|
PPS Kievitklooster: Publiek Private Schriftvervalsing?
Persbericht De Ploeg dinsdag 16 november 2004
Dit is de volledige versie
Lees ook de korte versie
Projectontwikkelaar Kairos/GL International heeft de Dominicanen gedagvaard over de verkoop van het Kievitklooster in Antwerpen. Op woensdag 17 november komt de zaak voor op de rechtbank in Antwerpen.
In de dagvaarding beweert Kairos/GL International dat het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor de sloop van het klooster nog slechts ‘een kwestie van luttele tijd is’ en dat de procedure daartoe vergevorderd is. Vreemd is dat, want de bouwaanvraag is inmiddels zoek geraakt op het Antwerpse stadhuis, waar ze voor advies opnieuw moet worden ingediend.
Bovendien is aanvraag (zoals die bij de diensten van de Vlaamse overheid aan de Copernicuslaan werd ingediend en in te zien is) onvolledig en op essentiële punten onjuist. De vraag rijst of Kairos/GL International niet gedagvaard moet worden i.p.v. de paters.
Bovendien roepen ook de omkadering en de behandeling van deze bouwaanvraag door de overheid vragen op.
-
De bouwaanvraag met als onderwerp het uitbreiden van een bestaand kantoorgebouw en de afbraak van het kloostercomplex werd namens de Group GL International/Kairos Development ingediend bij de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar van het Vlaams Gewest, en dit in het kader van art. 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening voor het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning.
Dit art. 127 bepaalt dat wanneer de aanvraag betrekking heeft op ‘werken, handelingen of wijzigingen van algemeen belang, overeenkomstig art.103’, het Vlaamse Gewest via de gewestelijke ambtenaar de aanvraag rechtstreeks behandelt.
Daardoor wordt de rol van de stad Antwerpen gereduceerd tot organisator van het openbaar onderzoek. De stad mag nog enkel advies geven en kan niet langer beslissen over de bouwvergunning.
Is de toepassing van art. 127 – een uitzonderlijke procedure – hier wel mogelijk? M.a.w.: beroept men zich hier terecht en conform de wet op het algemeen belang om niet bij de stedelijke maar wel bij de Vlaamse overheid een bouwaanvraag te kunnen indienen?
Art. 2 7° van het eerder vermelde decreet stelt dat gebouwen opgericht voor het gebruik of de uitbating door de overheid of in opdracht ervan beschouwd worden als werken van algemeen belang. De wetgeving spreekt zich niet uit over het statuut van de aanvrager.
Uit het aanvraagformulier, gedateerd op 7 juli 2004, blijkt echter op geen enkele wijze het contractueel verband tussen de aanvrager en de Vlaamse overheid.
In een Begeleidende Nota, die dateert van 28 juli 2004 en ingevuld en ondertekend is door de architect, staat wel: ‘Aanvrager: Group GL International en Kairos Project Development in Privaat Publieke Samenwerking met Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.’ En ook: ‘De aanvrager is verbonden aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap dmv een PPS-akkoord (Publiek-Private Samenwerking). Hierbij bouwen beide partijen samen’.
Wellicht daarom – op basis van deze ‘verbondenheid’ met de Vlaamse overheid – geeft Kairos/GL International zich in de bouwaanvraag valselijk uit als eigenaar van gronden die tot op vandaag in eigendom zijn van de Dominicanen en van de Vlaamse overheid zelf (= de uit te breiden VAC-kantoren in de Copernicuslaan). Bij de vraag ‘Bent u eigenaar’ staat immers ingevuld: ja. Woensdagmorgen a.s. is het dus een vermeende eigenaar die een werkelijke eigenaar dagvaardt.
De PPS waarvan sprake wordt niet gestaafd door een document dat ondertekend is door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Wat het PPS betreft bestaat er enkel een intentieverklaring die de Vlaamse regering twee dagen voor de verkiezingen goedkeurde (11 juni 2004). Navraag bij het Kenniscentrum voor PPS - het zenuwcentrum voor alle Vlaamse PPS – leert ons dat deze instelling tot op vandaag slechts vaag geïnformeerd is over dit dossier. Als er al een PPS in de maak is, dan gebeurt dit alvast niet volgens de wettelijke vereisten van het jonge decreet betreffende publiek-private samenwerking.
Uit niets blijkt dus dat de privaatrechterlijke persoon die de bouwaanvraag indient contractueel verbonden is met de overheid. De bouwaanvraag indienen ten behoeve van het algemeen belang en behandelen volgens art. 127 roept bijgevolg vragen op.
