Historiek van een groeiende verontwaardiging

Reeds jaren protesteren de bewonersgroepen in en rond de Antwerpse Kievitbuurt tegen de bouw van een kantoorwijk op het Kievitplein. Acht blokken dreigen er een gesloten enclave te vormen in het hart van de stad. Het complex zal decennialang nog de goede werking van het stedelijk weefsel hypothekeren en lokaal tot een kankerplek-na-de-werkuren verworden.

Sinds het najaar van 2000 stapelen de verslagen van buurtvergaderingen over de kwestie zich op. Bij elk openbaar onderzoek werden bezwaarschriften ingediend. Over de belangrijkste pijnpunten werden interviews gegeven, persberichten verstuurd, acties op touw gezet en discussies gevoerd met politici en projectleiders. Vruchteloos was dit engagement van velen, want intussen staan de bouwkranen er en is de ruwbouw van een deel van de ondergrondse parkeerplaatsen af.

De bewoners, inmiddels verenigd in De Ploeg, zien zich dan ook genoodzaakt om datgene te doen wat altijd gebeurt wanneer een constructief gesprek onmogelijk blijkt: ze stappen naar de rechtbank. Ze beslisten een staking van de werken te eisen om alsnog een correcte beleidsvoering af te dwingen die van het Kievitplein een aanwinst maakt voor álle Antwerpenaren. Want wat blijkt? Niet alleen trokken de bewoners al die tijd tevergeefs aan de alarmbel, maar ze werden ook nog eens misleid én bedrogen door hun eigen overheden. Onder het motto 'het doel heiligt de middelen' lieten het stadsbestuur en de Vlaamse overheid immers ruim anderhalf jaar lang twee besluitvormingscircuits naast elkaar functioneren: een overlegronde in kleine kring waar de echte beslissingen genomen werden en een opsmukoperatie voor het brede publiek waarmee de eerder aangegane engagementen stap voor stap gelegitimeerd werden.

Het probleem is niet dat hun reactie laat komt, vinden de buurtcomités, maar wel dat de goedkeuringen en vergunningen te overhaast en ten onrechte verleend werden. Het is daarom hun goed recht en finaal zelfs hun plicht om langs gerechtelijke weg respect af te dwingen voor de jurisdictie die een verstandige ruimtelijke ordening moet garanderen. Het zijn de overheden en de projectontwikkelaar die minachting toonden voor de regels van een evenwichtige stedenbouw en de daarvoor opgestelde wetgeving, niet de buurtbewoners. Het resultaat van dit alles is een bouwmisdrijf - letterlijk maar ook figuurlijk, want de burger wordt het slachtoffer van onoordeelkundige planologie.

Bovendien zijn vele bewoners het beu om stelselmatig voor verzuurd, conservatief, egoistisch of onpragmatisch versleten te worden alleen maar omdat ze zich verzetten tegen de inplanting van een achterhaald stedenbouwkundig concept in hun buurt of wijk. 'Stadsvernieuwing brengt altijd protest met zich mee,' relativeerde de Antwerpse schepen van ruimtelijke ordening de kritiek (De Standaard, 9 augustus 2004). 'Omwonenden zijn bang dat hun buurt te elitair, te lelijk of te gevaarlijk wordt. Dat is nu eenmaal eigen aan het doorvoeren van veranderingen. Maar als we ons daar elke keer door lieten afremmen, dan zou Antwerpen er nu nog altijd hetzelfde uitzien als in de jaren zeventig.' Andere mandatarissen zeggen dat ze de bekommernissen vanuit de buurt begrijpen, maar dat 'de politiek' op een bepaald moment zijn verantwoordelijkheid moet nemen en knopen moet doorhakken. Ziedaar het sussende en soms ronduit beledigende discours waarmee steeds weer de indruk gewekt wordt dat het de bewoners te doen is om het tegenhouden van de vooruitgang in hun eigen achtertuin (NIMBY, not in my back yard) of van de komst van een groot bedrijf naar hun wijk.

Niets is minder waar: vele zich organiserende burgers bepleiten doorgaans het optimaal benutten van kansen op kwaliteitsvolle vernieuwing en vragen niets liever dan dat 'de politiek' effectief met zin voor verantwoordelijkheid handelt. Ook wanneer grote economische belangen op het spel staan, moeten overheden en projectontwikkelaars conform het wettelijk kader handelen om aldus een voor de hele gemeenschap aanvaardbaar compromis uit te werken.

Concreet dromen de bewoners in en rond de Kievitwijk van een fantastisch nieuw stukje stad waar Antwerpen trots op kan zijn, van een plek die als een Antwerpse Ramblas het stadscentrum verbindt met Borgerhout en delen van Berchem en Antwerpen-Noord, en waarin een groot telecombedrijf perfect zijn hoofdkwartier kan integreren. Van een voor de 19de-eeuwse gordel cruciaal overgangsgebied richting het stadscentrum dus, waar idealiter altijd volk op straat is, of dat nu komt werken, wonen of zich ontspannen.

Precies daarom investeren ze een belangrijk deel van hun vrije tijd in het grondig bestuderen van het dossier en in het genuanceerd bepleiten van een project dat toekomstgerichter en veelzijdiger is dan wat overheden en projectontwikkelaars voor ogen hebben. Net omdat ze zich als eerste en permanente gebruikers van de te vernieuwen wijk zo nauw betrokken voelen bij 'het doorvoeren van veranderingen', kennen ze de situatie vaak beter dan de politici die vele dossiers tegelijk moeten beheersen, en beschikken ze in de praktijk soms over meer deskundigheid dan de reeds overbevraagde kabinetten.

