Persbericht: Minister Dirk van Mechelen & het Kievitplein

12 mei 2005

Persbericht van de Ploeg en StRaten-Generaal

Vanmiddag (vanaf 14.15 uur) behandelt de Vlaamse parlementaire Commissie voor Ruimtelijke Ordening (Vlaams Parlement, Pieter Bruegelzaal) het verzoekschrift ingediend door een bewoner van de Antwerpse Kievitwijk over bouwvergunningen van algemeen belang ingediend door een privaatrechtelijk persoon en de toepassing van het decreet inzake publiek-private samenwerking.

Op donderdag 19 mei stelt parlementslid Mieke Vogels o.a. hierover ook een mondelinge vraag aan de minister in de plenaire vergadering (namiddagzitting).

‘De Kievitsaga sleept nu al jaren aan. Het is een heuse soap geworden, vol absurde plots en verrassende wendingen. Het is in de eerste plaats een verhaal van politieke onkunde en onbehoorlijk bestuur.’ (A+, Belgisch Tijdschrift voor Architectuur, april-mei 2005)

Sinds kort staat het Antwerpse Kievitplein symbool voor kille stadsontwikkeling en de neiging bij overheden en projectontwikkelaars om elkaar te versterken in hun drang naar het omzeilen of negeren van inspraak door de gemeenschap. In de zomer van 2004 – nadat krakers het leegstaande Predikherenklooster in de Ploegstraat hadden bezet, uit protest tegen de oprukkende verkantorisering – beslisten zeven lokale wijkcomités samen met StRaten-Generaal om zich te organiseren in hun verzet. Ze sloegen hard terug, op alle mogelijke manieren: met straatacties, persberichten, een stedenbouwkundig colloquium, gefundeerde nota’s over de ontwikkeling van het bouwproject, een website waarop alles wat fout liep gedocumenteerd staat , collectieve mails aan de gemeenteraad, een rechtszaak, enzovoort. Zo werd het Kievitplein stilaan ook het symbool voor kritisch participatief handelen door bewoners en het belang daarvan voor een warme stadsontwikkeling.

Velen trokken lessen uit het conflict. De projectontwikkelaar ontdekte de economische meerwaarde van constructief en intelligent overleg met de buurt. De buurtbewoners leerden op hun beurt begrijpen dat ondernemers risico’s nemen om winst te realiseren. Dat risico kan beperkt worden door bedrog te plegen, al dan niet in samenspraak met de overheden (cfr. de vele aanklachten geformuleerd in de dagvaarding door de bewoners). Maar evengoed kan dit risico afnemen door inspraakverlening en openheid. Ook andere bedrijfsleiders zoeken intussen contact met de actievoerders om ervaringen uit te wisselen. Zij nodigen hen uit voor lezingen en debatten in business clubs en rondetafelgesprekken, en blijken evengoed vragende partij in het streven naar een transparant regisserende en wettelijk agerende overheid, want het groeiend aantal rechtszaken aangespannen door bewoners en verenigingen begint te wegen op hun investeringsvertrouwen. De politicus-als-sinterklaas wordt meer en meer ervaren als een risico op zich.

Ook het lokale Antwerpse stadsbestuur, de zoodirectie en de NMBS – alle betrokken partijen bij de herinrichting van de Kievitwijk – hebben intussen begrepen dat het aangerichte Kievitplein-débâcle slechts hersteld kan worden via dialoog en kritisch overleg. Ze zitten nu, in wisselende formaties, met de projectontwikkelaar, de wijkcomités, StRaten-Generaal, een onafhankelijk architectenbureau en de Vlaamse bouwmeester rond de tafel om te zoeken naar aanpassingen en scenario’s waar eenieder beter van wordt, en naar denkpistes om een nefast parcours te vermijden bij het verder ontwikkelen van de Kievitwijk.

De enige hoofdrolspeler die dit nog niet inzag is het Vlaamse Gewest. ‘Wat kan mij dat Kievitplein schelen’ blijft de reactie van de minister van ruimtelijke ordening, laatst nog in een gesprek met het hoofd van het architectenbureau dat het Kievitpleincomplex tekende.

