![]() | |
De oostwaartse stadsinbreiding: verdichten en verbinden (Ringpark De Knoop)Uit Een driehoek van kansen. Nota bij het voorontwerp van het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen juni 2005 (8 augustus 2005) 7. De oostwaartse stadsinbreiding: verdichten en verbinden (Ringpark De Knoop)Opmerkelijk in het voorontwerp van het ruimtelijk structuurplan voor Antwerpen is dat de autostrade R1 op bijna geen enkele kaart staat aangegeven. Ook niet op de centrale kaart, nl. die van de strategische ruimten (p.254). Hier geldt opnieuw de eerder geformuleerde kritiek in verband met het havengebied: er wordt planologisch te werk gegaan alsof de Ringsnelweg er niet ligt. Maar ze ligt er wel, en met een grote impact. Ook hier leidt het gebrek aan bevoegdheid vanwege de lokale overheid tot het feitelijk bijna-negeren van een belangrijk stuk Antwerpen. De ringweg is eigendom van het Vlaamse Gewest en bijgevolg blijkbaar geen materie voor het Antwerpse structuurplan noch mogelijk voorwerp van strategische projecten in de bindende bepalingen (zie p.490, noot 6). Een dergelijke blindheid is hypocriet vanuit stedenbouwkundig standpunt, want een goed functionerend stedelijk weefsel kent geen blinde vlekken. Dat zo weinig aandacht besteed wordt aan een autostrade die dwars door de agglomeratie loopt en dat hierover helemaal geen planologische engagementen uitgesproken worden moet wellicht ook begrepen worden binnen de restruimtefilosofie. Planologische vaagheid over het statuut en de mogelijkheden van de groene zones naast de ringweg hebben al eerder geleid tot een restruimte-aanpak: de op het gewestplan als recreatiegebied ingekleurde zones werden gaandeweg ingevuld als groene buffers of als bedrijfsterrein. Ook hier blijft recreatie de uitzondering. Wel is in het structuurplan heel wat denkwerk verricht over het Singelgebied, als belangrijke overgang tussen de kernstad en de tussenstad (zoals de geplande Parklaan die vormt tussen tussenstad en voorstad). In de discussienota Het Lager Netwerk (april 2005) staat aangegeven waarom: ‘De basisdoelstelling van het project Groene Singel is om deze ruimte om te vormen, vandaag de dag onderbenut, gefragmenteerd en marginaal, in een nieuwe centraliteit voor de stad, een hoog-kwalitatieve stedelijke ruimte, open, groen, en in staat om te werken als een verbinding tussen binnen- en buitenstad, binnenin een corridor die het systeem van de vijf parken verbindt met de Schelde’ (p.29). In het voorontwerp van het ruimtelijk structuurplan wordt dit verder uitgewerkt: ‘De Singel is een stedelijke boulevard die door een uitgestrekte groene ruimte loopt. De ruimte rond de Singel moet dus gezien worden als een visuele, fysieke en functionele schakel tussen twee delen van de stad. Vanuit de stad bekeken is de stedelijke ruimte van de Singel een gebied tussen de binnenstad en de buitenwijken. Tegenwoordig wordt dit deel beschouwd als een breuk en zelfs een luidruchtige en vervuilde barrière; het moet daarom omgevormd worden tot een nieuwe stedelijke ruimte van hoge milieukwaliteit. Het gebied van de Groene Singel kan verdeeld worden in een groot aantal delen met elk een ander karakter en een andere sfeer. Elk stelt een ander projectthema voor, elk verbindt op een andere manier de twee delen van de stad met elkaar’ (p.456). Over mogelijke strategieën om ook de ernaast gelegen ringweg om te vormen ‘tot een nieuwe stedelijke ruimte van hoge milieukwaliteit’ is evenwel geen sprake. De breuk, het lawaai en de vervuiling blijven dus. Ook met betrekking tot de ringweg is het aangewezen om het gebied te verdelen in zones met elk een eigen specifieke context die drager kan worden van een projectthema. Onder het beleidsthema ‘Meer welzijn’ worden in het structuurplan tekortzones in kaart gebracht waar voldoende groenoppervlakten en publieke ruimten moeten worden voorzien (p.386). Tekorten worden vooral in de binnenstad vastgesteld. Vier sites worden aangeduid waar interventies noodzakelijk zijn. De doelstellingen daarvan zijn: het realiseren van een voldoende aanbod aan buurt- en wijkgroen voor iedere inwoner, het realiseren van de zachte ruggengraat, waarin de functie