Een stadsbestuur zou dit soort inwoners aan het hart moeten drukken in plaats van ze te beschimpen of verdacht te maken. De overheid zou dergelijke betrokken ervaringsdeskundigen beter opnemen in lokale projectraden, want ze hebben de goesting en de energie om te doen wat de overheid zelf niet kan of wil doen en ze kunnen gemakkelijker een brug slaan naar hun eigen buren. Helaas nemen politici die zich in de communicatie over een gevoelig dossier opgejaagd voelen nog al te vaak hun toevlucht tot verdachtmakingen en verdeel-en-heersscenario's, waarmee ze slechts olie op het vuur gieten of verder polariseren.

Bewoners met de vinger wijzen is de slechtst denkbare reactie, wanneer je zelf naliet om hen op een faire manier te behandelen.

Te lang hadden de lokale buurtcomités vertrouwen in de goede gang van zaken. Was er immers niet het op 4 mei 2000 door het college goedgekeurde masterplan van MVRDV, dat op de allereerste infovergadering van 23 mei 2000 aan de bewoners voorgesteld werd en waarvan nog tot eind 2001 staande gehouden werd dat op basis hiervan een stuurgroep ('een studiesyndicaat') een voorontwerp van bijzonder plan van aanleg zou ontwikkelen dat dienen zou 'als leidraad voor de uitbouw van het stedenbouwkundig project' (Noord-Zuidkrant, oktober 2001). Bovendien beschikten de buurtbewoners lange tijd niet over de essentiële informatie op basis waarvan ze hadden kunnen ageren. De overheid en de projectontwikkelaar sloten voorakkoorden waarover nooit met een woord gerept werd tijdens informatieavonden.

Toen halfweg 2002 de bevoegdheid ontnomen werd aan de stad (concreet: in plaats van een bijzonder plan van aanleg bleek plots een ruimtelijk uitvoeringsplan nodig), bleef voor de burger dan ook lange tijd vaag wat daar de concrete gevolgen van zouden zijn. Het voorlopig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan werd wel al op 8 november 2002 door de Vlaamse regering goedgekeurd, maar verscheen pas in de zomer van 2004 in het Belgisch Staatsblad. De civiele samenleving en haar deskundigen konden zich bijgevolg niet informeren over wat gepland werd, wat het recht op inspraak alweer niet bevorderde.

Het was voor de bewoners dat de mogelijke gevolgen van de bevoegdheidsverschuiving vaag bleven, niet voor de overheid en de bouwpromotor. Die hadden alles onderling al geregeld. Op 6 februari 2002 had het college beslist dat het 'alles in het werk zal stellen om aan de voorwaarden gesteld door de nv Alcatel Bell te voldoen' en dat zo vlug mogelijk een bijzonder plan van aanleg diende opgemaakt. Op 8 mei 2002 bleek het ineens 'juridisch niet noodzakelijk een bijzonder plan van aanleg vast te stellen voor de toekenning van de bouwvergunning' (collegebesluit). De bocht naar de bevoegdheidsverschuiving was genomen. Want intussen had men op het ministerie van ruimtelijke ordening beslist dat het Alcatelcomplex zoals de projectontwikkelaar en de toekomstige huurder dat voor ogen hadden koste wat het kost op het Kievitplein zou komen. De vraag was alleen nog hoe dit wettelijk verantwoord kon worden. We hebben daarvoor een GRUP nodig, wist iemand. En zo geschiedde.

Anderhalf jaar voor de buurtbewoners een eerste maal plannen zagen opduiken, hadden hun mandatarissen en de projectontwikkelaar dus reeds vastgelegd wat er komen zou. Zonder op een eerste versie van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te wachten en voor het eerste advies daarover nog gegeven moest worden had het schepencollege op 3 juli 2002 zijn principiële goedkeuring gegeven voor het concept en het volumevoorstel voor de nieuwe huisvesting van Alcatel. Wie niet elke week de collegebesluiten opvraagt (elke burger dus) verneemt pas veel te laat dat het college al in de zomer van 2002 vastlegde hoe zijn Kievitwijk er uit zou zien, en fraai was dit niet. In de praktijk werd het Alcatelcomplex zoals dat getekend was voor de mogelijke site in Mechelen gewoon overgeplant naar het Kievitplein. Aandacht voor een concrete context was daarbij het laatste van de zorgen.

Dit is een grove schending van de geest van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening. Een dergelijke, voor een relatief groot stadsdeel ingrijpende stedenbouwkundige beslissing dient niet in zeven haasten voorbereid en in een schepencollege goedgekeurd, maar moet het onderwerp vormen van een breed debat. Net met het oog daarop bepaalt het decreet dat er uitvoeringsplannen moeten worden opgesteld na het organiseren van een openbaar onderzoek waarin adviezen worden verstrekt en bezwaarschriften kunnen worden ingediend. Door dit alles pas post factum, d.i. na de concrete toezegging, in orde te brengen, ridiculiseerde de overheid de rechten van de gemeenschap en de adviseurs die haar vertegenwoordigen.

Het op 3 juli 2002 goedgekeurde concept was allesbehalve abstract: de inplanting, hoogte, onderlinge verbondenheid, netto oppervlakte en invulling van de bouwblokken stonden er in aangehaald, evenals het totaal aantal gebouwen voor zone A - toen had men het nog over 'een centraal gebouw geflankeerd door zes andere'. Conclusie van het college toen: 'Het voorliggend voorstel creëert een evenwicht tussen het voorgestelde programma van Alcatel en het stedenbouwkundig plan.' Dat was op zijn minst voorbarig, want op dat moment was nog geen aanvang gemaakt met het opstellen van het vereiste stedenbouwkundig kader (nl. het GRUP), en het definitieve uitvoeringsplan dat de concrete ontwikkeling zou reguleren werd pas anderhalf jaar later definitief goedgekeurd. Op 3 juli 2002 was nog steeds het gewestplan van kracht, dat bepaalde dat het Kievitplein in een woonzone lag. Daar een kantoorwijk goedkeuren was wel een heel riskante voorafname op de toekomst. De toenmalige schepen van ruimtelijke ordening, zelf een juriste, had dit begrepen: ze stemde tegen.