Echt verwonderlijk is deze halsstarrigheid niet, want minister Dirk van Mechelen is de politicus die de hele Kievitwijk het liefst in een nieuw Brussel-Noord veranderen zag. Of zoals een kabinetsmedewerker van de minister het ooit vanuit het Ferrarisgebouw aan een topman van de NMBS uitlegde: ‘Zie je al deze mooie kantoortorens. Wel zo moet het in Antwerpen ook worden.’

Om deze ambitie waar te maken hanteerde en hanteert de minister de techniek van de zeer oude politieke cultuur: achter de schermen druk uitoefenen en naar buiten toe het absolute stilzwijgen bewaren. Op schriftelijke vragen over de Kievitwijk ingediend door parlementairen volgt geen antwoord. Op een beleefd schrijven van de wijkcomités (14 maart 2005) evenmin. Herhaalde oproepen via de pers aan de minister om eindelijk zijn verantwoordelijkheid op te nemen stoten op een muur van misprijzen. Voor een debat in De Zevende Dag over het Kievitplein geeft de minister verstek. Zelfs op verzoek van het stadsbestuur doorbreekt de minister de stilte niet.

Nochtans kent de minister dit dossier door en door, en investeerden hij en zijn administratie er veel energie in. Toen eind 2001 zijn collega Bart Somers het Antwerpse hoofdkwartier van Alcatel naar Mechelen wilde lokken, trok hij het dossier naar zich toe, als bevoegde minister van … Ruimtelijke Ordening.

Op dat moment bestond er een doordacht stedenbouwkundig masterplan voor de Kievitwijk, opgemaakt in opdracht van de NMBS (via een wedstrijd) door het Rotterdamse bureau MVRDV. Dat plan bleek haaks te staan op het lastenboek van Alcatel. Problematisch was verder dat het Antwerpse bestuur het masterplan in mei 2000 had goedgekeurd als basis voor alle verdere ontwikkeling van het gebied.

De oplossing lag voor de hand: de Kievitwijk werd gepromoveerd tot site van algemeen, Vlaams belang. Zodoende kon de Vlaamse overheid de regie van de ontwikkeling ervan overnemen. Halfweg 2002 verhuisde het dossier naar bovenlokaal niveau. De stuurgroep die waken zou over de kwalitatieve uitwerking van het masterplan – en waarin samen met vertegenwoordigers van de stad, de NMBS en AROHM (= het Vlaamse niveau) vier onafhankelijke professoren zaten – werd voortijdig opgedoekt.

Het MVRDV-masterplan ongedaan maken had heel wat voeten in de aarde. Het aantal bezwaarschriften tegen het nieuwe Vlaamse ruimtelijk uitvoeringsplan (288 in totaal, komende van zowel bewoners als de NMBS, de Zoo, de joodse gemeenschap, de scouts, academici, enzovoort) bleek zo groot en de argumentatie zo fundamenteel dat er binnen de voorziene procedure te weinig tijd was om ze te weerleggen. De procedure voor de opmaak en het goedkeuren van het uitvoeringsplan diende noodgedwongen met enkele maanden te worden verlengd. Bovendien regende het negatieve adviezen vanuit de stedelijke commissies en raden. En dan was er ook nog de openlijke kritiek van de Vlaamse bouwmeester en de protestacties opgezet door zeer gefrustreerde wijkcomités, die het ambitieuze plan van MVRDV zo de vuilnisemmer in zagen verdwijnen.

In zijn haast om het uitvoeringsplan goedgekeurd te krijgen, vergat de minister het voorontwerp ervan op wettige wijze te publiceren in het Belgisch Staatsblad, waardoor het hele openbare onderzoek in een juridisch vacuüm verliep. Procedures en regels blijken er te zijn om genegeerd te worden.

Ook alle bouwaanvragen voor verdere ontwikkelingen van het Kievitproject, en daaraan gekoppelde private en publieke investeringen, dreigen nu in een juridische schemerzone behandeld en vergund te worden. Eén burger die toegang krijgt tot de rechtbank kan hierdoor een cascade aan veroordelingen en schadeclaims op gang trekken.

