|
Waarom reageert De Ploeg pas nu de bouwkranen al geïnstalleerd zijn en de ruwbouw van de ondergrondse parking bijna af is?
Dat doen ze niet pas nu. Enerzijds protesteren de buurtcomités en vele bewoners al jarenlang tegen de gang van zaken, anderzijds voelen ze zich bedrogen en in snelheid gepakt. Te lange tijd hadden ze vertrouwen in de goede gang van zaken. Was er immers niet het op 4 mei 2000 door het college goedgekeurde masterplan van MVRDV, dat op de allereerste infovergadering van 23 mei 2000 aan de bewoners voorgesteld werd en waarvan nog tot eind 2001 staande gehouden werd dat op basis hiervan een stuurgroep (‘een studiesyndicaat’) een voorontwerp van bijzonder plan van aanleg zou ontwikkelen dat dienen zou ‘als leidraad voor de uitbouw van het stedenbouwkundig project’ (Noord-Zuidkrant, oktober 2001).
Toen halfweg 2002 de bevoegdheid ontnomen werd aan de stad (concreet: in plaats van een bijzonder plan van aanleg bleek plots een ruimtelijk uitvoeringsplan nodig), bleef lange tijd vaag wat daar de concrete gevolgen van zouden zijn. Het voorlopig gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan werd op 8 november 2002 door de Vlaamse regering goedgekeurd, maar werd pas in de zomer van 2004 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. De civiele samenleving en haar deskundigen konden zich dus niet informeren over wat gepland werd, wat het recht op inspraak niet meteen bevorderde.
Zonder op een eerste versie van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te wachten en voor het eerste advies nog gegeven moest worden had het schepencollege op de zitting van 3 juli 2002 al zijn principiële goedkeuring gegeven voor het concept en het volumevoorstel voor de nieuwe huisvesting van Alcatel (3 juli 2002). Dit voorstel was allesbehalve abstract: de inplanting, hoogte, onderlinge verbondenheid, netto oppervlakte en invulling van de bouwblokken stonden er in aangehaald, evenals het totaal aantal gebouwen voor zone A – toen had men het nog over ‘een centraal gebouw geflankeerd door zes andere’. Conclusie van het college: ‘Het voorliggend voorstel creëert een evenwicht tussen het voorgestelde programma van Alcatel en het stedenbouwkundig plan.’ Dat was op zijn minst voorbarig, want het wettelijk stedenbouwkundig kader voor de concrete ontwikkeling (nl. het GRUP) werd pas ruim een jaar later definitief goedgekeurd. De bewoner die niet elke week de collegebesluiten opvraagt (elke burger dus) verneemt pas veel te laat dat het college al halfweg 2002 bepaalde hoe zijn Kievitwijk er uit zou zien.
Het GRUP-ontwerp werd door het district Antwerpen aan de bewoners voorgelegd tijdens een openbare informatievergadering op 6 januari 2003 (vanaf toen begon alarmfase 1 in de buurt). Tot 7 maart 2003 konden bewoners uit de omgeving hun opmerkingen of bezwaren afgeven op het stadhuis. Er kwamen 188 (!) bezwaarschriften, ingediend door 248 personen. Pas op 24 oktober 2003 (BS 24 november 2003) keurde het Vlaamse Gewest het GRUP definitief goed.
Op 17 december 2003 kregen de bewoners dan eindelijk de ontwerpen en de maquette van het architectenbureau te zien (terwijl de plannen blijkens het bouwaanvraagdossier al van 7 april 2003 dateerden en het concrete concept blijkens het collegebesluit al van 3 juli 2002). Tijd voor alarmfase 2, want de inrichtingsstudie bleek tegen zowat alle regels van goede stedenbouw in te gaan. Uit het gekozen moment van toelichting door de overheid blijkt overigens een zeker misprijzen voor de burger die recht op inspraak heeft, zelfs al vormt het organiseren van een informatievergadering geen onderdeel van de wettelijk voorziene procedure. De aanwezigen stelden vast dat ze nog twee werkdagen de tijd hadden om bezwaren in te dienen tegen de bouwaanvraag, die ingediend werd op 14 november 2003 en waarvan het openbaar onderzoek liep van 20 november tot 20 december 2003. Enkele buurtbewoners namen een dag vrijaf om de bouwaanvraag in te kunnen kijken. Twee lokale buurtcomités dienden alsnog bezwaarschriften in.