De goedgelovige bewoner die ervan uitgaat dat alles wettelijk en transparant zal verlopen wachtte intussen op dat aangekondigde uitvoeringsplan om tenminste de spelregels te kennen waarbinnen hij zijn eventueel protest tegen de bouwaanvragen moet situeren. Bouwaanvragen die allemaal werden ingediend, aan een openbaar onderzoek onderworpen en soms zelfs al vergund vóór het vereiste wettelijk kader definitief vastgesteld werd. Aan geen enkele buurtbewoner maak je nu nog wijs dat het bindend uitvoeringsplan niet opgesteld werd in functie van wat Robelco en Alcatel in de vroege zomer van 2002 eisten. De rechten van de gemeenschap werden hier zonder meer geschonden.

En ook de rechten van bonafide projectontwikkelaars, want zij hebben het over concurrentievervalsing. De liberale rechtsstaat steunt immers op drie pijlers: democratie, een vrije markt en rechtsregels die voor iedereen gelden. Allen gelijk voor de wet dus. Maar dat laatste wordt natuurlijk onmogelijk wanneer een overheid de regelgeving gaat aanpassen à la tête du client. In zo'n niet-liberale rechtsstaat maken zij die aangeven het wettelijk kader te willen respecteren nooit een kans. Ook dat dient aangeklaagd in de context van het Kievitdossier.

Een eerste ontwerp van het GRUP werd op 6 januari 2003 door het district Antwerpen aan de bewoners voorgelegd tijdens een openbare informatievergadering. Vanaf toen begon in de buurt alarmfase 1, zij het dus, pijnlijk genoeg, over de inhoud van een schijnoperatie (de opmaak van het uitvoeringsplan) en niet over de werkelijkheid (het reeds goedgekeurde concept, dat in een collegebesluit werd opgenomen maar niet aan een openbaar onderzoek werd getoetst). Tot 7 maart 2003 konden bewoners hun opmerkingen of bezwaren afgeven op het stadhuis. Er kwamen 188 (!) bezwaarschriften, ingediend door 248 personen. Pas op 24 oktober 2003 (BS 24 november 2003) keurde het Vlaamse Gewest het GRUP definitief goed, zonder verder aandacht te besteden aan de vele gegronde bezwaren. De dag waarop de regering deze versie van het GRUP voorlopig vaststelde (12 september 2003), stonden de buurtcomités, intussen verenigd in 'Van Kievitaal Belang', actie te voeren in het Centraal Station om de aandacht van het brede publiek te vestigen op de geplande kantoorwijk aan het Kievitplein. Met kartonnen dozen over het hoofd getrokken kwamen de bewoners 's avonds op de televisie.

Op woensdag 17 december 2003 kregen ze dan eindelijk de ontwerpen en de maquette van het architectenbureau te zien (terwijl de plannen blijkens het bouwaanvraagdossier al van 7 april 2003 dateerden en het concrete concept dus al van 3 juli 2002). Tijd voor alarmfase 2, want de inrichtingsstudie druiste in tegen zowat alle regels van een goede stedenbouw. Uit het gekozen moment van toelichting door de overheid blijkt overigens alweer een misprijzen voor de burger die recht op inspraak heeft, zelfs al vormt het organiseren van een informatievergadering geen onderdeel van de wettelijk voorziene procedure. De aanwezigen stelden die avond vast dat ze nog twee werkdagen de tijd hadden om bezwaar aan te tekenen tegen de bouwaanvraag, die ingediend werd op 14 november 2003 en waarvan het openbaar onderzoek liep van 20 november tot 20 december 2003 (een zaterdag). Enkele buurtbewoners namen een dag vrijaf om de bouwaanvraag in te kunnen kijken. Twee lokale buurtcomités dienden alsnog bezwaarschriften in.

'Buurtbewoners Kievitplein ontstemd over plannen stad' kopte Het Nieuwsblad op de dag van de informatievergadering: "We hebben dus alleen nog donderdag de tijd om te overleggen en te bekijken hoe we zullen reageren" klaagt Marleen Wille van de buurtgroep Van Kievitaal Belang. 'Wanneer kunnen we onze brieven dan opstellen? De stad maakt verzet onmogelijk en wil ons zonder boe of ba doen jaknikken.' (17 december 2003).

In De(n) Antwerpenaar, het officiële huis-aan-huisblad verspreid op een kwart miljoen exemplaren, schrijft men vervolgens onbeschroomd: 'Ook de buurt werd gedurende de hele ontwerpfase geïnformeerd. Op 17 december 2003 vond een hoorzitting plaats over de ontwikkelingen in het Alcatel-ontwerp en de totale site' (15 april 2004). Hadden de bewoners maar de pr-middelen die het stadsbestuur aanwendt om zand in de ogen te strooien van de Antwerpenaar. De makers van de stadskrant maken misbruik van de realiteit die wil dat de gemiddelde Antwerpenaar nu eenmaal weinig geïnformeerd is over wat zich in een andere wijk aan het voltrekken is, en bijgevolg halve feiten voor een volle waarheid aanneemt. Zo begint de mythevorming, want de buurtbewoners werden op geen enkel moment ernstig genomen. In hetzelfde artikel werd ook gesuggereerd dat de Vlaamse bouwmeester dit een goed ontwerp vindt, wat een flagrante leugen is. Enkele weken daarvoor had hij er nog brandhout van gemaakt in een advies voor de Vlaamse overheid. Op 22 maart 2004 schreef hij: 'Het project voor het Kievitplein vernietigt door zijn interpretatie architecturaal en stedenbouwkundig de uitgangspunten van het masterplan en isoleert de plek opnieuw los van de stedelijke omgeving. (...) Wij stellen daarom voor dat de Vlaamse overheid zich met dit project niet zou identificeren.' Wat vermag je nog als burger wanneer een stadsbestuur via zijn infokrant de Vlaamse instantie die waken moet over het algemeen belang valselijk opvoert als legitimerende stem? Lezersbrieven zijn een maat voor niets, want ze worden simpelweg niet afgedrukt.

