![]() | |
Een kankerplek in Borgerhout (opinie)De Tijd Op het wapenschild van Borgerhout prijkt een knalgroene boom, terwijl het district officieel het meest versteende en dichtstbevolkte stadsdeel van Vlaanderen is, dat ook nog eens in tweeën gekliefd wordt door het drukste knooppunt voor gemotoriseerd vervoer. Veel bedrijven en pendelaars maken zich dezer dagen zorgen over de geplande werken aan de Antwerpse ringweg, maar bekeken vanuit Borgerhout gaat mobiliteit daar ook nog over iets anders, zo stelt Manu Claeys. Tot de jaren 1860 vormde 'het hout van de burger' een buitengebied met eikenbossen, weilanden, lusthoven, enkele boerderijen en een dorpse woonkern. Het landelijke karakter verdween er samen met de Spaanse omwalling rond Antwerpen. De verstedelijking ging gepaard met speculatie en een falende ruimtelijke ordening, wat een tot vandaag bestaande sociale achterstelling tegenover andere stadsdelen creëerde. Er was weinig oog voor de kwaliteit van de publieke ruimte, aan deftige pleinen of buurtparkjes werd niet gedacht en collectieve voorzieningen bleven grotendeels achterwege. Met de komst van de ringweg verdween vanaf 1964 ook de open ruimte vlak buiten de Brialmontgordel. Vaak wordt onderschat hoezeer een gebrek aan kwaliteitsvolle open ruimte en een overdosis aan drukke verkeersassen mee bepalend zijn voor het imago en de eigenwaarde van stadswijken. Borgerhout deelt natuurlijk een aantal typische kwalen met andere 19de-eeuwse stadsdelen en overgoot die met een sociaal-culturele saus van eigen makelij. Maar ook de erbarmelijke staat en het specifieke gebruik van de publieke ruimte weegt op het district. Oud-Borgerhout heeft nauwelijks buurtgroen en geen wijkgroen. De Borgerhoutenaren ten noorden van de Turnhoutsebaan hebben per inwoner 2,6 m² groen ter beschikking (de Antwerpenaar 44,7 m²). In 1997 werd de mediaan richtwaarde voor stikstofdioxides (NO2-concentraties) op één plaats in Vlaanderen overschreden: in Borgerhout. In 2000 haalde het district het hoogste jaargemiddelde voor benzeenuitstoot in Vlaanderen (1,7 µg/m3). Lokale dokters raken verontrust over de toename van het aantal astma-kleuters, over het systematisch overschrijden van de ozondrempel bij hitte en over de vele directe Borgerhoutse verkeersslachtoffers. Op vrijdag 20 februari vindt de zoveelste dodenwake plaats, deze keer voor een vijftigjarige fietser die een week eerder door een vrachtwagen meegegrepen werd op de voor zwakke weggebruikers quasi onoversteekbare Singel. Op veel plaatsen in Vlaanderen worden nu pogingen ondernomen om de kwalijke erfenis van het naoorlogse ruimtelijk vooruitgangsdenken weg te werken. Ook voor stadsdelen als Borgerhout breekt het moment aan om fundamenteel te bevragen hoe je in het begin van de 21ste eeuw omspringt met een breed autostradegebied dat dwars door dichtbevolkte woonwijken loopt. Hoe maak je van een versnipperde, luidruchtige, vervuilende en vijandige barrière een bereikbare en aangename stedelijke plek? Uit MIRA-studies blijkt dat het groen nog steeds verder de stad uit wordt geschoven. Aangeraden wordt om actief nieuwe publieke ruimte en groene zones te ontwikkelen waar dat kan. Waarom niet op het gigantische knooppunt van de ringweg en de E34 richting de Kempen? suggereert de lokale bewonersbeweging BorgerhouDt van Mensen. Wie in dat gebied meer wil zien dan een autosnelweg annex bermen, merkt plots de enorme potentie ervan. Concreet stelt de beweging voor dat de Antwerpse ring over een afstand van 1,8 kilometer ondergronds gaat, waarbij ook het begin van de E34 verdwijnt onder een transparante groene koepel. Dit herwonnen gebied kan ontsloten worden voor verschillende vormen van verkeer (met de nadruk op zachte modi en openbaar vervoer) en ingevuld als een continu gebruikte, open en groene plek waar plaats is voor speel-, sport- en wandelruimte, huisvesting en specifieke winkels, bedrijven en publieke gebouwen. Te mooi om waar te zijn? Het hangt er maar van af. Op 30 september 2003 presenteerde minister van Mobiliteit Gilbert Bossuyt in het Vlaamse parlement een 'geïntegreerd perspectief op de Antwerpse ringzone'. We citeren: 'Op bepaalde plaatsen kan de ring zelfs overdekt worden en komt er net zoals boven de Craeybeckstunnel plaats voor mooie parken en andere invullingen.' Ook in door de stedelijke overheid bestelde adviezen weerklinkt stilaan eenzelfde visie. Zo constateerde Groep Archo dat Singel en ring niet buiten de stad liggen 'maar eigenlijk er middenin'. Het architectenbureau suggereerde 'een urbanisatie van de leegte' (24 november 2003). Ook vanuit wetenschappelijke hoek bestaat er groeiende interesse en steun voor het vergroenen van de stad. Zo weerlegde de Brusselse professor Menselijke Ecologie Anne van Herzeele in een studie de heersende indruk dat het vrijmaken van groene ruimte in een stedelijk leefmilieu vooral