Als instrument dat net een evenwichtige stadsontwikkeling garanderen moest, werd dit specifieke uitvoeringsplan bovendien ook nog eens volledig uitgehold. Het aantal vierkante meter bebouwde grondoppervlakte op zone A van het vastgoedproject verdubbelde ineens, net zoals het percentage kantoren en het aantal toegelaten bouwlagen vlak naast de als monument geklasseerde dierentuin. De adviseur voor Monumenten en Landschappen kreeg bijna een beroerte. Hij adviseerde negatief, maar ook zijn advies belandde in de vuilnisemmer. De publieke ruimte werd dan weer gehalveerd.

Het finale uitvoeringsplan kwam zwaar onder vuur te liggen in de rechtszaak aangespannen door de wijkcomités. Omdat de rechter geen uitspraak ten gronde deed, blijft dit uitvoeringsplan als grote risicofactor boven alle verdere bouwontwikkeling van de wijk hangen. Best wordt minstens een nieuw uitvoeringsplan opgemaakt, want investeerders zullen wel tweemaal nadenken vooraleer zich nogmaals in een Kievitavontuur te wagen.

Dat heeft alvast het stadsbestuur begrepen, want voor de nog te ontwikkelen zones B, C en D worden nieuwe bijzondere plannen van aanleg (BPA’s) aangekondigd – dit om het stedenbouwkundig en juridisch knoeiwerk van de Vlaamse regering te remediëren. Op 29 april 2005 besliste het college om voor deze zones één nieuw geïntegreerd stedenbouwkundig stadsontwerp op te maken op basis van de oorspronkelijke uitgangspunten van het masterplan van MVRDV, aangevuld met een uitgangspunt over de ‘herstructurering van de open ruimte tot één samenhangend geheel’. Dit laatste omdat ‘de contouren van het GRUP kleiner zijn dan die van het masterplan’ en het Kievitplein gaandeweg gereduceerd werd ‘tot 25% van zijn oorspronkelijk bedoelde oppervlakte’ (collegebesluit).

De wijkcomités juichen deze moedige beslissing van het schepencollege toe. Ze interpreteren het besluit als een feitelijk schrappen van het door Vlaanderen opgelegde GRUP en een opnieuw aansluiting zoeken bij het ontwikkelingstraject dat in mei 2000 door het stadsbestuur werd opgestart, nl. BPA’s ontwikkelen op basis van het goedgekeurde masterplan van MVRDV.

De arrogantie van de macht

Op 7 februari 2005, tien dagen voor de rechterlijke uitspraak, schrijft De Morgen: ‘Het was een Vlaamse beslissing om kantoren onder te brengen aan het toekomstige Kievitplein, in de buurt van de Copernicusgebouwen achter het Centraal Station. Vlaams minister Dirk Van Mechelen (VLD) beweert dat er geen protest was toen dat plan tot stand kwam en hij verbaast zich over het protest.’ Zijn woordvoerder had het over ‘enkele bezwaarschriften’.

Twee dagen daarvoor had de minister, in de context van een uitgebreid interview, zelf beweerd dat hij niet op de hoogte was van enig verzet op het Kievitplein, want tijdens de opmaak van het uitvoeringsplan waren er ‘nauwelijks klachten’ (Het Nieuwsblad 5 februari 2005).

De buurtbewoners onthielden hieruit dat honderden bezwaarschriften en een resem negatieve adviezen door overheidsorganen niet als 'protest' ervaren worden. Blijkbaar moet je eerst naar de rechtbank stappen vooraleer bevoegde politici protest als protest beschouwen. Het toeval wil dat deze minister voorstander is van het beperken van de mogelijkheden van burgers om juridisch te ageren tegen grote vastgoedprojecten. Naar aanleiding van het inplanten van het Deurganckdok vroeg hij een aanpassing van de wetgeving opdat zulke dossiers geen vertraging zouden oplopen door burgers die desgevallend naar de Raad van State stappen.