Concreet beslist nu ‘de Copernicuslaan’ over de sloop van het klooster in functie van de uitbreiding van ‘de Copernicuslaan’ (= het inplanten van bijkomende kantoorruimte).
Wie eventuele weerstand daartegen vanuit het stadsbestuur wil omzeilen (te verwachten weerstand die er nu ook is), kan gemakshalve beroep doen op ‘het algemeen belang’. Maar de vraag is wiens belang hier gediend wordt, en of hier niet veeleer van belangenvermenging sprake is.
-
Van een Vlaams PPS-project is bekend dat het dient te gebeuren op initiatief van de Vlaamse overheid, dat het een algemene doelstelling beoogt, meerwaarde voor beide partijen betekent, dat elke partner de risico’s neemt waarvoor ze het best geschikt is ([1]), en dat het geen afbreuk doet aan de vrije concurrentie.
Voor zover bekend is er nog steeds geen PPS-aanbesteding uitgevoerd. Nu wordt een vergunningsaanvraag ingediend door projectontwikkelaar Kairos/GL International met wie de Vlaamse overheid reeds voorbesprekingen hield (zie hoger).
Deze aanvraag en de goedkeuring zijn een noodzaak voor de ontwikkelaar om de terreinen waarop de uitbreiding dient te gebeuren te verwerven. De goedkeuring van de vergunning zorgt er dus voor dat deze ontwikkelaar een sleutelrol verwerft en eventuele concurrentie voor de uitvoering van dit project wordt uitgesloten. Uitbreiden kan dan immers nog enkel op zijn terreinen.
Voorafgaand aan een PPS-aanbesteding geeft de Vlaamse overheid zo aan één privaatrechterlijk persoon een onmiskenbaar voordeel. De wens van de Vlaamse regering van 11 juni 2004 om ook andere kansen te onderzoeken voor een project op die plaats wordt zo in belangrijke mate tenietgedaan.
Het verwerven van die gronden is alvast een noodzaak indien de overheid in dit dossier de vrije concurrentie voluit wil laten spelen tijdens de PPS-aanbesteding. Door de huidige vergunningsaanvraag staat het zo goed als vast dat indien alsnog een aanbestedingsprocedure wordt opgestart enkel de huidige projectontwikkelaar enige kans maakt.
-
Om geen voorafgaand advies te moeten toevoegen van de Vlaamse Bouwmeester ‘vergist’ men zich in de oppervlakte van het project.
De oppervlakte van het bouwproject wordt geminimaliseerd op het aanvraagformulier (4817 m²). Uit andere stukken van het dossier blijkt dat het handelt over een project met een oppervlakte groter dan 10.000 m². In zo’n geval is een voorafgaandelijk advies van de Vlaamse Bouwmeester vereist (art. 103 van het decreet) en dient dit toegevoegd te worden aan de vergunningsaanvraag.
Dit advies bestaat (22 maart 2004) maar is vernietigend voor het project. ‘Na grondig onderzoek’ oordeelde de Vlaamse Bouwmeester bOb Van Reeth het volgende: ‘De uitwerking van een nieuw specifiek weefsel op die plek gaat totaal verloren en de diversiteit van bouwvolumes als raster voor een vandaagse stedelijke identiteit komt daarmee in het gedrang. (…) Wij stellen daarom voor dat de Vlaamse overheid zich met dit project niet zou identificeren als voorbeeldige opdrachtgever. (…) Vervolgens wil ik er op wijzen dat bij dit dossier het zeker wenselijk zou zijn om met betrekking tot de aandacht voor duurzaamheid binnen de stedelijke ontwikkelingen niet alleen de integratie van het kerkgebouw te bekijken maar eveneens het hergebruik van het bestaande klooster te onderzoeken temeer daar de schaal van het klooster perfect aansluit bij het stedelijk weefsel aan de rand van het gebied dat in ontwikkeling is’ (…) De voorliggende bouwaanvraag voldoet aan deze voorwaarden niet.’
Door dubbelzinnigheid in de gegevens inzake de oppervlakte lijkt het alsof vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester geen noodzaak is. Zo kan men zijn voorafgaandelijk advies onthouden aan het oog van alle adviesverlenende instanties (zoals o.a. het stadsbestuur) en de burger.
Alhoewel de overheid nauw betrokken is bij dit project merkt zij dit alles niet op en behandelt het dossier alsof het volledig en correct is. Het advies van de Vlaamse Bouwmeester wordt gewoon opnieuw gevraagd.
