Persbericht De Ploeg 28 februari 2007

De Ploeg verheugd over grondige wijzigingen van verdere plannen voor Kievitwijk
Of waarom tijdig luisteren naar bewoners cruciaal is voor een goede stadsontwikkeling

1. Wat voorafging

In maart 2006 werd een plangroep opgestart voor de verdere ontwikkeling van het project ‘Kievitplein’. Na de bouw van de acht torens op het voormalige Kievitplein – waarover de verzamelde buurtcomités in het najaar van 2004 een breed maatschappelijk debat afdwongen – volgt immers de ontwikkeling van de ernaast liggende, nog grotere zone langs de spoorweg, tussen het Kievitplein zelf en de Van den Nestlei (= Kievitzone fase 2).

In mei 2006 vroegen we (= de buurtcomités verzameld in De Ploeg) om mee betrokken te worden in dat overleg. Dit om een scenario te vermijden waarbij onze wijk een tweede keer boven onze hoofden hertekend wordt. In juni en juli herhaalden we de vraag of we – terugkoppelend naar de buurtcomités – alvast mee mochten nadenken over mogelijke scenario’s vóór de grote krachtlijnen definitief vastgelegd worden (zie onderaan dit persbericht). Het stadsbestuur ging niet in op de vraag. In de plangroep bleek alleen plaats voor afgevaardigden uit de stedelijke diensten (kabinetten en planningscel), planologen van de Vlaamse Gemeenschap, gemandateerden uit de NMBS-holding en de diverse grondeigenaars uit de zone zelf.

In de zomer van 2006 raakten de contouren van een door de plangroep goedgekeurd ontwikkelingsscenario 5 stilaan toch bekend bij mensen van de lokale bewonersgroepen. We hadden het over ‘geruchten, mythes en halve scenario’s’ in een schrijven aan de stad. Daarop werd op 18 augustus 2006 het ontwikkelingsscenario vóór de geplande goedkeuring in het college in een informele bijeenkomst aan een groep van negen bewoners uit acht verschillende buurtcomités voorgesteld.

Op woensdag 23 augustus 2006 evalueerde De Ploeg dit ontwikkelingsscenario negatief. Op vrijdag 25 augustus werd het verslag van die vergadering aan alle lokale bewonerscomités gestuurd, die het binnen de eigen wijk verder verspreidden. Ook werd die dag een kopie van het verslag aan het stadsbestuur bezorgd – via de programmaverantwoordelijke stationsomgeving van de stedelijke planningscel. Op 8 september 2006 zou ontwikkelingsscenario 5 ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college. Daarom vonden we het opportuun om onze kritiek erop in een persbericht te gieten, dat we op 6 september 2006 uitstuurden.

Onze kritieken en aanbevelingen toen:

  1. Kritiek: het Moretuspark verdwijnt – d.w.z. wordt ontoegankelijk zichtgroen. In de plaats komen tussen de gebouwen twee pleinen met verharde ondergrond.
    --> De nabijheid van openbare parken en groen is essentieel voor een kwaliteitsvolle beleving van de stad, ook in een stationsbuurt. Sinds mei 2000 wordt aan de bewoners van de Kievitwijk zo’n park beloofd. In het najaar van 2004 en voorjaar van 2005 kreeg dat park zelfs mythische proporties, toen ook de overheden moesten erkennen dat het Kievitplein toch wel erg volgebouwd werd.
    Onze aanbeveling: behoud van park en zelfs uitbreiding ervan, langs de Van Immerseelstraat.