In De(n) Antwerpenaar van 15 april 2004 durft men dan nog onbeschroomd te schrijven: ‘Ook de buurt werd gedurende de hele ontwerpfase geïnformeerd. Op 17 december 2003 vond een hoorzitting plaats over de ontwikkelingen in het Alcatel-ontwerp en de totale site.’ Hadden de bewoners maar de pr-middelen die het stadsbestuur aanwendt om zand in de ogen te strooien van de Antwerpenaar. De makers van de stadskrant maken misbruik van de realiteit die wil dat de gemiddelde Antwerpenaar nu eenmaal weinig geïnformeerd is over wat zich in een andere wijk aan het voltrekken is, en bijgevolg halve feiten voor een volle waarheid aanneemt. Zo begint de mythevorming, want de buurtbewoners werden op geen enkel moment ernstig genomen. In hetzelfde artikel wordt ook nog gesuggereerd dat de Vlaamse bouwmeester dit een goed ontwerp vindt, wat een flagrante leugen is. In een ander artikel wordt verwezen naar de goedkeuring van het Kievitproject door de Welstandscommissie, terwijl die commissie net negatief advies na negatief advies gaf, tot de leden van de commissie het beu waren om steeds weer hetzelfde ontwerp op tafel te zien verschijnen. In een gemotiveerd schrijven aan het college lieten ze daarop weten niet langer te willen adviseren, omdat toch geen gevolg gegeven werd aan hun opmerkingen. Niet voor niets wordt De(n) Antwerpenaar wel eens de Pravda van ’t stad genoemd. De enkele jaren geleden opgedoekte Wijkgazetten waren heel wat rechter voor de raap.
Beschikten de buurtcomités overigens maar over de kennis waarmee overheid en bouwers altijd een voorsprong behouden (juridische mogelijkheden, cijfermateriaal, data en inhoud van belangrijke beslissingen, plannen, …). Steeds weer moesten de comités de overheden op hun informatieplicht wijzen. Dat het concrete concept voor de geplande bouwblokken al op 3 juli 2002 vastgelegd werd door het college en dat de uiteindelijk bij de bouwaanvraag gevoegde plannen al van april 2003 dateren: nooit werd daar met een woord over gerept op zogenaamde infoavonden. Toch is dít de cruciale informatie waarover buurtcomités willen beschikken in plaats van de verbloemende algemeenheden die ze telkens weer te horen kregen.
Die eenzijdige communicatie bepaalt ook de beeldvorming in de pers, waar de door de projectontwikkelaar en het stadsbestuur aangereikte informatie vaak kritiekloos overgenomen wordt. De Ploeg heeft daar begrip voor: het dossier is complex en dik, ook voor journalisten die het van nabij opvolgen. Maar de gevolgen zijn nefast voor het verhaal dat de buurtcomités brengen willen. Zo lazen we op de ochtend van onze persvoorstelling nog een paginagroot krantenartikel waarin opnieuw een aantal onwaarheden over het geplande Kievitproject hun weg vonden naar het grote publiek (Gazet van Antwerpen, 8 november 2004). Andermaal werd de Antwerpenaar gerustgesteld: er zou plaats zijn voor heel wat woongelegenheid, 50% van de gelijkvloerse ruimten zou publiek toegankelijk blijven, de door de overheid opgelegde randvoorwaarden garanderen dat de wijk ’s avonds en in het weekend geen verlaten omgeving wordt, de Kievit-zone zal geen tweede Brussel-Noord worden, enzovoort. Voor de zoveelste keer vernamen we dat een goed evenwicht nagestreefd werd tussen de verschillende functies, ditmaal bij monde van de schepen van ruimtelijke ordening: ‘Het ruimtelijk uitvoeringsplan schrijft duidelijk voor dat per zone minimaal dertig procent bewoning moet zijn.’ In de praktijk klopt niets van dat alles.