van buurt- en wijkgroen vervat zit, het doorbreken van barrières om een voldoende aanbod te bewerkstelligen, het ontpitten van het stedelijk weefsel en het verhogen van de toegankelijkheid en kwaliteit van de bestaande groene ruimten. Een van de sites is Antwerpen-oost, met tekorten in Deurne-Noord en Borgerhout (buurtgroen). Onder het beleidsthema ‘Wonen in Antwerpen’ wordt opnieuw naar deze tekortzones verwezen bij het bepalen van een strategie voor stadsvernieuwing: ‘Op basis van een recente studie, opgemaakt ikv. het RSA door de VUB (Torsten, januari 2005), zijn de invloedsferen van bestaand en gepland groen (of plein) aangegeven op buurt- en wijkniveau. (...) Conclusie van deze studie is dat, op stadsdeelniveau, geen structurele tekorten worden vastgesteld. Het tegendeel is waar voor wat betreft buurtgroen en dit in hoofdzaak binnen de Singel. Vooral in de aangetoonde tekortzones (zie kaarten in bijlage) zal kritisch moeten ingezet worden op het behoud en zelfs versterking van de open ruimte’ (p.446). Vervolgens worden tien wijken opgesomd waar een structureel tekort aan buurtgroen werd vastgesteld, waaronder Oud-Borgerhout en direct aangrenzende Antwerpse buurten, Deurne-Noord en Merksem in de omgeving van het Albertkanaal, en Zurenborg. Vier van de tien aangeduide pijnplekken liggen dus rond het gebied waar de E313-snelweg aansluit op de ringweg. Anderhalf jaar geleden maakte de bewonersgroep BorgerhouDt van Mensen eenzelfde analyse. Niet toevallig combineert oud-Borgerhout dit structureel groentekort met de hoogste bevolkingsdichtheid (meer dan 15.000 inwoners/km²) van Antwerpen (structuurplan p.194 en p.223). Gesuggereerd werd toen om de vele hectaren restruimte in en rondom het grote verkeersknooppunt om te zetten in kwaliteitsvolle open ruimte voor een dichtbevolkt stadsdeel. Concreet werd voorgesteld om een gemengd ingevuld Ringpark aan te leggen bovenop een overdekte ringweg. Inhoudelijk wordt deze idee gedragen door het structuurplan. Voor het generiek beleid dat het beeld van ‘dorpen en metropolen’ moet helpen verwezenlijken wordt op het volgende gewezen: ‘om de kwaliteit van het leefmilieu te verbeteren en nieuwe mensen in de stad aan te trekken is het noodzakelijk om de hoeveelheid openbare ruimten te verhogen en hun kwaliteit te verbeteren. Het openbaar domein kan als instrument worden ingezet in het kader van strategische en dynamische planning; het kan de stad structureren en de kwaliteit verbeteren’ (p.194). Als indicatoren voor de kwaliteit van de woonomgeving worden opgegeven: ‘de aanwezigheid en toegankelijkheid van groen, speel- en buurtvoorzieningen, verkeersleefbaarheid (lawaaihinder, parkeerdruk, verkeersonveiligheid), veiligheid (criminaliteit, overlast, milieuhinder, verstoring openbare orde), het straatbeeld (belevingswaarde, netheid)’ (p.230). Als vierde sectie ofwel knooppunt van de radiale wegen met de Ring en de Singel wordt het gebied rond de Herentalsebaan, E313 en Turnhoutsebaan aangeduid: ‘Het Rivierenhof begrenst deze sectie, hoewel er geen sterke relatie aanwezig is’ (p.176). Die relatie wordt bemoeilijkt door de aanwezigheid van de grote verkeerswisselaar. Onder het beleidsthema ‘Wonen in Antwerpen’ wordt voorzichtig gesuggereerd dat daar een nieuw park kan/zal komen, maar onduidelijk blijft in welke richting wordt gedacht: ‘Om te beginnen bestaat de wens om een eventuele groene schakel te verzekeren tussen het Rivierenhof en Spoor Oost, doorheen de Singel. Verondersteld wordt dat het project voor een nieuw park op de eigenlijke plaats ontwikkeld wordt. Dat is ook coherent met de noodzaak om de Singel, als groene stedelijke ruimte, de gepaste omvang te geven op een heel moeilijk punt’ (p.463). Op dat moeilijke punt heeft niet alleen de Singel maar ook het gebied van de ringweg als groene stedelijke ruimte nood aan een gepaste omvang. Dat ontbreekt nu, want de open ruimte wordt er behandeld als voor omwonenden ongeschikte restruimte. Vreemd is het dan ook dat nergens in het voorontwerp van het ruimtelijk structuurplan zelfs maar het abstracte concept van selectieve overdekking van de ringweg vermeld wordt. Hooguit lezen we af en toe iets over