District Antwerpen. Stationsomgeving: voor een leefbare Kievitbuurt. Introductie beleidsrichtlijn (Jaarnummer )

Motivering

Voorgeschiedenis

Het begon als een mooi voorbeeld van stadsplanning. In 1999 werd aan een Nederlands bureau (MVRDV) opdracht gegeven om een plan op te maken voor de ontwikkeling van de bijzonder interessante en lucratieve site achter het Centraal Station. Het werd een speels en creatief plan dat voorzag in de bouw van een reeks gebouwen van afwisselende volumes en groottes en met een belangrijk beginsel voor het ganse gebied: er moest een verweving van functies komen, om te vermijden dat na de werkuren het gebied zou verworden tot een doods gebeuren. Dit werd vastgelegd in de volgende verhouding: 1/3 werken, 1/3 wonen, 1/3 lokale dienstverlening, handel, horeca, openbaar domein. Daarbij werd ook een park aan de Plantin Moretuslei voorzien. Dit plan werd door het college goedgekeurd in 2000.

Omdat de ontwikkeling van de site ook kadert in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen en omdat er enige haast is – Alcatel wil zich op die plaats vestigen-, neemt minister Van Mechelen het dossier in handen en start de procedure voor de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Dit GRUP is vastgesteld in 2003. Het plan voorziet voor de stationsomgeving vier zones, van A tot D. Voor deze zones geldt de bestemming van personeelsintensieve en bezoekersintensieve activiteiten, stedelijk wonen en openbare ruimten. De verdeling tussen deze 3 activiteiten verschilt: voor zone A geldt dat 30% moet worden voorzien voor woningen en horeca; voor zones B en C moet minstens 30% als woning bestemd zijn.

Het GRUP legt verder nog vast hoe de bebouwing moet geordend worden: voor zone A moeten er minstens 3 open ruimte stroken komen; de stroken bebouwing - open ruimte zijn evenwijdig met de Lange Kievitstraat.

Ook nog volgens het GRUP: alvorens een zone wordt aangesneden, moet er voor de ganse zone een inrichtingsplan opgesteld worden. Dit plan moet een voorstel van ordening aangeven; dus aanduiden welke bouwvolumes er komen, welke ruimte publiek is, welke privaat en hoe voldaan wordt aan de stedenbouwkundige voorschriften. Dit plan heeft vooral als bedoeling een kwaliteitsbewaker te zijn.

Feiten en context

Voor de ondergrondse parking is als eerste een bouwvergunning verleend. Het bedoelde inrichtingsplan is opgemaakt en ingediend samen met de bouwaanvraag voor het bovengronds gedeelte voor de ontwikkeling van zone A. Inmiddels is deze bouwvergunning ook afgeleverd. Deze vergunning wijkt in sterke mate af van het oorspronkelijke plan van 2000, m.n.:

voor wat het openbaar domein betreft:

  • er is geen plein
  • de straten tussen de kantoorblokken zijn amper toegankelijk: men voorziet een soort van atrium

verweving van functies:

  • het wonen in de zone A moet gebeuren in het hotel annex vergaderzalen : de woonfunctie is teruggebracht van 30% tot 7%
  • de bedrijfskantine vervangt de oorspronkelijk geplande cafés en restaurants die publiek toegankelijk zouden zijn
  • het businesscenter zal instaan voor de “bezoekersintensieve activiteiten” uit de bestemmingsvoorschriften.

Buurtverenigingen hebben zich georganiseerd in de Ploeg om protest aan te tekenen tegen de plannen. De weerstand van de Antwerpenaars neemt ook toe. Ook gerenommeerde stedenbouwkundigen en architecten komen in stelling tegen de plannen (Vlaams bouwmeester, stadsbouwmeester, J. Crepain …).

Wat vooral tegen de borst stoot, is dat zoveel geld geïnvesteerd wordt in de ontwiikkeling van een quasi monofunctioneel gebouwencomplex terwijl de behoeften in de buurt en de samenlevingsproblemen zo groot zijn (getuige het wijkprogramma). Dit plan levert voor de buurt niets op.

Inmiddels gaan ook meer en meer stemmen op om het klooster en de kerk in de Ploegstraat een buurtgerichte socio-culturele functie te geven.

Argumentatie

Gelet op de vorige adviezen die deze raad heeft geleverd over de ontwikkelingen in deze buurt; meer in het bijzonder het advies over Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan HSTAntwerpen
  • Omgeving Kievitplein. (Jaarnummer 23), van 27 januari 2003.
Gelet op de het stelselmatig verslechteren van de kwaliteit van de plannen en het uiteindelijk vergunnen van een plan voor zone A zodanig dat:
  • de verweving van functies niet gerealiseerd wordt
  • hierdoor een weinig leefbare buurt ontstaat
  • dit kan na de realisatie aanleiding geven tot een onveiligheidsgevoel en problemen als sluikstort
  • het openbaar domein geen meerwaarde creëert voor de buurt
  • en dat dit een gemiste kans is. Gelet op het wijkprogramma Diamant-Stadspark; Dit plan voorziet o.a. in een wervend programma Kievit met daarin als acties:
  • parkeerruimte van het gebouw van Burgerzaken in de Van Immerseelstraat openstellen tijdens het weekend;
  • een toekomstbeeld uittekenen voor de Provinciestraat
  • een socio-cultureel project voor de buurt opstarten.

Besluit

Artikel 1
De districtsraad adviseert het college van burgemeester en schepenen om initiatieven te nemen naar het Vlaams Gewest toe om voor de zones B, C en D een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan uit te werken. Dit moet leiden tot een beter evenwicht tussen de verschillende functies in het gebied. In deze zones moet het accent meer op de verblijfsfunctie komen te liggen (min. 50%).

Artikel 2
De raad adviseert het college van burgemeester en schepenen over te gaan tot aankoop van de kerk en het klooster met tuin in de Ploegstraat zodat de door de buurt gevraagde socio-culturele invulling mogelijk wordt.

Artikel 3
De raad adviseert het districtscollege en het college van burgemeester en schepenen bij prioriteit uitvoering te geven aan het wijkprogramma Diamant-Stadspark 2004-2006, m.n. het wervend programma Kievit. Tevens zal het districtsbestuur werken aan kleinschalige verbeteringen van het openbaar domein in de ganse buurt (bv. sport- en speelinfrastructuur).

Artikel 4
De districtsraad adviseert het college van burgemeester en schepenen om dringend werk te maken van het betrekken van de buurt bij het uittekenen van het park (cfr. Spoor Noord).

Artikel 5
De districtsraad wenst op dit advies een antwoord van het college.

Artikel 6
Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.