In een ander artikel werd verwezen naar de goedkeuring van het Kievitproject door de Welstandscommissie, terwijl uitgerekend die commissie net negatief advies na negatief advies gaf, tot de leden het beu waren om steeds weer hetzelfde ontwerp op tafel te zien verschijnen. In een gemotiveerd schrijven aan het college liet de commissie daarop weten niet langer te willen adviseren, omdat toch geen gevolg gegeven werd aan hun opmerkingen. Niet voor niets wordt De(n) Antwerpenaar soms de Pravda van 't stad genoemd. De enkele jaren geleden opgedoekte Wijkgazetten waren heel wat rechter voor de raap. Ze functioneerden als spreekbuis voor de Antwerpenaar zelf. Jammer dat deze instrumenten van basisdemocratie, waarin burgers én politici de ware polsslag van de wijken konden voelen, drooggelegd werden.

Beschikten de buurtcomités maar over de kennis waarmee overheid en bouwers altijd een voorsprong behouden (juridische constructies, cijfermateriaal, data en inhoud van belangrijke beslissingen, plannen, ...). Steeds weer moesten de comités de overheden op hun informatieplicht wijzen. Dat het concrete concept voor de geplande bouwblokken al op 3 juli 2002 vastgelegd werd door het college en dat de uiteindelijk bij de bouwaanvraag gevoegde plannen al van april 2003 dateren: nooit werd daar met een woord over gerept op zogenaamde infoavonden én in de pers. Toch is dit de cruciale informatie waarover buurtcomités willen beschikken in plaats van de verbloemende algemeenheden die ze telkens weer te horen kregen.

Die eenzijdige communicatie bepaalt ook de beeldvorming in de pers, waar de door de projectontwikkelaar en het stadsbestuur aangereikte informatie vaak kritiekloos overgenomen wordt. De Ploeg heeft daar begrip voor: het dossier is volumineus, complex en vaak technisch, ook voor journalisten die het van nabij opvolgen. Maar voor het verhaal dat de buurtcomités naar buiten willen brengen zijn de gevolgen nefast. Zo lazen we op de ochtend van een door De Ploeg georganiseerde persvoorstelling nog een paginagroot krantenartikel waarin opnieuw een aantal onwaarheden over het geplande Kievitproject hun weg vonden naar het grote publiek (Gazet van Antwerpen, 8 november 2004). Andermaal werd de Antwerpenaar gerustgesteld: er zou plaats zijn voor heel wat woongelegenheid, 50% van de gelijkvloerse ruimten zou publiek toegankelijk blijven, de door de overheid opgelegde randvoorwaarden garanderen dat de wijk 's avonds en in het weekend geen verlaten omgeving wordt, de Kievit-zone zal geen tweede Brussel-Noord worden, enzovoort. Voor de zoveelste keer vernamen we dat een goed evenwicht nagestreefd werd tussen de verschillende functies, ditmaal bij monde van de schepen van ruimtelijke ordening: 'Het ruimtelijk uitvoeringsplan schrijft duidelijk voor dat per zone minimaal dertig procent bewoning moet zijn.' Intussen weten de buurtbewoners dat daar niets van klopt (er komt amper zeven procent bewoning, er zijn geen randvoorwaarden, 50% publiek toegankelijk wordt zelfs niet bij benadering gehaald, ...), maar wat kopen ze ervoor?

Korte tijd na de 'inspraakavond' van 17 december vroeg Van Kievitaal Belang een afspraak met de kabinetten van de burgemeester en van de schepen van ruimtelijke ordening. De buurtcomités wilden nu wel eens horen hoe de vork precies aan de steel zat, en wat het college nog wilde ondernemen om een voor Antwerpen manifest slecht project af te blokken. Concreet wilde de buurt weten wat de beleidsvoerders nu écht van dit voor Antwerpen zo belangrijke bouwproject vonden. Ze wilden achterhalen waarom politici die zo vaak het woord 'veiligheid' in de mond nemen net nu de andere kant opkeken. Een beetje wakkere politicus beseft intussen toch dat een kantoorwijk naast een station geen goede zaak is? Of wisten de bestuurders niet dat in de Brusselse Noordwijk vrouwelijke ambtenaren op eenvoudige aanvraag naar de stationsingang geëscorteerd worden na zes uur 's avonds?

Zich goed voelen op elke plek in de stad is een elementair recht. Het stadsbestuur krijgt hier een concrete kans om daarover te waken, door het Kievitplein dusdanig vorm te geven dat de geborgenheid structureel verwerkt zit in elke hoek van het project. De buurtbewoners wilden het hebben over de plaats van ouderen en jongeren in de stad, over de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om een levendig stukje stad te garanderen (wat om meer gaat dan af en toe een speelstraat vrijmaken). Ze wilden wijzen op het belang van de manier waarop je de publieke ruimte inricht en omkadert.

Alweer bleek de hoop ijdel. Pas eind april 2004 mochten afgevaardigden van de buurtcomités hun grieven mondeling overmaken aan een kabinetsmedewerker, die zich excuseerde voor het uitstel en toegaf dat in het verleden te weinig politici zich bekommerden om het dossier. Intussen waren evenwel de vergunningen voor het bovengrondse gebouwencomplex 'Kievitplein' geleverd door het college (20 februari 2004). Alweer gaven de politici de buurtbewoners het nakijken door ze eerst 'on hold' te zetten en vervolgens met een kluitje het riet in te sturen. Sympathiebetuigingen en begrip voor hun strijdbaarheid kregen ze, maar tja: nu was het toch echt allemaal te laat. Op naar alarmfase 3.