-
Op het gewestplan staat het gebied waar zich het klooster bevindt nog steeds als woonzone ingekleurd. Grootschalige kantoorontwikkeling kan dus niet. De bestemming van deze zone moet worden vastgelegd in het stedelijk structuurplan. Dit plan is er nog niet, dus dient er eerst een BPA opgemaakt of minstens een RUP te worden uitgetekend.
Concreet had er een openbaar onderzoek moeten zijn over deze wijziging van de zone in het kader van het opmaken van een ruimtelijk uitvoeringsplan (samenlezing van art. 127 en 103 decreet 18/5/1999). Zelfs aan zichzelf kan het Vlaamse Gewest niet zomaar een vergunning verlenen voor een zonevreemd gebouw.
Bij de behandelende overheid is bekend dat deze gegevens (eigenaarschap, PPS-statuut, bouwoppervlakte, bestemming) niet stroken met de werkelijkheid. Toch wordt de aanvrager hiervoor niet op de vingers getikt en worden de documenten zonder enig voorbehoud voor advies voorgelegd aan de stedelijke overheid.
Al die foute beweringen hebben voorlopig geen invloed op de procedure. De administratie laat het dossier zijn gang gaan. Juristen van de Vlaamse overheid waren in augustus druk bezig met het bedenken van argumenten ten voordele van de bouwheer; de hele correspondentie daarover staat op de website van De Ploeg. Het verlenen van de vergunning is sinds het kraken (in juni 2004, enkele weken voor de bouwaanvraag werd ingediend) dringender geworden, en schijnbaar belangrijker dan het respecteren van wettelijke normen.
Het Vlaams parlement waakt over het algemeen Vlaams belang. Aan voorzitter Norbert de Batselier stuurt De Ploeg – dat zijn de verzamelde buurtcomités die zich inzetten voor een buurtvriendelijke herinrichting van de Kievitomgeving – eerstdaags een verzoekschrift met o.a. volgende vragen.
Wanneer mag je als particulier spreken in naam van de overheid? Moet je dan ook een volledige en correcte vergunningsaanvraag indienen? Kan een aanvraag met foutieve informatie beschouwd worden als een vorm van schriftvervalsing? Mag schriftvervalsing ten behoeve van algemeen belang? Waarom koopt de Vlaamse overheid het klooster niet zelf? Waarom dient de overheid de bouwaanvraag niet zelf in? Wordt de vrije concurrentie in dit dossier geweerd? Wordt de wet op de overheidsopdrachten gevolgd volgens het boekje? Wat zijn de gevolgen van een vergunningsaanvraag die berust op foutieve gegevens die door de aanvrager werden verstrekt? Is het toelaatbaar dat dit gebeurt in het kader van een aanvraag die zich beroept op het algemeen belang?
Het algemeen belang heeft ook recht op die antwoorden. In afwachting daarvan is het wenselijk de vergunningsprocedure voor het project tijdelijk stop te zetten. Dit lijkt ons de beste garantie om correct handelen door de Vlaamse overheid te waarborgen.
Op de gemeenteraad van 14 september 2004 stelde schepen Marc van Peel zich al publiekelijk vragen over de gevolgde werkwijze.
Op 1 oktober 2004 richtte Mieke Vogels over dit alles een schriftelijke vraag aan minister Van Mechelen. Daarin formuleerde ze enkele cruciale bedenkingen: ‘Waarom werd voor de bouwaanvraag voor de uitbreiding van de kantoren van de Vlaamse gemeenschap aan het Kievitplein te Antwerpen gebruik gemaakt van artikel 127? Hoe kan het algemeen belang dat met art. 127 wordt ingeroepen worden verantwoord? Zal er een BPA of RUP worden opgemaakt om de bestemming van het klooster, nu gelegen in woonzone, te wijzigen?’
Een schriftelijke parlementaire vraag dient binnen de zes weken beantwoord. In dit geval tegen ten laatste vorige week vrijdag.
Mogen we de antwoorden van de minister vernemen?
De Ploeg,
i.e. de buurtcomités Kievit, Provinciestraat, Zurenborg, Dominicushuis, den Dreihoek, Milisstraat en Van den Nestlei/Baron Joostenstraat
Meer informatie over de bouwaanvraag
[1] de politieke, regelgevende en planologische risico’s voor de politieke overheid en de marktrisico’s, technische risico’s en dergelijke voor de betrokken private partijen. (ONTWERP VAN DECREET betreffende publiek-private samenwerking VERSLAG Stuk 1722 (2002-2003) – Nr. 2 p.9)
|