  2. Kritiek: er is een conflict tussen de wensen van de joodse ‘Belzer’-gemeenschap en de ambitie van overheidswege (Vlaanderen en stad) om een grootschalig centrumproject te ontwikkelen, zeg maar: een tweede voorkant van het stationscomplex.
    --> de joodse gemeenschap legt de nadruk op veiligheid. Begrijpelijk. Deze nadruk leidt echter tot het streven naar fysieke afsluiting van de omgeving. De rest van het project streeft het tegendeel na: levendige plinten, openheid, publieke doorsteken allerhande, etc. De twee ambities vallen moeilijk te verzoenen. Concreter nog: hoe valt de locatie van een synagoge voor de chassidische gemeenschap te rijmen met een grote fuifzaal onder de spoorweg als buur? Dat worden interessante vrijdagavonden.
    Onze aanbeveling: herlocaliseren van de joodse synagoge plus jongensschool aan de overkant van de Van Immerseelstraat, buiten het ontwikkelingsproject: daar een rustiger en besloten ligging opzoeken.
    Als herlocalisering onmogelijk blijkt, moet minstens gestreefd worden naar een andere inplanting van synagoge en jongensschool in functie van het aan elkaar koppelen van beide pleinen (pleintjes) tot een groter parkgeheel. Overwogen kan worden om synagoge en jongensschool tegen de spoorweg te bouwen (synagoge kan behouden blijven), waarbij doorsteek 2 gesupprimeerd wordt.

  3. Kritiek: Sopima mikt op 55.000 m². Dat is niet weinig (vgl. met het Alcatelcomplex op het Kievitplein: 40.000 m²). Hoe plant je dit volume op een elegante manier op de relatief kleine Sopima-oppervlakte in, met behoud van open en groen karakter van de omgeving en met speciale aandacht voor de schaduwwerking (het plein ten noorden van het Sopimagebied dreigt in een permanente schaduwzone te liggen)?
    --> In het door de plangroep voorgestelde ontwikkelingsscenario ontnemen de gebouwen van Sopima licht en ruimtegevoel aan zowel de Van Immerseelstraat als het voorziene plein ten noorden van het complex.
    Onze aanbeveling: Bij verdere studie moet ernaar gestreefd worden om de Sopima-gebouwen tegen de spoorweg te situeren en de groenstrook tegen de Van Immerseelstraat. Op die plek kan gemakkelijker hoogbouw verantwoord worden, als voldoende afstand gehouden wordt van de huizenrij aan de oostkant van de Van Immerseelstraat. Hierbij werd een tekening gevoegd, ter illustratie van een alternatieve inplanting.

  4. Kritiek: het potentieel van de autoluwe Van Immerseelstraat als lange, brede wandelboulevard wordt onvoldoende benut of uitgespeeld. De drie grondeigenaren bouwen alle en apart van elkaar tot aan de Van Immerseelstraat, dwars op de spoorweg i.p.v. evenwijdig eraan. Daardoor wordt het mogelijke open gevoel op de boulevard ingekneld tussen twee wanden.
    Onze aanbeveling: De groene strook in de Van Immerseelstraat kan merkelijk breder gemaakt worden, bij achteruit schuiven van de Sopima-gebouwen, zoals voorgesteld in 3. Op die manier trek je toch licht en openheid in het hele project én in de wijk.

Onze conclusie toen: ‘Opnieuw staat de Kievitbarometer op onweer, ondanks de goede intenties van stadswege om het deze keer beter te doen en ondanks de verklaring telkens weer in 2004/2005 ‘dat fase1 dan misschien wel minder geslaagd was, maar dat de buurt op termijn wel een park zou krijgen’.’

O.a. op basis van de berichtgeving in de pers hierover werd tijdens het meerderheidsoverleg van 8 september 2006 – gelukkig – beslist om het ontwikkelingsscenario voorlopig niet goed te keuren. De plangroep kreeg de opdracht om de ruimtelijke vertaling van het afgevoerde scenario 5 ‘grondig te wijzigen’. Op 5 oktober 2006 kwam de plangroep een laatste keer samen. In de daarop volgende maanden werkte de stad het nieuwe ontwerp verder uit. Het werd opnieuw windstil. Ondanks aandringen kregen we maandenlang niets meer te horen.