Tijdens de ontmoeting met de kabinetsmedewerker zagen de buurtcomités zich voor het eerst geconfronteerd met een nieuwe fase in de officieuze communicatie: 'als het aan ons had gelegen, was het allemaal anders verlopen en zaten we nu met een beter project.' Het hele dossier was al behoorlijk pijnlijk voor de vele bewoners, maar nu werden ze ronduit wanhopig want het rondje 'paraplu trekken' was begonnen. Vanuit een schijnbaar ongenaakbare positie - de vergunningen waren immers verleend - begon elke partner nu kritiek te geven op het bouwproject maar tegelijk werd het eigen actieve aandeel in het beslissingsproces ontkend. Politici, projectontwikkelaar, 'bouwheer', dierentuin, NMBS: niemand bleek nog verantwoordelijk voor een door vrijwel iedereen als mislukt bestempeld bouwproject.

Bij Robelco mochten we inmiddels horen dat ze in het voorjaar van 2002 een 'beter' plan hadden laten uitwerken door de Franse architect Jean-Michel Wilmotte, 'maar de Vlaamse bouwmeester was tegen' en 'de politici van de vorige legislatuur hebben dit van tafel geveegd'. Ook werd opgemerkt dat de 'enige aanvaardbare inplanting voor Alcatel diegene is welke heden in uitvoering is.' Maar welke waren dan de argumenten of voorwaarden van het bedrijf dat er maar één uitvoering voor van toepassing kon zijn? Met andere woorden: is het mogelijk dat een lastenboek dusdanig is opgesteld dat men per definitie tot dit voor de buurt zeer nadelige concept moest komen? En zoja: is het dan niet aan de overheid om in te zien en te stellen dat een stadscentrum niet per se gediend is met zo weinig souplesse vanwege een private onderneming?

Moeten de bewonersgroepen uit dit alles afleiden dat Alcatel de sleutel heeft tot de oplossing voor het stedenbouwkundig probleem dat zij aanklagen? Neen, luidt het bij Alcatel, want het is de projectontwikkelaar die weinig ruimte gelaten had voor een buurt- en stadsvriendelijker project.

Bij NMBS-Eurostation vernamen we dat ook zij niet gediend zijn met zo'n monofunctionele invulling van zone A (= het Kievitplein), maar dat - om het zacht uit te drukken - niet naar naar hen geluisterd werd op het ministerie van ruimtelijke ordening. (Versta: ze werden onder druk gezet.) Onder de spoorweg komt een winkelgalerij die beide stationsingangen met elkaar zal verbinden. Men vindt het geen goede zaak dat deze levendige as doodloopt op een kantoorwijk. Uitgerekend met het oog op een evenwichtige ontwikkeling van het hele gebied had de NMBS in 1998 een stedenbouwkundige wedstrijd uitgeschreven, die resulteerde in het masterplan van MVRDV. De NMBS tekende officieel bezwaar aan tegen de goedkeuring van zoveel kantooroppervlakte op zone A, ook al omdat dit de ontwikkeling van de eigen gronden (= zone D) minder rendabel dreigt te maken, aangezien het kantoorquotum bepaald binnen het GRUP quasi opgebruikt is. Is het misschien daarom dat Eurostation die gronden sinds enige tijd aan de staat wil verkopen? Beseft men ineens dat de grootste winstmarge al elders en door anderen gehaald werd, en mag de overheid nu de mindere stukken 'rendabiliseren'?

Ook vanuit de Zoo komen signalen dat niemand er opgezet is met de kantoorwijk, maar dat de dierentuin, gebonden door de beheersovereenkomst met de Vlaamse regering, geen openlijke kritiek mag uiten op een door de overheid genomen beslissing. De bewoners herinneren zich echter vooral dat de Zoo weigerde om bebouwing tegen de lelijke achtergevel toe te laten, wat een goede ontwikkeling van het Kievitproject ernstig hypothekeerde. Met welk recht verdedigt een dierentuin nu nog het behoud van een tweehonderd meter lange blinde muur in volle stadscentrum?

Op de stedelijke kabinetten is er ten slotte de versie waarbij de schuld niet alleen op Robelco (als eigenaar van het centrale perceel) en Alcatel (als grote werkgever) geschoven wordt, maar ook op 'het vorige college' (wat, zoals eerder door De Ploeg verduidelijkt werd, alweer niet strookt met de waarheid).

Alle betrokkenen geven aan zelf niet onverdeeld gelukkig te zijn met het verloop of het resultaat van het Kievitdossier. Allen hadden ze het liever anders zien evolueren, wordt sinds enige tijd beklemtoond, maar het is de schuld van de anderen dat het verliep zoals het verliep. Welk verweer heb je dan nog als buurtcomité, wanneer blijkt dat je gelijk hebt maar geen gelijk krijgt? Niemand durft zich nog voluit te associëren met het Kievitcomplex, en toch wordt het gebouwd. Want 'het is nu eenmaal te laat'. Voor veel bewoners is vooral dit zalven en slaan de druppel die de emmer doet overlopen. Ze vragen dat deze weinig moedige houding achterwege gelaten wordt. Wees mans en zeg tenminste waar het op staat! Neem je verantwoordelijkheid, sla desnoods een mea culpa en maak werk van een bouwproject waaruit behalve aandacht voor economische wetmatigheden ook bekommernis voor de buurt, voor Antwerpen als gezellige, veilige stad en voor de generaties na ons blijkt evenals respect voor het juridische kader dat dit alles waarborgen moet.

Het is omdat dit alles niet spontaan gebeurt, dat buurtcomités zich uiteindelijk genoodzaakt zien om alsnog via gerechtelijke weg een eerlijk antwoord te krijgen op hun vele vragen en een aanvaardbare respons op hun eisen.

In februari 2004 begon de sloop van het voormalige Switelhotel. Van maart tot mei volgde het uitgraven van de bouwput. Nog hoopten de bewoners dat de vele instanties die zich ooit achter het masterplan van MVRDV schaarden publiekelijk zouden opkomen voor de rechten van de Antwerpenaar. Dat was echter niet het geval. Eén journalist en één stedenbouwkundige waagden het de nieuwe plannen kritisch onder de loupe te nemen (De Standaard, 25 mei 2004 en Trends, 20 mei 2004). Verder bleef het stil.