een op afstand houden van de Ring. Ter hoogte van Borgerhout ‘moet de buffer ten opzichte van de snelweg versterkt worden’ (p.356) De lat mag hier hoger gelegd worden, want op de strategische kaart (p.261) staat het Ringpark, als plek waar drie van de vijf strategische ruimten (p.258) elkaar overlappen, reeds mentaal ingekleurd. Binnen het kader van de Zachte Ruggengraat is het Schijnvalleipark (p.324) een van de vijf grote stedelijke parken, met daaraan gekoppeld drie strategische projecten: Deurne Noord, Spoor Oost en Spoor Noord (p.326). De ringweg loopt tussen de eerste twee projecten en vormt er een ook voor het Schijnvalleipark bijna onoverkomelijke barrière. Binnen het concept van de Groene Singel is Borgerhout een van de vier naar voor geschoven ontwikkelingsprogramma’s (p.356), waarbij het voor de hand ligt om de ontwikkeling van Spoor Oost (zachte ruggengraat) en Nieuw Zurenborg ofwel de verlaten gassite (groene Singel) mee op te nemen in de Ringparkontwikkeling (pp.461-2). Binnen het Lager Netwerk vormen de Turnhoutsebaan en de Herentalsebaan strategische radiale wegen/territoriale boulevards. Als belangrijke assen voor het openbaar vervoer in een netwerk van bestaande, te activeren en nieuwe tramlijnen doorkruisen ze beide het Ringpark (p.117). Blijkens de discussienota Het Lager Netwerk (april 2005) is de Ringparklocatie de enige plek in Antwerpen waar drie rode punten (kruispunten tussen belangrijke wegen) vlak naast elkaar liggen (kaart p.19). Borgerhout wordt als voorbeeld van een nieuwe spoorsituatie voor tramlijnen nader toegelicht, met nog deze opmerking: ‘Het gebied wordt ook gekenmerkt door sommige elementen die een barrière vormen voor verkeersstromen en sociale samenhang zoals de snelweg en groene gebieden langsheen deze wegen’ (p.116). Bovendien liggen twee van de in het s-RSA opgenomen stedelijke buurtcentra vlak naast het Ringpark: Sint-Jan (Borgerhout, p.343) en Deurne-Dorp (Deurne-Noord, p.335). Voor Deurne-Dorp wordt gesuggereerd om het Rodekruisplein herin te richten als voetgangersruimte in relatie met kerk, Schijn en park (p.335). Het Ringpark ligt niet alleen op het knooppunt van drie van de vijf strategische ruimten, met een vierde ruimte – Het Levend Kanaal – vlakbij, maar biedt ook oplossingen voor heel wat aangekaarte problemen en beantwoordt aan velerlei programma’s en voorstellen binnen het structuurplan. Het ligt daarom voor de hand om de lokale overdekking van de ringweg als bijkomend strategisch project op te nemen. Ook wordt de aanpak van de Ring en de realisatie van het Ringpark best toegevoegd aan het overleg met de Vlaamse overheid (p.488). Binnen verschillende politieke partijen bestaat hiervoor alvast een draagvlak. Vier partijen namen het project intussen op in hun programma. Het Ringpark kan als cluster 1 (p.374: openlucht sportfaciliteiten, speeltuinen plus scholen) of als cluster 2 (p.391: sportfaciliteiten, culturele voorzieningen, scholen en groen) toegevoegd worden aan het structuurplan. ‘De cluster is een nieuwe interpretatie van de stedelijke ruimte, waarbij de relatie tussen de verschillende soorten voorzieningen benadrukt wordt. Clusters beklemtonen eveneens de noodzaak aan kwalitatieve omgevingen. Dingen samen brengen betekent in feite de mogelijkheden van de infrastructuren beter benutten; de school zelf – als essentiële dienst naar de bevolking – is niet voldoende, het moet verbonden worden met groene ruimten, sport en recreatie faciliteiten en met het openbaar vervoerssysteem’ (p.374). Het is opvallend dat geen nieuwe cluster gesuggereerd wordt op de grens tussen Borgerhout en Deurne, want alle voorwaarden daartoe zijn er vervuld. De zone vormt een kruispunt van verschillende ruimtelijke structuren, situeert zich in een zeer waardevolle omgeving (19de-eeuwse gordel, park), ligt naast verschillende tekortzones voor groen en kan als heringericht gebied een sterke ruimtelijke relatie en sociale samenhang creëren tussen gescheiden functionele zones (zie p.386). ‘Ringpark’ en ‘cluster’ lijken zo bezien welhaast synoniemen. Manu Claeys |
|
![]() |
Contact BorgerhouDt van Mensen - project Ringpark De Knoop: mail@manuclaeys.be |