2. Geheimen

Op 9 februari 2007 keurde het college een nieuw ontwikkelingsperspectief voor Kievitzone fase 2 goed (scenario 6), buiten de officiële agenda. De beslissing werd niet bekend gemaakt. Het besluit lag niet ter inzage. De nieuwe plannen voor de Kievitwijk blijken top secret. Maar op maandag 26 februari ll. lichtte schepen Ludo van Campenhout in een kranteninterview het nieuwe scenario dan toch plots toe aan de hand van een erbij afgedrukte visuele weergave.

Een verrassing was het ontwerp niet voor de buurtcomités verzameld in de Ploeg. Het geheime collegebesluit was intussen al via een gelukkige wind bij hen beland. De evaluatie ervan stond geagendeerd voor de Ploegvergadering van maandagavond 26 februari.

Verrassend was wel dat de rol van de bewoners bij het tot stand komen van deze versie van het plan buiten beeld gehouden werd.
Het is jammer dat het stadsbestuur de in de wijk verzamelde know how niet wil honoreren door die open en bloot in de werking van de plangroep te betrekken. Nu moest overleg informeel en geïmproviseerd gebeuren.
Het is dubbel jammer – en zelfs wat beledigend voor bewoners die zich al jarenlang inzetten voor een bewonersvriendelijke stadsontwikkeling – wanneer de actieve inbreng van de bewonersgroepen ook nog eens verzwegen wordt. Dat ruikt naar selectieve geheugens en geschiedvervalsing, als ware de bevoegde schepen een soort David Copperfield die ‘zomaar’ ineens leuke dingen voor het publiek te voorschijn tovert.
Hopelijk wordt dat op korte termijn rechtgezet, want nu wordt de indruk gewekt dat inspraakverlening er niet toe doet. Terwijl de plannen grondig (en in stilte) hertekend werden mede op basis van een kritische evaluatie door de lokale bewonersgroepen.

3. Nieuwe ontwerp verwerkt onze voorstellen

In het collegebesluit van 9 februari 2007 wordt eindelijk erkend dat de principes van het in mei 2000 goedgekeurde masterplan van MVRDV toch wel ‘zeer ruim geïnterpreteerd’ werden bij de opmaak van het ruimtelijk structuurplan voor het Kievitplein (GRUP, 2003). Met als gevolg: het Alcatel-Robelco project. Kievit fase 2 moet anders verlopen, en daarom is een nieuw uitvoeringsplan nodig.
Post factum krijgen vele bewoners in en rond de Kievitwijk dus gelijk: in hun proces tegen het bouwproject op het Kievitplein was dit een van de aanklachten: het ruimtelijk uitvoeringsplan was niet alleen aantoonbaar onwettelijk tot stand gekomen, het had ook de principes van het masterplan (waarvoor in 2000 een breed maatschappelijk draagvlak bestond) uitgehold.
Gelukkig trekt het stadsbestuur nu dezelfde conclusie en wordt een stedelijke structuur nagestreefd ‘die letterlijk en figuurlijk afstand neemt van fase 1 (zone Alcatel)’ (collegebesluit). In dat nieuwe ruimtelijk uitvoeringsplan zullen volgende krachtlijnen worden verwerkt:

  1. in scenario 6 blijft een toegankelijk Moretuspark toch behouden en wordt de groenzone uitgebreid richting de Van Immerseelstraat, waar ruimte gecreëerd wordt voor echte functies (basketbalveld, groene zitruimte, speelplein, etc.). De parkstructuur wordt dus meer dan het in scenario 5 vervatte zichtpark. Het wordt een ‘belevingspark’ dat ook groen ingevuld wordt tussen de geplande bouwblokken – zoals we suggereerden in augustus 2006.

  2. de joodse synagoge en jongensschool wordt niet uit het bouwprogramma gelicht. Wel wordt uitdrukkelijk gesteld dat alle zijden van de nieuwe bouwblokken als ‘voorkanten’ dienen te worden ontwikkeld, dat een mix van functies wordt voorzien en dat in de plinten (= gelijkvloerse verdieping) zo veel mogelijk publieke functies moeten komen. Herhaling van Kievitplein fase 1 is hier dus niet aan de orde. Ook wordt doorsteek 2 opgeheven, nog een suggestie van de Ploeg.