Wat veel bewoners van de Kievitwijk shockeerde was dat Dirk van Mechelen als bevoegde minister maar al te goed wist dat er uitzonderlijk veel kritiek geuit werd op het Kievitpleinproject. In die mate zelfs dat hij als lid van de regering mee de termijn voor de opmaak van het uitvoeringsplan moest verlengen. Na jaren van protest zagen de bewoners zich geconfronteerd met een minister die bewust aan het liegen sloeg om hén in de hoek te manoeuvreren. Jammer, maar te laat - jullie hadden maar eerder je stem moeten verheffen, was het cynische verweer waarmee de minister zich wilde witwassen.

De minister vond niet alleen lokale wijkcomités en individuele bewoners op zijn pad. Er waren ‘grensgeschillen’ tussen de NMBS (die het nieuwe Kievitstation bouwt) en projectontwikkelaar Robelco (die op het Kievitplein bouwt). De minister dwong de NMBS, en met name toenmalig bestuurder Karel Vinck, om de projectontwikkelaar ter wille te zijn. ‘Het doel heiligde daarbij de middelen,’ merkte een intussen gelouterde NMBS-topambtenaar op.

Tegen de geest van het decreet ruimtelijke ordening van 1999 in tolereerde de Vlaamse overheid het ‘saucissoneren’ of opsplitsen in kleine onderdelen van het hele bouwproject. Terecht voelde de NMBS zich daardoor benadeelde partij, want zowat alle ondergrondse parkeerplaatsen en bovengrondse kantoorruimte voorzien binnen het uitvoeringsplan werden aan de projectontwikkelaar vergund die zone A ontwikkelde in functie van het eisenpakket van Alcatel. Als belangrijkste eigenaar van de gronden in zone D diende de NMBS logischerwijs een bezwaarschrift in, ‘omdat het ontbreken van rechtszekerheid leidt tot onevenwichten tussen de verschillende actoren-grondbezitters.’ De Vlaamse commissie voor ruimtelijke ordening trad dit bezwaar niet bij. Wijselijk besliste de NMBS daarop om de gronden te verkopen aan … de federale regering, die wellicht (en hopelijk) doorverkopen zal aan de stad Antwerpen. Want winst viel er niet langer te rapen. Conclusie 1: Vlaanderen schenkt de winst aan de private sector en zadelt België/de stad op met de factuur. Conclusie 2: die factuur wordt door de gemeenschap betaald. Conclusie 3: wat heb je aan een minister die begrotingen sluitend maakt (en daarvoor geroemd wordt), wanneer zo slordig omgesprongen wordt met overheidsgeld? Conclusie 4: een Europese veroordeling hangt Vlaanderen boven het hoofd wegens onrechtmatig ‘saucissoneren’ van het project, waardoor o.a. het verplichte opmaken van een Milieu-Effectenrapport omzeild werd. In november 2004 diende StRaten-Generaal hierover een klacht in.

Ook de Antwerpse mandatarissen werden onder druk gezet. De belangrijkste kop die rolde was die van schepen Ann Coolsaet, nota bene een partijgenote van de minister. Als toenmalig bevoegde schepen van ruimtelijke ordening had ze op 3 juli 2002 als enig collegelid tegen de goedkeuring van het bouwproject van Alcatel gestemd, omdat het de basisprincipes van het masterplan op de helling zette. Ze werd opzij geschoven en in de besprekingen rond dit dossier vervangen door havenschepen Leo Delwaide. Dien bezwaarschriften in, was haar advies aan de bewoners. De schepen voelde zich gepakt door haar collega’s, maar de echte klap incasseerde ze pas later. Met als excuus de Visa-affaire werd ze in het voorjaar van 2003 met een ruiker bloemen bedankt voor bewezen diensten en de coulissen ingestuurd.

De huidige schepen van ruimtelijke ordening Ludo van Campenhout staat eveneens onder druk van zijn minister. Toen het college in de context van het door de wijkcomités opgestarte proces tegen de projectontwikkelaar – die zelf het stadsbestuur tot juridische tussenkomst dwong – in januari 2005 overwoog om op zijn beurt het Vlaamse gewest mee te dagvaarden, heeft minister Van Mechelen gedreigd met financiële sancties of andere repercuties voor Antwerpen. Het stadsbestuur zag af van zijn voornemen. Eenzelfde stok werd gehanteerd toen het stadsbestuur een tweede opinie bestelde over het Oosterweelviaduct, en dus impliciet een opening leek te creëren voor een publiek debat.