In een werknota rond stadsvernieuwingsprojecten in stationsbuurten (september 2004) stelt de Bond Beter Leefmilieu: 'In Antwerpen hebben de bewoners de strijd om het Kievitplein en blok A verloren.' Het is een correcte weergave van de feiten, want die bewoners stonden alleen in hun strijd. Eind mei publiceerden de buurtcomités nog een Open Brief, maar ver reikte hun stem niet meer. Intussen slorpte de verkiezingscampagne alle media-aandacht op en stonden de bouwkranen geïnstalleerd. Na het bouwverlof in de zomervakantie verrezen stilaan de fundamenten en daarna, vanaf september, in verhoogd tempo de onderste lagen van de ondergrondse parking.

Het is schrijnend te moeten vaststellen dat het jarenlange opofferen van de schaarse vrije tijd door vele bewoners tot dit negatief netto-resultaat leiden moet.

De kraak begin juli 2004 van het kloostercomplex in de Ploegstraat - eis: niet nóg meer kantoorruimte in de wijk - viel in een enorme bedding van frustratie en ontevredenheid. Niet toevallig schaarden alle buurtcomités zich meteen achter de actie van de krakers. De boosheid verspreidde zich dieper in de wijken. Nu was 'de politiek' toch echt te ver gegaan, klonk het bij een groeiende groep bewoners. Als opdrachtgever nota bene zette de overheid de eerste stap voor verdere kantoorontwikkeling vlak naast de zone van het Kievitplein, in een wijk waar al jaren strijd geleverd wordt tegen ... onevenwichtige kantoorontwikkeling.

Opnieuw werd beslist om een hoop positieve energie te investeren in de strijd tegen een negatieve ontwikkeling. Via het concrete kloosterdossier belandde de problematiek van de Kievitwijk weer in de pers en op de politieke agenda. Wat de buurtbewoners ertoe aanzette om ook voor het Kievitplein nogmaals een poging te ondernemen om het tij te keren.

Na het zomerreces schakelde Van Kievitaal Belang, intussen omgevormd tot De Ploeg en versterkt met drie buurtcomités (alle bewonersgroepen hadden zich nu aangesloten), over op een hogere versnelling. Er werden verschillende werkgroepen opgericht: actie, tegenvoorstel, gerecht, politiek en communicatie. Een website werd opgestart om het Kievitverhaal zo volledig en zo correct mogelijk te documenteren. Al het verzamelde materiaal werd geordend en aangevuld. Plannen werden opgevraagd, bouwvergunningen ingekeken, collegebesluiten gelezen, kadastergegevens met elkaar vergeleken, het wettelijk kader bestudeerd, enzovoort. Uitleg en verduidelijking werd ingewonnen bij externe deskundigen. Wat de bewoners daarbij ontdekten tartte alle verbeelding en maakte hen nog ongeruster dan ze al waren.

Niet alleen was de geplande ontwikkeling van hun wijk een grootstad als Antwerpen onwaardig. Nu bleken de wetgevende en vergunnende overheden plus de projectontwikkelaar al die tijd ook bedrieglijk en illegaal te hebben gehandeld. Onduidelijk is het of de bevoegde politici dit bewust lieten gebeuren of omdat ze te weinig vertrouwd waren met het dossier en zijn wettelijk kader. Het resultaat is wel hetzelfde: op de meest elementaire vlakken werd een loopje genomen met de wet, waardoor de bewoners stilaan en niet tot hun verbazing het vermoeden kregen dat hier een zwaar, door de overheden gepatroneerd bouwmisdrijf in de maak was.

Te lang waren ze ervan uitgegaan dat de politici hun job goed deden, maar een aandachtige lectuur van alle relevante documenten deed de hele constellatie in elkaar storten. Het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan - de wettelijke basis voor de hele operatie - bleek ongeldig, het gewestplan geschonden, de sloopvergunningen te vroeg verleend, de bouwaanvragen onvolledig en onjuist ingevuld, de voorwaarden opgesomd in de vergunningen niet vervuld, vereiste plannen niet binnengebracht, afwijkingen niet bekomen, stroken grond niet overgedragen zoals voorgenomen, regelingen met de Zoo niet uitgewerkt, burgerlijke rechten niet veilig gesteld. Er bleek geen rooilijnenplan te bestaan, terwijl intussen op openbaar domein gebouwd wordt door een private maatschappij. Het voorkooprecht van de overheid werd (en wordt) geridiculiseerd. Er is geen Milieu-effectenrapport. Milieuvergunningen zijn niet verleend of worden pas tijdens het bouwproces (en tot op heden) aangevraagd. Bouwvergunningen werden verleend voor percelen waarvoor geen aanvraag werd ingediend, en omgekeerd. Er wordt gebouwd op stukken grond waarvoor geen vergunning bestaat. Enzovoort enzoverder.

Hoeveel bezwarende elementen heb je nodig vooraleer een politiek die illegale handelingen verricht aan zelfregulering doet? Wanneer beslist een overheid om niet langer de andere kant op te kijken bij het vaststellen van door politici begane of gedoogde onwettelijkheden? Hoe luid moet de klok galmen vooraleer vertegenwoordigers van het volk hun collega's tot de orde roepen?

Wanneer beslist een mandataris die weet heeft van het onbetamelijke om niet langer een stille sympathisant van actiegroepen te blijven? Of wist echt niemand in de gemeenteraad wat er aan de hand was?

Het zijn vragen die buurtbewoners zich stellen.