  3. de nieuwe gebouwen van Sopima liggen niet langer vlak naast de Van Immerseelstraat, maar dichter tegen de spoorweg. Op die manier ontstaat een grotere afstand met de bestaande bebouwing in de Van Immerseelstraat, en is er dus minder schaduwwerking op plein en huisgevels.

  4. Op en langs de Van Immerseelstraat komt een parktuinconcept, d.w.z.: een verbrede groenstructuur. De bebouwing wordt er dan toch ‘evenwijdig’ met de spoorwegbedding ingeplant. Dat heeft vele voordelen, stelden we in augustus/september 2006: veilige verbinding met Zurenborg, ruimte en standing ten goede van buurt én bezoekers, openheid op en rond de Van Immerseelstraat (als contrast met beslotenheid van Kievitplein fase 1).

Deze koerswijziging werd positief geapprecieerd op de Ploegvergadering van 26 februari 2007. De grondig hertekende plannen voor Kievitplein fase 2 hebben de potentie om een echt stedelijk weefsel te creëren, mét groene parkruimte, veel publieke functies, levendige plinten, openheid en doorwaadbaarheid.
Eindelijk zijn we beland waar we moeten zijn.

In de Kievitwijk moet het overleg met bewoners tijdens de opmaak van dergelijke krachtlijnen helaas nog altijd worden afgedwongen en in stilte verlopen. De lokale expertise wordt wel gewaardeerd, maar daar mag blijkbaar niet al te veel ruchtbaarheid aan gegeven worden.
Vreemd vinden we het dat de bevoegde overheid niet naar buiten wil komen met het feit dat ze rekening houdt met de burger.
Hopelijk gebeuren de besluitvormingsprocessen bij andere grote stadsprojecten in Antwerpen voortaan minder verkrampt. Bewoners worden graag op tijd gehoord en krijgen ook graag erkenning voor wat ze inbrengen. Ze zijn vervolgens niet te beroerd om de lokale overheid te bedanken voor de inspraakverlening. Bij deze.

De Ploeg, i.e. acht buurtcomités in en rond de Antwerpse Kievitwijk

In juni formuleerden we de vraag aldus op papier:
‘Als buurtbewoners en direct betrokkenen zouden we graag op de hoogte gehouden worden in deze cruciale fase, waarbij eerst belangrijke beslissingen worden genomen vooraleer het op de tekentafel van een dienst stedebouw of architect komt te liggen. Zoals jullie weten is het buurtcomité De Ploeg na het Kievitdébacle bijzonder begaan met de verdere ontwikkeling van zones B, C en D. Tijdens de vele gesprekken met burgemeester Janssens, schepen Van Campenhout, de planningscel en anderen, werd gesteld dat er nooit meer zoiets mocht gebeuren dan wat nu stilaan zichtbaar wordt op het Kievitplein: ongebreidelde hoogbouw zonder kwaliteit in een woonwijk droppen zonder enige vorm van planning of overleg met de buurtbewoners’ (mail 10 juni 2006)

Begin juli herhaalden we de vraag andermaal:
‘We vragen gewoon om in deze prille fase al mee betrokken te worden in het overleg over een zo goed mogelijk project (Copernicusblok, zones B, C en D) voor de wijk. Gewoon mee mogen nadenken: scenario's inzien, mogelijkheden kennen, opties uitsluiten, terugkoppelen naar de buurtcomités, etc - dit allemaal vóór de geesten van niet-bewoners naar mekaar toe gegroeid zijn i.v.m. de ontwikkeling van onze wijk. Wij willen meegroeien, en niet post factum een definitief plan voorgeschoteld krijgen - hoe goed jullie het ook bedoelen en hoe gedreven jullie er ook werk van maken’ (mail 2 juli 2006)