Het is een patroon dat maar al te vaak opduikt in het Kievitdossier. Vlaanderen bepaalt wat zal gebeuren en de lokale mandatarissen kunnen het vervolgens aan de bevolking gaan uitleggen. Niet de minister maar het Antwerpse college ziet zich bijgevolg telkenmale geconfronteerd met boze bewoners op infoavonden. Niet de Vlaamse regering maar het stadsbestuur moet bij het Kievitproject als ‘onteigenende overheid’ optreden en zal in de toekomst opdraaien voor het bestrijden van overlast (sluikstort, kleine criminaliteit, vandalisme) veroorzaakt door nefaste stadsontwikkeling. Dit soort door Vlaamse ministers opgelegde stadsontwikkeling dreigt vele positieve inspanningen geleverd door het stedelijk niveau teniet te doen en brengt mee een sfeer van antipolitiek over de stad. In oktober 2006 zijn het de Antwerpse mandatarissen die op de blaren mogen zitten voor dit soort malversaties, want zij komen er bekaaid uit, niet de minister.

Vreemd genoeg mogen de lokale politici het ook telkens komen uitleggen in de pers, terwijl in al die maanden nauwelijks een journalist iemand opbelde op het niveau waar de werkelijke beslissingen genomen werden: de Vlaamse regering.

Precies omdat lokale mandatarissen in Vlaanderen aanvoelen dat hun actieradius sterk beperkt wordt door de centrale overheid, blijven ze centrale politieke functies ambiëren. Dit resulteert in nog minder slagkracht voor de steden, want een cumulerende mandataris (bijvoorbeeld zowel de Antwerpse burgemeester als de schepen van ruimtelijke ordening) kan het takenpakket van parlementair én collegelid van een grote stad eenvoudig weg niet naar behoren vervullen.

Ook niet-politici luchtten inmiddels hun frustratie over de fluwelen vuist van de minister. Winy Maas, medestichter van MVRDV, had het op de Antwerpse televisie over totalitarisme een normale democratie onwaardig. Nergens ter wereld had zijn architectenbureau dit soort politieke praktijken meegemaakt.

De stedenbouwkundige Evert Lagrou hekelde de inmenging van bovenaf: ‘De stad stelde er op initiatief van de NMBS na een stedenbouwkundige wedstrijd een gemengd stedelijk project voor, onmiddellijk aansluitend bij het Centraal Station. Die menging waarborgde de sociale veiligheid rond die kwetsbare omgeving en beantwoordde ook aan de grote vraag naar stedelijke appartementen voor de midden-inkomensgroepen. De projectontwikkelaar vond die woningen echter te weinig rendabel en kreeg, tegen het oorspronkelijk plan van de stad in, van de gewestminister voor ruimtelijke ordening een eenzijdig kantorenplan goedgekeurd’ (ongepubliceerd artikel).

Reeds in juni 2004 kwam architectuurcriticus Koen van Synghel tot eenzelfde vaststelling: ‘De praktijk wijst nu uit dat de stad Antwerpen, mede onder druk van de Vlaamse regering en in het bijzonder minister van Ruimtelijke Ordening Dirk van Mechelen, de belangen van de burger opzij heeft gezet en het rijke plan van MVDRV offert’ (De Standaard 12 juni 2004).

Inkeer?

Minister Van Mechelen pakt graag uit met zijn aanpak van de behandeling van vergunningen. Voor de vergunning ten behoeve van de uitbreiding van het Copernicusgebouw (waar de Vlaamse administratie gehuisvest is, vlak naast het Kievitplein) en de afbraak van het Kievitklooster hoeft een dossier echter volledig noch correct te zijn.

Valselijk beweerde projectontwikkelaar Kairos/Group GL-International in zijn bouwaanvraag van 7 september 2004 eigenaar te zijn van alle terreinen en door een publiek-private-samenwerking (PPS) met de Vlaamse Gemeenschap te zijn verbonden. Geen van beide kloppen.