Vanop de banken van de gemeenteraad werden wel kritische vragen gesteld gedurende het hele beslissingsproces. Maar echte vrijheid wordt de gemeenteraadsleden niet gegund. Te vaak functioneren ze als waterdragers van het college. Jammer is dat, want dit soort dossiers zou gebaat zijn met meer openheid en discussie. Zo wordt nu al zowel door de projectontwikkelaar als door een lid van het schepencollege beweerd dat het Scoutsverbond, dat zijn hoofdkwartier heeft in zone B van het Kievitgebied, op termijn onteigend zal worden. Wat is daar van aan, wat mag daarover geweten zijn? Zullen bewoners en andere betrokkenen opnieuw pas de essentie van de ontwikkeling van de zones B, C en D achterhalen wanneer alles in kannen en kruiken is?

Vaak wordt opgeworpen dat je pragmatisch moet blijven in dit soort dossiers, dat je moet inschatten wat haalbaar is, dat er grote economische belangen op het spel staan en dat je daar beter rekening mee houdt.

Juist, zeggen de buurtcomités. Maar deze vaststellingen ontslaan niemand van de plicht om ook een groot bouwproject conform de wettelijke regels en in overeenstemming met kwaliteitsvolle stadsontwikkeling uit te voeren. Zolang daarover een consensus bestaat, voelt de burger zich beschermd. Zolang hij als 'bewoner' niet eenzijdig uitgespeeld wordt tegen de sociale categorie 'werknemer', is er ruimte voor dialoog. Zolang het voorziene wettelijk kader garandeert dat naar een win-winsituatie gestreefd wordt en dat het uiteindelijke resultaat de hele gemeenschap ten goede komt, is er veel begrip voor economische wetmatigheden, want goede stedenbouw sluit niet uit dat er ook geld verdiend wordt.

Maar zodra de burger in de gaten krijgt dat hij het is die aan het kortste eind trekt bij elke door overheden en bouwpromotor begane overtreding, haakt hij af. Zodra blijkt dat de instrumenten (het wettelijk kader) en de instanties (adviesraden) die het beslissingsproces transparant en onpartijdig moesten maken, stelselmatig genegeerd werden, vervalt de burgerlijke zin voor pragmatisme.

In de plaats komt helaas afkeer van 'de politiek' en 'de betonboeren'.

Bovenop de teleurstelling over wat gebouwd zou worden, kwam ontstemming over de manier waarop de overheid het hele proces (beslissing + communicatie) had begeleid. Er heerste verbittering, maar die wilden de buurtcomités niet vertaald zien in gratuite uithalen aan het adres van individuele politici of andere betrokkenen. Het was het systeem dat had gefaald, een systeem dat te weinig plaats liet voor individuele integriteit. Daarom werd beslist om een kritische, grondig beargumenteerde nota te schrijven ('Red de Kievit', zie http://www.antwerpencentraal.be/kievit/ploeg_publicaties_art5.html) waarin zou worden aangetoond hoe het inhoudelijke luik (waarom is het project stedenbouwkundig onaanvaardbaar?) onlosmakelijk verbonden is met het formele (welke overtredingen werden begaan?). Op beide vlakken is het Kievitdossier dusdanig 'tegen de regels in' behandeld, dat finaal wel een barslecht project uit de bus moest komen.

Naast kritiek wilden de bewonersgroepen meteen ook een constructief tegenvoorstel lanceren, waarin verduidelijkt werd welke potentie een evenwichtig uitgewerkt Kievitplein in zich had. Dit tegenvoorstel werd inhoudelijk beargumenteerd en visueel weergegeven in een streefbeeldstudie, die illustreren moest hoe de vraag naar kantoren wél op een elegante en doordachte manier gekoppeld kan worden aan wonen en ontspannen binnen dezelfde wijk.

Op 19 en 20 oktober 2004 mailde De Ploeg een eerste versie van de nota aan de verschillende hoofdspelers. Een inhoudelijke repliek kwam er van de Zoo, Robelco en Eurostar. Alcatel en het stadsbestuur reageerden niet.

Halfweg oktober vroegen de buurtgroepen om een dringend onderhoud met de burgemeester en zijn schepen van ruimtelijke ordening. Face to face wilden ze nog een laatste keer verduidelijken waarom de kantoorwijk een ramp betekende voor Antwerpen en welke juridische implicaties een en ander kon hebben. Kom eens af over twee maanden, kregen ze als reactie. Zou de projectontwikkelaar ook zo behandeld worden bij eenzelfde verzoek? Of de Chinese holding die een belangrijk contract wil afsluiten met het havenbedrijf? En de diamantsector die om een gesprek vraagt? Of de talkshow die naar een gesprek polst? ''t Stad is van iedereen' luidt sinds enige tijd de baseline van het huidige stadsbestuur. Ook het zo cruciale Kievitplein dus. En toch ervaren de buurtbewoners er een tweederangse behandeling.

(Twee maanden betekenen een enorm verschil, want op die tijd staan er een paar verdiepingen ondergrondse en bovengrondse ruwbouw bij en wordt het bouwproces steeds onomkeerbaarder. Waarover dient dan nog gepraat? Toen De Ploeg op 8 november een persvoorstelling organiseerde om de kritiek plus het tegenvoorstel toe te lichten en om gerechtelijke stappen aan te kondigen, was nog niet bovengronds gebouwd. In de daarop volgende weken merkten de buurtbewoners een verhoogde activiteit, met een climax in de week voor de dagvaarding, toen op enkele dagen tijd een bouwhoogte van tien meter bereikt werd en er alleen nog gewerkt werd op de plek waar De Ploeg in het tegenvoorstel ... een plein had gesuggereerd. Naarmate de steunbetuigingen toestroomden, nam ook de ontzetting in de wijk toe: waren de bewoners andermaal te naief geweest, door enkele weken voor de rechtsgang met een concreet tegenvoorstel naar buiten te komen? Werd hier op korte tijd een voldongen feit gecreëerd?)

