook blijven wegen op de toekomst van zone D: als grondeigenaar blijft de federale overheid immers een vinger in de pap houden.
    • Onderzocht kan ook worden of dergelijke operatie – waarbij een grote groenzone gecreëerd wordt in het hart van de stad – niet mee gefinancierd kan worden via het Vlaams of federaal grootstedenbeleid of via Europese Urban-fondsen.
    • Onderzocht kan worden of synagoge en jongensschool tijdens de herontwikkeling van het gebied niet tijdelijk onderdak kunnen vinden in het Copernicusgebouw, dat in het voorjaar van 2007 door de Vlaamse overheid verlaten wordt.

    Aan de verhuis van synagoge en jongensschool hangt sowieso een prijskaartje vast voor de overheid, want het kan niet de bedoeling zijn dat de joodse gemeenschap opdraait voor kosten verbonden aan een eventuele verhuis. In ruil krijgt de overheid een unieke kans om in een voor de rest honderd procent versteende wijk toch een substantiële nieuwe groenzone aan te leggen. Wanneer voor MCB een andere locatie gevonden wordt onder voorwaarden die aan de financiële en functionele verwachtingen van de joodse gemeenschap beantwoorden, ontstaat immers de mogelijkheid om eindelijk een heus park in de wijk aan te leggen. Geen verharde pleinzone met hier en daar enkele bomen.

    Het park blijft uiteraard gemeenschapseigendom (bij overdracht van de gronden aan de overheid, wanneer MCB verhuist): een noodzaak in een strategische buurt.

    De nabijheid van parken is essentieel voor een kwaliteitsvolle beleving van de stad , ook in een stationsbuurt. Sinds mei 2000 wordt aan de bewoners van de Kievitwijk zo’n park beloofd. In het najaar van 2004 en voorjaar van 2005 kreeg dat park zelfs mythische proporties, toen ook de overheden moesten erkennen dat het Kievitplein toch wel erg volgebouwd werd.

    Een ruwe schatting leert dat in de zone tussen stationsplein, Sopima, spoorwegberm en Van Immerseelstraat (incluis de reeds geplande groenstrook naast de rijweg) een gelijkvloerse groenzone ontwikkeld kan worden van c. 5000 m² , dit is: een voetbalveld groot – zonder dat de voorziene kantoor- en woonontwikkeling erdoor in het gedrang komt. Het park zou vlak voor de MCB-meisjesschool en -jongensschool liggen en op (veilige) wandelafstand van veel jonge gezinnen die zich in de Kievitwijk komen vestigen. Het zou ook de al even versteende stadsdelen oud-Borgerhout en zuid-Zurenborg van zuurstof voorzien en een open gevoel creëren tot in de omliggende straten (zicht vanaf Baron Joostensstraat tot aan het Kievitplein).

    In het door de plangroep voorgestelde ontwikkelingsscenario ontneemt het gebouwencomplex van Sopima (zie streepgrijs complex) licht en ruimtegevoel aan zowel de Van Immerseelstraat als het voorziene plein (of hopelijk: park) ten noorden van het complex.

    Bij verdere studie moet ernaar gestreefd worden om de Sopima-gebouwen tegen de spoorweg te situeren en de groenstrook tegen de Van Immerseelstraat (zie tekening alternatief). Op die plek kan gemakkelijker hoogbouw verantwoord worden, als voldoende afstand gehouden wordt van de huizenrij aan de oostkant van de Van Immerseelstraat.

    We hopen dat de overheden ditmaal de lat voldoende hoog leggen en samen met de bewoners eindelijk streven naar de inplanting van wat de Kievitwijk echt nodig heeft: groen, ademruimte, kwaliteitsvolle architectuur, gemengde functies (wonen en werken) en een levendige mix van activiteiten.

    De Ploeg,

    acht buurtcomités in en rond de Kievitwijk

    www.antwerpencentraal.be/kievit