een onrendabele kostenfactor zou zijn en ging ze uitgebreid in op het maatschappelijk belang ervan (luchtzuiverend, stressverlagend, fysieke beweging stimulerend, enzovoort). Ze onderstreepte de aantrekkingskracht van groen op sociaal-economisch sterkere groepen en verzamelde interessante gegevens over hoe groengedeelten van een bouwproject gedeeltelijk bekostigd kunnen worden door grondprijsstijgingen van omliggende percelen. Ten slotte wees ze op de extra inkomsten en de werkgelegenheid die de aanwezigheid van groen genereert in de directe omgeving. Een gebrek aan stedenbouwkundige visie en aan publieke investeringen heeft mee de negatieve dynamiek gecreëerd waarin Borgerhout verzeilde. Een eerlijk inhaalmanoeuvre is hier op zijn plaats. Wat blijkt echter? Uitgerekend de grenszone tussen verwaarloosde stadsdelen wordt bij het opmaken van nieuwe stedenbouwkundige projecten opnieuw over het hoofd gezien. Terecht koestert men grootse ambities voor onontwikkelde gebieden langs de ringweg of aan de rand van de 19de-eeuwse gordel. Petroleum-Zuid, Nieuw Zuid, het Justitiepaleis en de Konijnenwei, het Galgenweel, het Eilandje, Spoor Noord, het Berchemse Ringpark: ze zullen het uitzicht en het gebruik van deze randzones radicaal veranderen. Maar bij deze infrastructurele en architecturale opwaardering van Antwerpen blijft er één opvallende blinde vlek op de kaart, wat voor een nog groter sociaal-economisch onevenwicht binnen de stad dreigt te zorgen. In Antwerpen zijn er vijf officiële ontwikkelingsgebieden (= waar de economische draagkracht het laagst is, de sociale nood het hoogst en de kans op culturele conflicten het grootst). Het imaginaire Ringpark De Knoop ligt tussen twee ervan: oud-Borgerhout en Deurne-Noord. Wanneer fondsen gegenereerd kunnen worden voor een park ter grootte van 34 voetbalvelden in Spoor Noord of voor de kilometerslange HST-overkapping ter hoogte van het Peerdsbos, moet dit volgens BorgerhouDt van Mensen ook kunnen voor dit dichtbevolkte gebied. Beleids- en belangenactoren moeten ook hier de mogelijkheden onderzoeken van overheidsfinanciering (Europees doelstelling II-fonds, federaal grootstedenbeleid, gewestelijke beleidsactiviteiten), de verkoop van gronden aan projectontwikkelaars (door de Vlaamse gemeenschap), investeringen door overheden (huisvestingsmaatschappijen, openbare werken, DIGO, kabinetten van mobiliteit, sport, milieu) en diverse publiek-private samenwerkingsverbanden. De ringcorridor ter hoogte van Borgerhout en Deurne mag niet langer als een ongedefinieerd en reeds opgegeven gebied worden behandeld. Het moet integendeel een speerpunt worden van werkelijke stadsvernieuwing die niet alleen mikt op een lokale sociaal-economische opleving, een culturele verdichting en een ecologische correctie (fysieke gezondheid, verkeersveiligheid, psychologische impact van groen), maar ook een uitstraling ambieert als statement van hoe we vandaag leven. Daarom richt BorgerhouDt van Mensen een oproep tot de Antwerpse captains of politics and industry en de culturele shakers and movers om met nieuwe ogen te kijken naar het terrein in kwestie en mee te denken over de mogelijke invulling ervan. Hun bevoegdheid, ondernemingszin, esthetisch inzicht en morele autoriteit zijn nodig om dit Ringpark - als eerste grote stedenbouwkundig project van de nieuwe bestuursploeg - tot een volwaardig deel te maken van de Werf van de Eeuw. Hier ligt een historische kans voor het Borgerhout, het Deurne en, bij uitbreiding, de metropool van de toekomst. We mogen ze niet missen. BorgerhouDt van Mensen wil dit project en de eraan verbonden visie opgenomen zien in het voorontwerp van het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen dat tegen de zomer van dit jaar in onderzoek gaat - opdat toekomstige ingrepen in het gebied de idee van een coherente herinrichting op basis van een ingetunnelde snelweg niet hypothekeren - en in de uiteindelijke plannen voor de aanleg van de groene stadsboulevard en van de nieuwe R1, die gerealiseerd worden vanaf 2007/2008. Intussen bezorgde de bewonersbeweging een uitgebreide discussienota aan de verschillende overheden. Een kritisch geïnteresseerd Borgerhouts districtsbureau ontving al een delegatie voor wat een constructieve overlegronde werd. Enkele dagen later bleek ook de Antwerpse schepen van ruimtelijke ordening Ludo van Campenhout het project niet ongenegen: 'het zou wel eens realiteit kunnen worden' (radio 2, 16 februari 2004). Met gouverneur Camille Paulus ligt inmiddels een afspraak vast om het voorstel toe te lichten. Op de kabinetten van burgemeester Patrick Janssens en minister van mobiliteit Gilbert Bossuyt staat men niet afwijzend tegenover de geformuleerde doelstellingen. Manu Claeys is actief bij BorgerhouDt van Mensen |
|
![]() |
Contact BorgerhouDt van Mensen - project Ringpark De Knoop: mail@manuclaeys.be |