Zie:
bouwaanvraag/vergun15.jpg
bouwaanvraag/vergun15.jpg
bouwaanvraag/vergun15.jpg

Om geen voorafgaand advies te moeten toevoegen van de Vlaamse Bouwmeester 'vergist' men zich in de oppervlakte van het project. Bovendien wordt de aanvraag door de projectontwikkelaar ingediend en niet door de Vlaamse overheid zelf (die nochtans bouwheer is), waardoor de stad als vergunnende instantie buitenspel geplaatst wordt. Het is nu de Vlaamse overheid – rechter en partij – die de vergunning mag verlenen. Op 16 november verspreidden de wijkcomités hierover een persbericht. Korte tijd later dienden ze een verzoekschrift in bij het Vlaamse parlement, met als onderwerp illegale bouwpraktijken gepatroneerd door de Vlaamse overheid.
Zie ook: ploeg_publicaties_art7.html

Op de laatste werkdag voor de regionale verkiezingen van 13 juni 2004 joeg de Vlaamse ministerraad dit dossier er nog vlug door.
Zie: vergun06.jpg

Twee weken later kraakten anarchisten het leegstaande kloostercomplex, waarna de projectontwikkelaar en de Vlaamse overheid versneld begonnen te handelen.

Omdat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van de Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen (AROHM) van het Vlaamse departement Leefmilieu en Infrastructuur twijfelde over het wettelijk kader waarbinnen de aanvraag moest worden behandeld, won hij op 11 augustus 2004 voorafgaand advies in bij de juridische dienst van het departement.
Zie: bouwaanvraag/vergun05.jpg

Op basis van de stukken was de afdeling Juridische Dienstverlening van oordeel dat de behandeling op grond van artikel 127 van het decreet van 18 mei 1999 – met name in het kader van een pps-constructie met de Vlaamse overheid – wel degelijk kon. Zie het advies van 2 september 2005:
bouwaanvraag/vergun22.jpg
bouwaanvraag/vergun23.jpg

Op basis van dit juridische advies werd de bouwaanvraag op 7 september 2004 voor verdere behandeling doorgezonden aan de verschillende administraties. Dat het dossier ook volledig en waarheidsgetrouw moest zijn werd echter over het hoofd gezien, en dit door een instantie die net waken moet over de correcte naleving van de wetgeving.

Toen de bewoners wezen op de vele onregelmatigheden die ze ontdekten, bleek de bouwaanvraag ineens spoorloos. Althans op het stadhuis, waar het op 7 september verstuurde dossier nooit is toegekomen. Ook de Vlaamse bouwmeester liet inmiddels omstandig weten dat de stedenbouwwet met voeten werd getreden.

Op 1 oktober 2004 stelde Vlaams parlementslid Mieke Vogels de minister van ruimtelijke ordening een schriftelijke vraag met betrekking tot het gebruik van het artikel 127 door Kairos/Group GL-International voor de uitbreiding van het Vlaams Administratief Centrum Antwerpen op de site van het Predikherenklooster. Een antwoord bleef uit.

Maar op 11 oktober 2004 werd de bouwaanvraag plotseling wel onontvankelijk bevonden en teruggezonden. De gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar was tot het inzicht gekomen dat het gebruik van artikel 127 slechts wettelijk was wanneer de projectontwikkelaar met een juridisch draagkrachtig document kon aantonen dat de gebouwen zouden worden gebruikt door de Vlaamse gemeenschap. Zoals iedereen inmiddels wist, bestond dit document niet.

Wordt een bouwaanvraag niet volledig bevonden, dan brengt de stedenbouwkundige ambtenaar normaal gezien binnen veertien dagen na ontvangst van de aanvraag d.m.v. een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs de aanvrager daarvan op de hoogte. Hierbij wordt vermeld om welke reden die aanvraag niet volledig wordt bevonden. De vergunningsprocedure wordt daarmee definitief stopgezet. Indien binnen veertien dagen geen kennisgeving is verzonden, wordt het dossier geacht administratief volledig en ontvankelijk te zijn.