Wanneer zeven (!) ofwel alle (!) lokale bewonersverenigingen via de pers (tientallen artikels), gerichte e-mails en telefonische contacten wekenlang hun beklag maken over een heikel en grootschalig bouwproject, organiseer je als college toch een meerderheidsoverleg rond het specifieke dossier en leg je vervolgens als collectief je standpunten voor aan de bewoners? Niet zo in Antwerpen. Daar beperk je je tot het formuleren van goede voornemens op een gemeenteraad (29 november 2004): 'Bij de ingrijpende transformatie van de Kievitbuurt dienen de stads- en buurtbewoners betrokken te worden. Juiste en efficiënte communicatie maar ook participatiemomenten over de geplande ontwikkelingen zijn aan de orde.' Just do it, roepen de bewoners. Verstop je niet, afwachtend tot de burger zo ver gedreven wordt dat hij naar de rechtbank stapt. Dit is geen deugdelijk bestuur. Dit is de feiten achterna l open en hopen op adequaat crisismanagement.

Men doet alsof men de burger inspraak geeft, maar tegelijk wil men de controle over het verloop van het proces niet afgeven. Dat heeft deels te maken met een onderling wantrouwen binnen het veelkleurige schepencollege en met de onwil om meerderheidsoverleg te plegen rond heikele dossiers. Mede daardoor loopt de interne communicatie stroef en inefficiënt, wat dan weer de zo noodzakelijke teamspirit negatief beïnvloedt.

Antipolitieke sentimenten, wrevel en een extreem-rechtse oppositie die garen spint? Bewoners van de Kievitwijk en hun naaste buren ontdekten ten dele waarom. Een politiek die zijn bevolking wantrouwt, oogst finaal immers ook wantrouwen bij de mensen. En gelatenheid en het opkroppen van frustratie, want het volk gelooft niet langer in het op straat komen om zijn stem te verheffen.

Al jarenlang trekken buurtbewoners aan de alarmbel ('geen nieuw Brussel-Noord'), maar niemand hoort hen. Of toch wel, maar het ophalen van schouders is hun deel. 't Is allemaal politiek, horen ze opmerken, daar valt toch niets aan te doen, want het gaat om veel geld. 'We leven nu eenmaal in een maatschappij met twee snelheden,' vatte een bewoner de commentaren samen op een recent georganiseerde paella-avond in de wijk: 'Als mijn gevel in de verkeerde kleur geschilderd is, krijg ik geen renovatiepremie, maar als de vastgoedsector openlijk het maatschappelijke weefsel kapotmaakt met projecten die buurten ontwrichten en onveilig maken, rolt het bestuur de rode loper uit.'

Een gelijkaardige berusting verziekt ook de Antwerpse politiek zelf. Tot in het schepencollege zijn er politici die beweren dat de krachten waartegen hier gevochten wordt nu eenmaal te groot zijn voor een stadsbestuur. Dat we ons moeten schikken, pragmatisch moeten zijn. Dat we in het allerbeste geval een klein beetje kunnen bijsturen.

Maar er is een wereld van verschil tussen bijsturen en besturen.

Daarom beslisten de buurtcomités finaal om gerechtelijke stappen te nemen. Ten einde raad willen ze juridisch afdwingen dat er in dit dossier wordt bestuurd. Daartoe moet eerst uitgezocht worden wat is fout gelopen in de beslissingsprocedure en hoe de gemaakte fouten kunnen worden hersteld of geremedieerd (zowel op wettelijk als op stedenbouwkundig vlak). 'Zonevreemde huizen durven ze platgooien,' merkte een bewoner op, 'dan moet dat met wat op enkele weken tijd op het Kievitplein gebouwd werd ook kunnen, want de orde van overtreding is er vele malen groter.'

Procederen is geen gemakkelijke en zeker geen evidente stap voor buurtcomités, zelfs al wordt hun protest breed gedragen. Alle lokale bewonersgroepen en de Antwerpse StRaten-Generaal scharen zich formeel achter de dagvaarding, samen met buurtoverstijgende vzw's en ngo's zoals de Bond Beter Leefmilieu of de Voetgangersbeweging. Ze voelen zich gesteund door vele spontane reacties van Vlaamse architecten en stedenbouwkundigen. Het Kievitverhaal blijkt al te herkenbaar. Een dijkbreuk van planologische frustraties belandde in de mailbox van De Ploeg: hou vol, bravo met jullie verzet, dat Vlaanderen eindelijk eens ophoudt met dit soort tweederangsoperaties, hoe kunnen we helpen? De eerste architect die het opneemt voor wat nu gebouwd wordt, moet zich nog aanmelden, merkte iemand op. Misschien een ideetje voor een reality show op tv, suggereerde een ander: een zoektocht naar die Vlaamse architect die de plannen van Robelco voor het Kievitplein bewierookt.

Niemand stapt voor zijn plezier naar de rechtbank. De buurtcomités moeten hun kas aanspreken en aan fundraising doen om de rechten van de gemeenschap te doen respecteren. Ze zijn het niet gewoon om openlijk de confrontatie aan te gaan (want wat betekent dagvaarden anders?). Dit creëert stress in de wijk: doen we er wel goed aan? Zouden we het er niet beter bij laten? Neen, werd na veel wikken en wegen de consensus. We laten dit niet passeren, want geen verzet aantekenen is te gemakkelijk en je kan niet blijven hopen dat anderen de noodklok zullen luiden en plots voor je in de bres zullen springen. De bewoners waren lang genoeg naïef geweest.

Want wat volgens de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens geldt voor het recent opgedoken dossier van de OCMW-schulden, is ook de boodschap voor de Kievitwijk: 'Behalve aan parler vrai heeft Antwerpen nood aan action vraie' (DS 30 oktober 2004).

Misschien dat de vele stille sympathisanten van burgers die een ongelijke strijd voeren nu eindelijk eens mee op tafel slaan, voor het definitief te laat is.

De Ploeg (i.e. de buurtcomités Kievit, Zurenborg, Provinciestraat, Dominicushuis, Milisstraat, den Dreihoek en Van den Nestlei-Baron Joostensstraat) en StRaten-Generaal