Korte tijd na de ‘inspraakavond’ van 17 december vroegen vier buurtcomités, intussen verenigd onder de noemer ‘Van Kievitaal Belang’, een afspraak met de kabinetten van de burgemeester en van de schepen van ruimtelijke ordening. Pas eind april 2004 mochten afgevaardigden van de buurtcomités hun grieven mondeling overmaken aan een kabinetsmedewerker, die zich excuseerde voor het uitstel en toegaf dat in het verleden te weinig politici zich bekommerden om het dossier. Intussen waren de vergunningen voor het bovengrondse gebouwencomplex ‘Kievitplein’ allang geleverd door het college (20 februari 2004). Alweer gaven de politici de buurtbewoners het nakijken door ze eerst ‘on hold’ te zetten en vervolgens met een kluitje het riet in te sturen. Sympathiebetuigingen en begrip voor hun strijdbaarheid kregen ze, maar tja: nu was het toch echt allemaal te laat. Op naar alarmfase 3.
In februari 2004 begon de sloop van het voormalige Switelhotel en in maart het uitgraven van de bouwput. Nog hoopten de bewoners dat de vele instanties die zich ooit achter het masterplan van MVRDV schaarden publiekelijk zouden opkomen voor de rechten van de Antwerpenaar. Dat was echter niet het geval. Eén journalist waagde het de nieuwe plannen kritisch onder de loupe te nemen (De Standaard, 25 mei 2004). Verder bleef het stil.
In een werknota rond stadsvernieuwingsprojecten in stationsbuurten (2004) stelt de Bond Beter Leefmilieu: ‘In Antwerpen hebben de bewoners de strijd om het Kievitplein en blok A verloren.’ Het is een correcte weergave van de feiten, want die bewoners stonden alleen in hun strijd. Eind mei publiceerden de comités nog een Open Brief, maar ver reikte hun stem niet meer. Intussen slorpte de verkiezingscampagne alle media-aandacht op en stonden de bouwkranen geïnstalleerd. Na het bouwverlof in de zomervakantie verrezen stilaan de fundamenten en daarna in verhoogd tempo de onderste lagen van de ondergrondse parking.
Het is schrijnend te moeten vaststellen dat het jarenlange opofferen van de schaarse vrije tijd door vele tientallen bewoners tot dit negatief netto-resultaat leiden moet.
De kraak begin juli 2004 van het kloostercomplex in de Ploegstraat – eis: niet nóg meer kantoorruimte in de wijk – viel in een enorme bedding van frustratie en ontevredenheid. Niet toevallig schaarden alle buurtcomités zich meteen achter de actie van de krakers. Opnieuw werd veel positieve energie geïnvesteerd in de strijd tegen een negatieve ontwikkeling. Via het concrete kloosterdossier belandde de problematiek van de Kievitwijk daardoor weer in de pers en op de politieke agenda. Wat de buurtbewoners ertoe aanzette om nogmaals een poging te ondernemen om het tij te keren.
Na het zomerreces schakelde Van Kievitaal Belang, intussen omgevormd tot De Ploeg en versterkt met twee buurtcomités, over op een hogere versnelling. Er werden verschillende werkgroepen opgericht: actie, tegenvoorstel, gerecht, politiek en communicatie. Al het verzamelde materiaal werd geordend en aangevuld. Plannen werden opgevraagd, bouwvergunningen ingekeken, collegebesluiten gelezen, kadastergegevens met elkaar vergeleken, het wettelijk kader bestudeerd, enzovoort. Uitleg en verduidelijking werd ingewonnen bij externe deskundigen. Wat de bewoners ontdekten tartte alle verbeelding en maakte hen nog ongeruster dan ze al waren.
Op basis van dit alles werd beslist tot het opstellen van een gefundeerde nota, het uitwerken van een inhoudelijk en visueel tegenvoorstel en het mogelijkerwijs initiëren van gerechtelijke stappen.
Want wat volgens de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens geldt voor het recent opgedoken dossier van de OCMW-schulden, is ook de boodschap voor de Kievitwijk: ‘Behalve aan parler vrai heeft Antwerpen nood aan action vraie’ (DS 30 oktober 2004).
|