Een belangrijke vraag rijst hier: wat is de juridische consequentie van dit niet respecteren van de wettelijk voorziene termijn door de Vlaamse overheid. Mag Kairos/Group GL-International de bouwaanvraag beschouwen als zijnde aanvaard? Werden de verschillende advies verlenende instanties overigens op de hoogte gebracht van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar? De wijkbewoners vernamen nog in mei 2005 dat het stadsbestuur dacht dat de vergunning door de aanvrager was ingetrokken. Pas onlangs bleek dat de bouwaanvraag al in oktober stilletjes geseponeerd werd zonder dat daar ook maar iemand officieel van in kennis werd gesteld.

Het dossier verdween in de luwte, maar begraven werd de idee om het klooster af te breken en te vervangen door kantoren niet.

Tot op heden blijft Kairos/Group GL-International nog steeds gegadigde voor de aankoop van het klooster. Nog in april 2005 correspondeerde de projectontwikkelaar daarover met de paters-Dominicanen, die overigens door dezelfde projectontwikkelaar gedagvaard werden omdat ze een verleende optie niet verlengen wilden. Een potentiële koper die een verkoper dagvaardt, het is niet gebruikelijk. Levert de vermeende zekerheid van een publiek-private-samenwerking ook een private partner vleugels om macht te etaleren? Is zo’n houding de partner van een overheid waardig?

Minister Van Mechelen ziet er duidelijk geen graten in en heeft blijkbaar nog steeds de piste van afbraak en uitbreiding in samenwerking met deze partner niet verlaten. De Vlaamse regering laat intussen het stadsbestuur in het ongewisse over de plannen die ze koestert i.v.m. het klooster. Het college polste eind maart naar de houding van de Vlaamse regering, maar kreeg geen antwoord.

De wijkcomités vinden dit alarmerend, wetende wat ze weten over de daad- en drukkracht van de minister.

Over dit laatste stelt parlementslid Mieke Vogels op donderdag 19 mei 2005 een mondelinge vraag aan de minister in de plenaire vergadering (namiddagzitting).

Vandaag, op donderdag 12 mei, eveneens in de namiddag (vanaf 14.15 uur), behandelt de Vlaamse parlementaire Commissie voor Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed het verzoekschrift ingediend door een bewoner van de Kievitwijk over bouwvergunningen van algemeen belang ingediend door een privaatrechtelijk persoon en de toepassing van het decreet inzake publiek-private samenwerking. Concreet handelt dit over wat boven beschreven staat. De Commissie vergadert in de Pieter Bruegelzaal (3de verdieping Vlaams parlement).

Vijftien jaar geleden schreef architectuurhistorisch Geert Bekaert over de afbraak van de Koninklijke Stapelhuizen in Antwerpen: ‘De machtsstrijd die hier aan de gang is, is geen eerlijke en open machtsstrijd meer, niet alleen omdat met ongelijke middelen wordt gestreden – de harde middelen van het blinde geld tegenover de fragiele en subtiele waarden van wat we gewoon zijn cultuur te noemen – maar omdat hier op een onaanvaardbare en schandelijke wijze de openbare besturen, van hoog tot laag, de zijde gekozen hebben van die blinde macht en er zelfs niet voor zijn teruggedeinsd om die keuze als democratisch af te schilderen en elk verzet ertegen als een hetze te bestempelen’ (Gehavende Stad).

Vijf jaar later schreef Georges Timmerman in De uitverkoop van Antwerpen: ‘De laatste twintig jaar leverden een schouwspel op van urbanistisch geklungel, van bewust aangebrachte littekens, van pijnlijke en lelijke offers op het altaar van de ‘vooruitgang’, van steeds nieuwe toegevingen aan de dwingelandij van koning auto, van banaal winstbejag en – wat misschien nog erger is – van soms kortzichtig en bekrompen bestuur.’

Sindsdien werd objectief vooruitgang geboekt in het zorgzamer omspringen met de stedenbouwkundige ontwikkeling van Antwerpen. Maar de manier waarop de dossiers van het Kievitplein en van het Kievitklooster door Vlaanderen ‘begeleid’ werden, toont aan dat we alert moeten blijven. Want al te vaak nog resulteert politieke kortzichtigheid en het daarbij horende aftasten van de grenzen van het wettelijke in planologisch geknoei en het ontwrichten van stadsbuurten.